§ flandrepo

Decreet tot wijziging van diverse decreten over welzijn, volksgezondheid en gezin

Vlaamse Regering #698 Staatsblad 18 juni 2021 NUMAC 2021031619
13 artikels gewijzigd
+14 −0 decreet-2019-12-20/art. 39
1§ 1. Voor alle subsidies binnen de begroting van de Vlaamse Gemeenschap waarvan de evolutie gekoppeld is aan de schommelingen van een prijsindexcijfer, wordt, voor het gedeelte van de niet-looncomponent van de subsidie, de indexaanpassing niet verrekend in het begrotingsjaar 2020 tot en met 2024.
2Het eerste lid is niet van toepassing op:
31° de betaalde vergoedingen, vermeld in artikel 16 van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg;
42° artikel 65, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters;
53° artikel 55 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning;
64° de tarieven voor zakgeld, vermeld in bijlage 3 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;
75° de zakgelden die worden toegekend voor minderjarigen met een handicap op basis van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2008 tot bepaling van het bedrag, de voorwaarden voor de toekenning en de wijze van vereffening van een vrij besteedbaar bedrag voor minderjarigen aan wie residentiële jeugdhulpverlening wordt geboden in voorzieningen die erkend zijn en gesubsidieerd worden door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
86° de huursubsidie, zoals vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2007 tot instelling van een tegemoetkoming in de huurprijs voor woonbehoeftige huurders;
97° de huurpremie, zoals vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012 tot instelling van een tegemoetkoming voor kandidaat-huurders;
108° de subsidies verleend in het kader van artikel 9 en artikel 19 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;
119° de premie verleend op basis van artikel 94, § 1, van de programmawet van 30 december 1988, hoofdstuk II. Opzetting van een stelsel van gesubsidieerde contractuelen bij sommige openbare besturen;
1210° de tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen, vermeld in deel 2, titel 4, van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming;
1311° de studiefinanciering, vermeld in artikel 46 van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap.
14De toepassing van het eerste lid mag niet leiden tot een nominale vermindering van de subsidies, vermeld in het eerste lid.
+1 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 1/1 nieuw
1Dit decreet wordt aangehaald als: het Groeipakketdecreet van 2018.
+2 −2 groeipakketdecreet-van-2018/art. 3
2820° hoger onderwijs: hoger onderwijs als vermeld in artikel 5, 16° /1, van het decreet van 8 juni 2007;2820° hoger onderwijs: hoger onderwijs als vermeld in artikel 5, 16° /1, van het decreet van 8 juni 2007;
2921° interne leerling: de volgende leerlingen worden beschouwd als interne leerlingen:2921° interne leerling: de volgende leerlingen worden beschouwd als interne leerlingen:
30a) de leerling die gedurende het schooljaar in kwestie minstens vijf maanden verblijft in een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd internaat;30a) de leerling die gedurende het schooljaar in kwestie minstens 149 dagen verblijft in een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd internaat;
31b) de leerling die gedurende het schooljaar in kwestie een huurovereenkomst heeft gesloten voor minstens vijf maanden, voor een woning die zich bevindt op een ander adres dan zijn hoofdverblijfplaats;31b) de leerling die gedurende het schooljaar in kwestie een huurovereenkomst heeft gesloten voor minstens 149 dagen, voor een woning die zich bevindt op een ander adres dan zijn hoofdverblijfplaats;
32c) de leerling die in het buitenland een opleiding volgt;32c) de leerling die in het buitenland een opleiding volgt;
33d) de gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling;33d) de gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling;
+3 −3 groeipakketdecreet-van-2018/art. 27
51° hij 150 halve schooldagen aanwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van 3 jaar bereikt. In afwijking hiervan moet de leerling die pas na 31 december van hetzelfde schooljaar de leeftijd van 3 jaar bereikt, 100 halve schooldagen aanwezig zijn op school;51° hij 150 halve schooldagen aanwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van 3 jaar bereikt. In afwijking hiervan moet de leerling die pas na 31 december van hetzelfde schooljaar de leeftijd van 3 jaar bereikt, 100 halve schooldagen aanwezig zijn op school;
62° hij 185 halve schooldagen aanwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van 4 jaar bereikt;62° hij 185 halve schooldagen aanwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van 4 jaar bereikt;
73° hij 250 halve schooldagen aanwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van 5 jaar bereikt;73° hij 290 halve schooldagen aanwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van 5 jaar bereikt;
84° hij niet meer dan 29 halve schooldagen ongewettigd afwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van 6 of 7 jaar bereikt.84° hij niet meer dan 29 halve schooldagen ongewettigd afwezig is op school, in het geval dat de leerling tijdens het jaar waarin het schooljaar in kwestie begint de leeftijd van 6 of 7 jaar bereikt.
