§ flandrepo
  1. +0 −19 art. 5.15 opgeheven
    1Het fonds heeft de opdracht om ter realisatie van het grond- en woonbeleid in Vlaams-Brabant, renteloze leningen toe te staan aan Vlabinvest apb, opgericht bij artikel 1 van het besluit van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 22 oktober 2013.
    2Het fonds is er eveneens toe gehouden om de intresten die verschuldigd zijn ingevolge leningen die vóór 1 januari 2014 werden verstrekt door het Investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant en die hij in de loop van een kalenderjaar ontvangt, op 31 december van hetzelfde kalenderjaar als subsidie uit te keren aan Vlabinvest apb.
    3De leningen als vermeld in het eerste lid, worden door Vlabinvest apb uitsluitend aangewend voor de realisatie van zijn opdracht als vermeld in artikel 3 van het besluit van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 22 oktober 2013 op de volgende wijzen:
    41° voor het toestaan van leningen aan de initiatiefnemers;
    52° voor de financiering van bouwverrichtingen die door Vlabinvest apb zelf worden gerealiseerd.
    6Het jaarlijks leningsvolume is het bedrag van de renteloze leningen die het fonds jaarlijks kan toestaan aan Vlabinvest apb. Dit jaarlijks leningsvolume wordt jaarlijks beperkt tot een plafond dat is samengesteld uit de som van:
    71° de jaarlijkse en forfaitaire dotatie als vermeld in artikel 5.14, 1°;
    82° de ontvangen terugbetalingen van de leningen, zowel deze toegestaan aan initiatiefnemers vóór 1 januari 2014 door het Investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant als de renteloze leningen verstrekt door het Vlaams Financieringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan Vlabinvest apb vanaf 1 januari 2014 uitgezonderd de op deze leningen verschuldigde intresten;
    93° het niet-belaste saldo van niet-aangewende middelen door het Investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant op 31 december 2013. Het niet-belaste saldo van de niet-aangewende middelen omvat de liquide middelen en de nog te vorderen dotaties, en de andere werkelijke ontvangsten en uitgaven die op de begrotings- uitvoering van het begrotingsjaar 2013 werden aangerekend, maar die eind 2013 nog moeten worden betaald, verminderd met het nog niet opgenomen gedeelte van de leningen die vóór 1 januari 2014 bij overeenkomst werden toegezegd;
    104° het niet-aangewende saldo van de onder punt 1°, 2° en 3° vermelde middelen van het voorgaande begrotingsjaar.
    11In de begroting wordt er een verbintenissenmachtiging ingeschreven ten belope van het jaarlijks leningsvolume om renteloze leningen toe te staan aan Vlabinvest apb.
    12De Vlaamse Regering bepaalt de verdere algemene voorwaarden waaronder de in het eerste lid vermelde leningen worden toegestaan aan Vlabinvest apb.
    13In het derde lid wordt verstaan onder initiatiefnemers:
    141° de VMSW;
    152° een woonmaatschappij;
    163° een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband;
    174° een OCMW en een vereniging als vermeld in titel VIII, hoofdstuk I, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
    185° het VWF;
    196° de provincie Vlaams-Brabant.
  2. +1 −1 art. 5.15
    13In het derde lid wordt verstaan onder initiatiefnemers:13In het derde lid wordt verstaan onder initiatiefnemers:
    141° de VMSW;141° de VMSW;
    152° een sociale huisvestingsmaatschappij;152° een woonmaatschappij;
    163° een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband;163° een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband;
    174° een OCMW en een vereniging als vermeld in titel VIII, hoofdstuk I, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van openbare centra voor maatschappelijk welzijn;174° een OCMW en een vereniging als vermeld in titel VIII, hoofdstuk I, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  3. +19 −0 art. 5.15 nieuw
    1Het fonds heeft de opdracht om ter realisatie van het grond- en woonbeleid in Vlaams-Brabant, renteloze leningen toe te staan aan Vlabinvest apb, opgericht bij artikel 1 van het besluit van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 22 oktober 2013.
    2Het fonds is er eveneens toe gehouden om de intresten die verschuldigd zijn ingevolge leningen die vóór 1 januari 2014 werden verstrekt door het Investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant en die hij in de loop van een kalenderjaar ontvangt, op 31 december van hetzelfde kalenderjaar als subsidie uit te keren aan Vlabinvest apb.
    3De leningen als vermeld in het eerste lid, worden door Vlabinvest apb uitsluitend aangewend voor de realisatie van zijn opdracht als vermeld in artikel 3 van het besluit van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 22 oktober 2013 op de volgende wijzen:
    41° voor het toestaan van leningen aan de initiatiefnemers;
    52° voor de financiering van bouwverrichtingen die door Vlabinvest apb zelf worden gerealiseerd.
    6Het jaarlijks leningsvolume is het bedrag van de renteloze leningen die het fonds jaarlijks kan toestaan aan Vlabinvest apb. Dit jaarlijks leningsvolume wordt jaarlijks beperkt tot een plafond dat is samengesteld uit de som van:
    71° de jaarlijkse en forfaitaire dotatie als vermeld in artikel 5.14, 1°;
    82° de ontvangen terugbetalingen van de leningen, zowel deze toegestaan aan initiatiefnemers vóór 1 januari 2014 door het Investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant als de renteloze leningen verstrekt door het Vlaams Financieringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant aan Vlabinvest apb vanaf 1 januari 2014 uitgezonderd de op deze leningen verschuldigde intresten;
    93° het niet-belaste saldo van niet-aangewende middelen door het Investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant op 31 december 2013. Het niet-belaste saldo van de niet-aangewende middelen omvat de liquide middelen en de nog te vorderen dotaties, en de andere werkelijke ontvangsten en uitgaven die op de begrotings- uitvoering van het begrotingsjaar 2013 werden aangerekend, maar die eind 2013 nog moeten worden betaald, verminderd met het nog niet opgenomen gedeelte van de leningen die vóór 1 januari 2014 bij overeenkomst werden toegezegd;
    104° het niet-aangewende saldo van de onder punt 1°, 2° en 3° vermelde middelen van het voorgaande begrotingsjaar.
    11In de begroting wordt er een verbintenissenmachtiging ingeschreven ten belope van het jaarlijks leningsvolume om renteloze leningen toe te staan aan Vlabinvest apb.
    12De Vlaamse Regering bepaalt de verdere algemene voorwaarden waaronder de in het eerste lid vermelde leningen worden toegestaan aan Vlabinvest apb.
    13In het derde lid wordt verstaan onder initiatiefnemers:
    141° de VMSW;
    152° een sociale huisvestingsmaatschappij;
    163° een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband;
    174° een OCMW en een vereniging als vermeld in titel VIII, hoofdstuk I, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
    185° het VWF;
    196° de provincie Vlaams-Brabant.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd