Tot wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris en houdende oprichting van een Commissie van toezicht met betrekking tot voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren, wat de maandcommissarissen en het toepassingsgebied van de Commissie van Toezicht voor Jeugdinstellingen betreft #1744
Gemerged 




cd&v, N-VA, Open Vld voegde 3 artikels samen in decreet-1997-07-15 · 7 juni 2023 Alle checks geslaagd
3 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 6 jul 2023. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
Art. 2. Aan artikel 2, 6°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris en houdende oprichting van een Commissie van toezicht met betrekking tot voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren wordt een punt e) toegevoegd, dat luidt als volgt:
“e) het aanbod voor ondersteuning van jongeren in de typemodule diagnostiek of de typemodule GES+ in de multifunctionele centra, vermeld in artikel 1, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 7 | 6° aanbevelingen formuleren met het oog op een verbetering van de bejegening van kinderen en jongeren in voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren; | 7 | 6° aanbevelingen formuleren met het oog op een verbetering van de bejegening van kinderen en jongeren in voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren; |
| 8 | 7° jaarlijks verslag uitbrengen aan het Vlaams Parlement over de uitgevoerde opdrachten. | 8 | 7° jaarlijks verslag uitbrengen aan het Vlaams Parlement over de uitgevoerde opdrachten. |
| 9 | §2. Het toezicht als bedoeld in paragraaf 1, 1°, wordt ter plaatse uitgeoefend door een persoon die de voorziening voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren minstens maandelijks onaangekondigd bezoekt, hierna maandcommissaris te noemen. | 9 | §2. Het toezicht, vermeld in paragraaf 1, 1°, wordt ter plaatse uitgeoefend door een persoon die de voorziening voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren minstens maandelijks bezoekt, hierna de maandcommissaris te noemen. |
| 10 | Maandcommissarissen bezoeken een voorziening bij voorkeur onaangekondigd, maar ze kunnen hun bezoek ook vooraf aankondigen. | ||
| 10 | § 3. Een grief kan mondeling, schriftelijk of digitaal geuit worden ten aanzien van de maandcommissaris. Een voorziening voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren stelt een vlot bereikbare en gesloten bus ter beschikking van de kinderen en jongeren die geopend wordt door de maandcommissaris. | 11 | § 3. Een grief kan mondeling, schriftelijk of digitaal geuit worden ten aanzien van de maandcommissaris. Een voorziening voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren stelt een vlot bereikbare en gesloten bus ter beschikking van de kinderen en jongeren die geopend wordt door de maandcommissaris. |
| 11 | § 4. De bemiddeling bij een grief als bedoeld in paragraaf 1, 3°, gebeurt door middel van bemiddeling door de maandcommissaris die het toezicht als bedoeld in paragraaf 2 uitoefent. | 12 | § 4. De bemiddeling bij een grief als bedoeld in paragraaf 1, 3°, gebeurt door middel van bemiddeling door de maandcommissaris die het toezicht als bedoeld in paragraaf 2 uitoefent. |
| 9 | 1° werkzaam zijn in een jeugdhulpvoorziening als bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht; | 9 | 1° werkzaam zijn in een jeugdhulpvoorziening als bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht; |
| 10 | 2° de uitoefening van een bij verkiezing verleend openbaar mandaat; | 10 | 2° de uitoefening van een bij verkiezing verleend openbaar mandaat; |
| 11 | 3° een functie in overheidsdienst, behalve als leerkracht; | ||
| 11 | 3° een functie in een overheidsdienst, ongeacht het bevoegdheidsniveau, waarvan de werkzaamheden betrekking hebben op de welzijnssector, de gezondheidszorg of justitie; | ||
| 12 | 4° het ambt als magistraat van de rechterlijke orde die niet in rust gesteld is en die na de inruststelling niet het ambt van plaatsvervangend magistraat uitoefent als bedoeld in artikel 383 van het Gerechtelijk Wetboek; | 12 | 4° het ambt als magistraat van de rechterlijke orde die niet in rust gesteld is en die na de inruststelling niet het ambt van plaatsvervangend magistraat uitoefent als bedoeld in artikel 383 van het Gerechtelijk Wetboek; |
| 13 | 5° het ambt van ambtenaar bij het Openbaar Ministerie bij de hoven en rechtbanken als bedoeld in artikel 154 van de Grondwet; | 13 | 5° het ambt van ambtenaar bij het Openbaar Ministerie bij de hoven en rechtbanken als bedoeld in artikel 154 van de Grondwet; |