9§ 3. Een kleuter wordt geacht een halve dag aanwezig te zijn als dit blijkt uit de registratie in het aanwezigheidsregister van de school.9§ 3. Een kleuter wordt geacht een halve dag aanwezig te zijn als dit blijkt uit de registratie in het aanwezigheidsregister van de school.
10Een leerplichtige kleuter is ongewettigd afwezig wanneer deze problematisch afwezig is, zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van de leerlingen in het basisonderwijs.10Een leerplichtige kleuter is ongewettigd afwezig wanneer deze problematisch afwezig is, zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van de leerlingen in het basisonderwijs.
11§ 4. In afwijking van paragraaf 3, bepaalt de Vlaamse Regering wanneer een leerling geacht wordt voldoende aanwezig te zijn, wanneer de erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs, overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikt.11§ 4. In afwijking van paragraaf 2, bepaalt de Vlaamse Regering wanneer een leerling geacht wordt voldoende aanwezig te zijn, wanneer de erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs, overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikt.
12§ 5. In afwijking van paragraaf 2 en paragraaf 3, eerste lid, wordt een kleuter tijdens het betrokken schooljaar geacht voldoende aanwezig te zijn, indien een attest van een arts, een paramedicus als vermeld in het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen, of een houder van een diploma in kinesitherapie als vermeld in artikel 21bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitvoering van de gezondheidsberoepen, voorgelegd wordt. Het attest bevat een verklaring dat de in een school ingeschreven kleuter tijdens het betrokken schooljaar niet of slechts onregelmatig naar school kan gaan. Het attest wordt door de aanvrager of de wettelijke vertegenwoordiger van de leerling bij wie de betrokken leerling zijn hoofdverblijfplaats heeft, teruggestuurd naar de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering.12§ 5. In afwijking van paragraaf 2 en paragraaf 3, eerste lid, wordt een kleuter tijdens het betrokken schooljaar geacht voldoende aanwezig te zijn, indien een attest van een arts, een paramedicus als vermeld in het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen, of een houder van een diploma in kinesitherapie als vermeld in artikel 21bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitvoering van de gezondheidsberoepen, voorgelegd wordt. Het attest bevat een verklaring dat de in een school ingeschreven kleuter tijdens het betrokken schooljaar niet of slechts onregelmatig naar school kan gaan. Het attest wordt door een ouder of een werkelijke opvoeder van de leerling bij wie de betrokken leerling zijn hoofdverblijfplaats heeft, teruggestuurd naar de uitbetalingsactor.
13§ 6. In afwijking van paragraaf 3 worden halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 beschouwd als aanwezigheid in de erkende school waar de leerling ingeschreven is.13§ 6. In afwijking van paragraaf 3 worden halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 beschouwd als aanwezigheid in de erkende school waar de leerling ingeschreven is.
+5 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 28
1§ 1. Om het recht op een selectieve participatietoeslag kleuteronderwijs vast te stellen, meldt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming aan het agentschap Opgroeien regie:
21° welke leerlingen op de laatste schooldag van juni in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel 26, zijn ingeschreven;
32° welke leerlingen in het kleuteronderwijs gedurende het schooljaar in kwestie en het daaraan voorafgaande schooljaar niet voldoende aanwezig zijn geweest als vermeld in artikel 27, § 2 tot en met § 6.
