§ flandrepo
  1. 1 september 2026 Decreet over het onderwijs XXXVI #844 2026005886
    +9 −0 art. 22/1 nieuw
    1De Vlaamse Regering mag, met toepassing van artikel 22, alleen eenzijdig een einde maken aan de aanstelling of benoeming van een lid van de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken om redenen die vreemd zijn aan de uitoefening door het personeelslid volgens de geldende regelgeving van een van de volgende rechten:
    21° het recht op omstandigheidsverlof naar aanleiding van de geboorte;
    32° het recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof;
    43° het recht op afwezigheid voor verminderde prestaties voor zorgdoeleinden;
    54° het recht om een flexibele werkregeling aan te vragen;
    65° het recht om een nevenactiviteit uit te oefenen, binnen de grenzen van de cumu-latieregeling en de regeling rond onverenigbaarheden van de inspectie;
    76° het recht op een ambtswijziging of om werk met meer voorspelbare en zekere arbeidsvoorwaarden te vragen.
    8Het principe, vermeld in het eerste lid, gaat in op de dag van de aanvraag van een van de rechten, vermeld in het eerste lid, met uitzondering van het recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof dat ingaat op de dag van de geboorte van het kind.
    9De Vlaamse Regering deelt het personeelslid schriftelijk mee wat de redenen voor het ontslag zijn. Als de ingeroepen redenen niet vreemd zijn aan de uitoefening van het recht waarvan het personeelslid gebruik maakt of als er geen reden opgegeven is, krijgt het personeelslid aanvullend op de opzegtermijn een forfaitaire vergoeding die gelijk is aan het brutoloon voor zes maanden. Die vergoeding mag bij het ontslag van een personeelslid niet samen genoten worden met andere vergoedingen die in het kader van een bijzondere beschermingsprocedure tegen ontslag zijn bepaald.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd