Over de onderwijsdoelen voor de eerste graad van het secundair onderwijs en het zevende leerjaar gericht op het hoger onderwijs en diverse andere verwante maatregelen #2111
Gemerged 




N-VA, cd&v, Open Vld voegde 2 artikels samen in decreet-2018-03-09decreet-2018-12-14 · 27 maart 2024 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: OND
ingediend op 18 april 2024 (2023-2024)
Amendementen
op het voorstel van decreet
van Koen Daniëls, Loes Vandromme, Jean-Jacques De Gucht,
Kathleen Krekels, Hilâl Yalçin en Karolien Grosemans
over de onderwijsdoelen
voor de eerste graad van het secundair onderwijs
en het zevende leerjaar
gericht op het hoger onderwijs
en andere verwante maatregelen
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Advies van de Raad van State
Nr. 3: Amendementen
AMENDEMENT Nr. 4
voorgesteld door Hannelore Goeman, Emine Gül Isçi,
Steve Vandenberghe en Thijs Verbeurgt
Bijlage 1
Aan sleutelcompetentie 1, eindterm 01.02, zowel voor de A-stroom als
voor de B-stroom, na het woord thema’s, het volgende toevoegen:
“met inbegrip van levensreddend handelen, gezondheidsvaardigheden en bewegingsvaardigheden. De gezondheidsvaardigheden hebben betrekking op:
– voeding;
– hygiëne;
– beweging;
– seksuele gezondheid en seksuele ontwikkeling in de puberteit, waaronder
vruchtbaarheid, anticonceptie en preventie van soa’s;
– verslavingen: middelen en handelingen.”.
VERANTWOORDING
Dit amendement verduidelijkt dat voor sleutelcompetentie 1 levensreddend handelen, gezondheidsvaardigheden en bewegingsvaardigheden te behandelen onderdelen zijn binnen de door de leerlingen
te ontwikkelen gezondheidsvaardigheden in functie van fysiek en mentaal welzijn. Daarnaast wordt
verduidelijkt dat voeding, hygiëne, beweging en seksuele gezondheid en ontwikkeling in de puberteit
onderdeel uitmaken van de gezondheidsvaardigheden. Voor seksuele gezondheid en ontwikkeling wordt
de ‘zoalsconstructie’ gewijzigd naar een ‘waaronderconstructie’ en opgenomen in het minimumdoel. Op
die manier maken de belangrijke inhouden over anticonceptie en preventie van seksueel overdraagbare
aandoeningen (soa’s) gegarandeerd onderdeel uit van het minimumdoel.
Algemeen
Sleutelcompetentie 1 bevat drie belangrijke insteken: levensreddend handelen, gezondheidsvaardigheden en bewegingsvaardigheden.
Levensreddend handelen
Levensreddende technieken komen het best aan bod in alle graden zodat leerlingen ze nadien systematisch in een noodsituatie kunnen toepassen. In de eerste graad wordt gefocust op technieken voor
eerste hulp bij ongevallen in een gesimuleerde leeromgeving.
Gezondheidsvaardigheden
Het ontwikkelen van een gezonde levensstijl is een levenslange opdracht. Via deze eindterm krijgen
leerlingen handvatten (gezondheidsvaardigheden) aangereikt om later die attitude te bereiken.
Bij het formuleren van de eindterm is uitgegaan van een holistische visie op gezondheid. Daarom is ook
uitdrukkelijk opgenomen dat de ontwikkeling van gezondheidsvaardigheden in functie staat van het
fysieke en mentale welzijn. Het fysieke welzijn wordt ondersteund door het inoefenen van bewegingsvaardigheden. Het mentale welzijn wordt versterkt door de opname van ET 05.01 bij sleutelcompetentie
5 (sociaal-relationele competenties): respectvol en constructief met anderen in interactie gaan, rekening houdend met elkaars grenzen.
Vanuit het decreet leerlingenbegeleiding zijn scholen verplicht een beleid inzake preventieve gezondheid uit te werken. Scholen kunnen via deze eindterm vanuit de koppeling met hun pedagogisch project
en met hun gezondheidsbeleid een leerlijn uitwerken die ruimte biedt om in te zetten op thema’s die
relevant zijn voor de betrokken leerlingengroep (whole school approach).
Bewegingsvaardigheden
Bij bewegingsvaardigheden is er aandacht voor: activiteiten in verschillende bewegingsdomeinen, KLUSCE
(kracht, lenigheid, uithouding, snelheid, coördinatie en evenwicht), motorische basisvaardigheden,
principes en technieken in sport en spel en principes van verantwoord en veilig gedrag in sport en spel.
Het is belangrijk dat leerlingen gezond leren bewegen in functie van levenslang bewegen. Daarom is
bij de eindtermen voor KLUSCE en motorische basisvaardigheden uitdrukkelijk opgenomen dat leerlingen rekening moeten houden met de evolutie van hun eigen capaciteiten.
Duiding bij enkele eindtermen
Bij sommige eindtermen is aangegeven welke invulling begrippen of contexten zouden kunnen krijgen.
De invulling is illustratief en wordt voorafgegaan door ‘zoals’. Soms wordt een bijkomende verduidelijking aangebracht. Voor deze sleutelcompetentie betreft het de volgende eindtermen:
– 01.01(A- en B-stroom): de leerlingen passen technieken voor eerste hulp bij ongevallen toe in een
gesimuleerde leeromgeving. Technieken voor eerste hulp bij ongevallen zoals verstuiking, wonde,
bloedneus, brandwonde;
– 01.02 (A- en B-stroom) de leerlingen ontwikkelen gezondheidsvaardigheden in functie van hun fysiek en mentaal welzijn binnen verschillende thema’s:
– gezondheidsvaardigheden met betrekking tot voeding zoals ultrabewerkt voedsel, gezonde
snacks, duurzame voeding, evenwichtige voeding;
– hygiëne zoals basisregels voor lichaams-, mond- en handhygiëne;
– beweging zoals beweegnormen, sedentair gedrag;
– seksuele gezondheid en seksuele ontwikkeling in de puberteit;
– verslavingen: middelen en handelingen;
– 01.03 (A- en B-stroom): de leerlingen voeren conform de beweegrichtlijnen in verschillende bewegingsomgevingen activiteiten uit in verschillende individuele, interactieve en ritmisch expressieve
bewegingsdomeinen. Het is aangewezen om dit doel in verschillende spelvormen en sporten te realiseren met het oog op het aanwakkeren van de interesse voor en het plezier in beweging en sport
in functie van het individueel levenslang bewegen en sporten. Bewegingsomgevingen zoals sportzaal, sportveld, speelplein, aquatisch milieu;
– 01.05 (A- en B-stroom): de leerlingen voeren motorische basisvaardigheden uit, rekening houdend
met ergonomische principes en de evolutie van hun fysieke capaciteiten. Motorische basisvaardigheden zoals balanceren, wentelen, springen, rollen, klauteren, klimmen, ritmisch bewegen, lopen,
vangen, werpen, terugslaan, vallen, mee- en tegengaan in beweging. Ergonomische principes zoals
van toepassing bij heffen, tillen, staan, verplaatsen en rughygiëne; …