4§ 2. Het agentschap Opgroeien regie meldt aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming het aantal kinderen dat selectieve participatietoeslagen kleuteronderwijs ontvangt.
5§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de gegevens, vermeld in paragraaf 1 en 2, moeten worden meegedeeld.
+6 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 31
1§ 1. Om het recht op een selectieve participatietoeslag lager onderwijs vast te stellen, meldt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming aan het agentschap Opgroeien regie:
21° welke leerlingen op de laatste schooldag van juni in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel 29, zijn ingeschreven;
32° welke leerlingen in het lager onderwijs ongewettigd afwezig zijn geweest of niet voldoende aanwezig zijn geweest als vermeld in artikel 30, § 2 tot en met § 4;
43° welke leerlingen uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van uitschrijving in het lager onderwijs niet opnieuw zijn ingeschreven in het lager onderwijs.
5§ 2. Het agentschap Opgroeien regie meldt aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming het aantal kinderen dat selectieve participatietoeslagen lager onderwijs ontvangt.
6§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de gegevens, vermeld in paragraaf 1 en 2, moeten worden meegedeeld.
+10 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 34
1§ 1. Aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, wordt geen selectieve participatietoeslag secundair onderwijs toegekend in een van de volgende gevallen:
21° in het schooljaar in kwestie is hij niet ingeschreven in een onderwijsinstelling of centrum als vermeld in artikel 32;
32° hij is ongewettigd afwezig geweest;
43° uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van uitschrijving uit een instelling voor secundair onderwijs of uit de leertijd in een centrum zoals bedoeld in artikel 32 is hij niet opnieuw ingeschreven in een instelling voor secundair onderwijs of in de leertijd in een centrum zoals bedoeld in artikel 32.
5In afwijking van het eerste lid, 3°, behoudt de rechthebbende leerling in het secundair onderwijs die op 30 juni van het schooljaar in kwestie niet langer ingeschreven is in een instelling voor secundair onderwijs of een centrum zoals bedoeld in artikel 32, zijn toelage, op voorwaarde dat hij in de loop van dat schooljaar zijn kwalificatie behaalde.
6§ 2. Een leerling wordt tijdens een schooljaar geacht niet voldoende aanwezig te zijn als de leerling gedurende het schooljaar in kwestie 30 al dan niet gespreide halve schooldagen ongewettigd afwezig is geweest tijdens de lessen in de erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, en/of het werkplekleren dat deel uitmaakt van de opleiding in de periode van 1 september tot en met 30 juni, en als hij gedurende het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar in kwestie 30, al dan niet gespreide halve schooldagen ongewettigd afwezig is geweest tijdens de lessen in de erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of de erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs, en/of het werkplekleren dat deel uitmaakt van de opleiding in de periode van 1 september tot en met 30 juni.
7§ 3. Een leerling in het secundair onderwijs en het deeltijds leerplichtonderwijs wordt geacht aanwezig te zijn wanneer deze tijdens de lessen of het werkplekleren daadwerkelijk aanwezig is of niet ongewettigd afwezig is.
8Een leerling is ongewettigd afwezig wanneer deze problematisch afwezig is, zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken.
9In afwijking van het tweede lid is een leerling die met een erkende leerovereenkomst of -verbintenis in het kader van de leertijd een opleiding volgt in een erkend en gesubsidieerd centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, onwettig afwezig wanneer deze problematisch afwezig is als vermeld in de uitvoeringsreglementering aangenomen door de Vlaamse Regering in het kader van de leertijd krachtens artikelen 58 en 59 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.
10§ 4. In afwijking van paragraaf 2, bepaalt de Vlaamse Regering het aantal halve schooldagen dat een leerling in het voltijds secundair onderwijs maximaal per schooljaar ongewettigd afwezig mag zijn, wanneer de onderwijsinstelling in kwestie overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs, over een afwijkende uurregeling beschikt.
