- 1 januari 2023 Decreet houdende diverse maatregelen inzake de herstructurering van het beleidsveld Wonen #1206 2022015076
+1 −1 art. 5.91 1 De VMSW en de woonmaatschappijen kunnen hun onroerende goederen uit de hand verkopen aan gezinnen of alleenstaanden ter uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4.13, 4.14, 4.15, 4.17, 4.19, 4.20, 4.21, 4.22, 4.23 en 4.45, waarbij ze rekening houden met de prijsnormen, met de chronologie van de aanvragen en met de prioriteiten en andere voorwaarden die de Vlaamse Regering dienaangaande vaststelt. 1 De VMSW en de woonmaatschappijen kunnen hun onroerende goederen uit de hand verkopen aan gezinnen of alleenstaanden ter uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4.13, 4.14, 4.17, 4.20, 4.21, 4.22, 4.23 en 4.45, waarbij ze rekening houden met de prijsnormen, met de chronologie van de aanvragen en met de prioriteiten en andere voorwaarden die de Vlaamse Regering dienaangaande vaststelt. - 20 september 2021 Decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen #828 2021021712
+1 −1 art. 5.91 1 De VMSW en de sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen hun onroerende goederen uit de hand verkopen aan gezinnen of alleenstaanden ter uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4.13, 4.14, 4.15, 4.17, 4.19, 4.20, 4.21, 4.22 en 4.23 , waarbij ze rekening houdt met de prijsnormen, met de chronologie van de aanvragen en met de prioriteiten en andere voorwaarden die de Vlaamse Regering dienaangaande vaststelt. 1 De VMSW en de woonmaatschappijen kunnen hun onroerende goederen uit de hand verkopen aan gezinnen of alleenstaanden ter uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4.13, 4.14, 4.15, 4.17, 4.19, 4.20, 4.21, 4.22, 4.23 en 4.45, waarbij ze rekening houden met de prijsnormen, met de chronologie van de aanvragen en met de prioriteiten en andere voorwaarden die de Vlaamse Regering dienaangaande vaststelt. -
+1 −0 art. 5.91 nieuw 1 De VMSW en de sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen hun onroerende goederen uit de hand verkopen aan gezinnen of alleenstaanden ter uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4.13, 4.14, 4.15, 4.17, 4.19, 4.20, 4.21, 4.22 en 4.23, waarbij ze rekening houdt met de prijsnormen, met de chronologie van de aanvragen en met de prioriteiten en andere voorwaarden die de Vlaamse Regering dienaangaande vaststelt.