+7 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 36
1§ 1. Om het recht op en het bedrag van een selectieve participatietoeslag in het secundair onderwijs vast te stellen, meldt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming aan het agentschap Opgroeien regie:
21° welke leerlingen in welk structuuronderdeel zijn ingeschreven in een onderwijsinstelling of een centrum als vermeld in artikel 32;
32° de datum van inschrijving;
43° de datum van eventuele uitschrijving;
54° welke leerlingen ongewettigd afwezig zijn geweest als vermeld in artikel 34, § 2 tot en met § 4,.
6§ 2. Het agentschap Opgroeien regie meldt aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming het aantal kinderen dat selectieve participatietoeslagen secundair onderwijs ontvangt.
7§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de gegevens, vermeld in paragraaf 1 en 2, moeten worden meegedeeld. De Vlaamse Regering bepaalt ook welke instellingen aan het agentschap Opgroeien regie moeten melden dat een leerling een interne leerling is en de wijze waarop ze dat moeten melden.
+1 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 57
64° de niet uit de ouderlijke macht ontzette ouder als een van de ouders uit de ouderlijke macht is ontzet;64° de niet uit de ouderlijke macht ontzette ouder als een van de ouders uit de ouderlijke macht is ontzet;
75° de bekende ouder als één ouder niet bekend is.75° de bekende ouder als één ouder niet bekend is.
86° de ouder die de bevoegde rechtbank daarvoor aanwijst in het belang van het kind.
8§ 3. Het rechtgevende kind is de begunstigde van de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2:9§ 3. Het rechtgevende kind is de begunstigde van de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2:
91° als het gehuwd is;101° als het gehuwd is;
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 65
9§ 5. Als de begunstigden geen uitbetalingsactor aanwijzen, vóór de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de gebeurtenis die aanleiding geeft tot het openen van het recht zich voordoet, neemt het agentschap de betaling van de betrokken toelagen vanaf die maand op. De begunstigden worden door het agentschap op de hoogte gebracht dat zij gedurende een termijn van drie maanden na de maand waarin de betrokken gebeurtenis zich voordeed, de keuze kunnen kenbaar maken om aan te sluiten bij een uitbetalingsactor. Deze uitbetalingsactor neemt de betalingen over van het agentschap de maand nadat de begunstigden hun keuze hebben gemaakt. Indien het agentschap binnen die termijn als uitbetalingsactor wordt gekozen, zet zij de betalingen verder.9§ 5. Als de begunstigden geen uitbetalingsactor aanwijzen, vóór de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de gebeurtenis die aanleiding geeft tot het openen van het recht zich voordoet, neemt het agentschap de betaling van de betrokken toelagen vanaf die maand op. De begunstigden worden door het agentschap op de hoogte gebracht dat zij gedurende een termijn van drie maanden na de maand waarin de betrokken gebeurtenis zich voordeed, de keuze kunnen kenbaar maken om aan te sluiten bij een uitbetalingsactor. Deze uitbetalingsactor neemt de betalingen over van het agentschap de maand nadat de begunstigden hun keuze hebben gemaakt. Indien het agentschap binnen die termijn als uitbetalingsactor wordt gekozen, zet zij de betalingen verder.
10Indien de begunstigden niet binnen de in het eerste lid vermelde periode een keuze voor een uitbetalingsactor hebben gemaakt, worden de begunstigden van rechtswege aangesloten bij het agentschap. De aansluiting van rechtswege heeft dezelfde gevolgen als vermeld in paragraaf 2, tweede lid.10Indien de begunstigden niet binnen de in het eerste lid vermelde periode een keuze voor een uitbetalingsactor hebben gemaakt, worden de begunstigden van rechtswege aangesloten bij het agentschap. De aansluiting van rechtswege heeft dezelfde gevolgen als vermeld in paragraaf 2, tweede lid.
11Als beide begunstigden niet bepalen op welke bankrekening de toelagen, vermeld in paragraaf 1, aan hen moeten worden uitbetaald vóór de eerste van de maand die volgt op de maand waarin het recht is ontstaan, of als een van beide begunstigden zijn toestemming intrekt, worden de toelagen uitbetaald aan de jongste onder hen. De begunstigde kan een uitbetalingsactor van zijn keuze aanduiden, onder voorbehoud van het bepaalde inzake de minimale aansluiting van één jaar in paragraaf 2, tweede lid, van dit artikel.De begunstigde kan daarentegen wel degelijk een nieuw bankrekeningnummer kiezen onder toepassing van paragraaf 2, derde lid.11Als beide begunstigden niet bepalen op welke bankrekening de toelagen, vermeld in paragraaf 1, aan hen moeten worden uitbetaald vóór de eerste van de maand die volgt op de maand waarin het recht is ontstaan, of als een van beide begunstigden zijn toestemming intrekt, worden de toelagen uitbetaald aan de jongste onder hen. De voormelde jongste begunstigde kan een uitbetalingsactor van zijn keuze aanduiden, onder voorbehoud van het bepaalde inzake de minimale aansluiting van één jaar in paragraaf 2, tweede lid, van dit artikel.De voormelde jongste begunstigde kan daarentegen wel degelijk een nieuw bankrekeningnummer kiezen onder toepassing van paragraaf 2, derde lid.
12In afwijking daarvan en met behoud van de toepassing van artikel 67 wordt, als een van de werkelijke opvoeders een pleegzorger is als vermeld in artikel 59, § 2, de toelage, vermeld in paragraaf 1, altijd uitbetaald aan de pleegzorger.12In afwijking daarvan en met behoud van de toepassing van artikel 67 wordt, als een van de werkelijke opvoeders een pleegzorger is als vermeld in artikel 59, § 2, de toelage, vermeld in paragraaf 1, altijd uitbetaald aan de pleegzorger.
13§ 6. De Vlaamse Regering legt de uitvoeringsregels vast voor de eerste uitbetalingen en de keuze van de bankrekening en bepaalt de voorwaarden voor de keuze van uitbetalingsactor, de mogelijke aansluiting van rechtswege en voor de overdracht tussen uitbetalingsactoren.13§ 6. De Vlaamse Regering legt de uitvoeringsregels vast voor de eerste uitbetalingen en de keuze van de bankrekening en bepaalt de voorwaarden voor de keuze van uitbetalingsactor, de mogelijke aansluiting van rechtswege en voor de overdracht tussen uitbetalingsactoren.
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 72
9§ 5. Als de ouders of werkelijke opvoeders geen uitbetalingsactor aanwijzen, vóór de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de gebeurtenis die aanleiding geeft tot het openen van het recht zich voordoet, neemt het agentschap de betaling van de betrokken toelagen vanaf die maand op. De ouders of werkelijke opvoeders worden door het agentschap op de hoogte gebracht dat ze gedurende een termijn van drie maanden na de maand waarin de betrokken gebeurtenis zich voordeed, de keuze kunnen kenbaar maken om aan te sluiten bij een uitbetalingsactor. Deze uitbetalingsactor neemt de betalingen over van het agentschap de maand nadat de ouders of werkelijke opvoeders hun keuze hebben gemaakt. Indien het agentschap binnen die termijn als uitbetalingsactor wordt gekozen, zet zij de betalingen verder.9§ 5. Als de ouders of werkelijke opvoeders geen uitbetalingsactor aanwijzen, vóór de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de gebeurtenis die aanleiding geeft tot het openen van het recht zich voordoet, neemt het agentschap de betaling van de betrokken toelagen vanaf die maand op. De ouders of werkelijke opvoeders worden door het agentschap op de hoogte gebracht dat ze gedurende een termijn van drie maanden na de maand waarin de betrokken gebeurtenis zich voordeed, de keuze kunnen kenbaar maken om aan te sluiten bij een uitbetalingsactor. Deze uitbetalingsactor neemt de betalingen over van het agentschap de maand nadat de ouders of werkelijke opvoeders hun keuze hebben gemaakt. Indien het agentschap binnen die termijn als uitbetalingsactor wordt gekozen, zet zij de betalingen verder.
10Indien de ouders of werkelijke opvoeders niet binnen de in het eerste lid vermelde periode een keuze voor een uitbetalingsactor hebben gemaakt, wordt de begunstigde van rechtswege aangesloten bij het agentschap. De aansluiting van rechtswege heeft dezelfde gevolgen als vermeld in paragraaf 2, tweede lid.10Indien de ouders of werkelijke opvoeders niet binnen de in het eerste lid vermelde periode een keuze voor een uitbetalingsactor hebben gemaakt, wordt de begunstigde van rechtswege aangesloten bij het agentschap. De aansluiting van rechtswege heeft dezelfde gevolgen als vermeld in paragraaf 2, tweede lid.
11Als beide ouders of de werkelijke opvoeders niet bepalen op welke bankrekening de selectieve participatietoeslagen leerling en de andere toelagen aan hen moeten worden uitbetaald vóór de eerste van de maand die volgt op de maand waarin het recht is ontstaan, of als een van beide ouders of werkelijke opvoeders zijn toestemming intrekt, worden de selectieve participatietoeslagen leerling en de andere toelagen uitbetaald aan de jongste onder hen. 11Als beide ouders of de werkelijke opvoeders niet bepalen op welke bankrekening de selectieve participatietoeslagen leerling en de andere toelagen aan hen moeten worden uitbetaald vóór de eerste van de maand die volgt op de maand waarin het recht is ontstaan, of als een van beide ouders of werkelijke opvoeders zijn toestemming intrekt, worden de selectieve participatietoeslagen leerling en de andere toelagen uitbetaald aan de jongste onder hen. De voormelde jongste ouder of werkelijke opvoeder kan een uitbetalingsactor van zijn keuze aanwijzen, onder voorbehoud van de bepaling over de minimale aansluiting van één jaar in paragraaf 2, tweede lid. De voormelde jongste ouder of werkelijke opvoeder kan daarentegen een nieuw bankrekeningnummer kiezen conform paragraaf 2, derde lid.
12In afwijking daarvan worden, als een van de werkelijke opvoeders een pleegzorger is als vermeld in artikel 59, § 2, de toelagen, vermeld in paragraaf 1, altijd uitbetaald aan de pleegzorger.12In afwijking daarvan worden, als een van de werkelijke opvoeders een pleegzorger is als vermeld in artikel 59, § 2, de toelagen, vermeld in paragraaf 1, altijd uitbetaald aan de pleegzorger.
13§ 6. De Vlaamse Regering legt de regels vast voor de eerste uitbetalingen en de keuze van de bankrekening en bepaalt de voorwaarden voor de keuze van uitbetalingsactor, de mogelijke aansluiting van rechtswege en voor de overdracht tussen uitbetalingsactoren.13§ 6. De Vlaamse Regering legt de regels vast voor de eerste uitbetalingen en de keuze van de bankrekening en bepaalt de voorwaarden voor de keuze van uitbetalingsactor, de mogelijke aansluiting van rechtswege en voor de overdracht tussen uitbetalingsactoren.
+1 −0 decreet-2012-04-20/art. 13
43° samenwerken met alle kinderopvanglocaties binnen het werkingsgebied, met instanties die werken met gezinnen die kinderopvangvragen kunnen hebben, en met andere lokale loketten kinderopvang in functie van de opdrachten, vermeld in punt 1° en 2° ;43° samenwerken met alle kinderopvanglocaties binnen het werkingsgebied, met instanties die werken met gezinnen die kinderopvangvragen kunnen hebben, en met andere lokale loketten kinderopvang in functie van de opdrachten, vermeld in punt 1° en 2° ;
54° het lokaal bestuur of de lokale besturen, de organisatoren van kinderopvang en het agentschap informeren over de vragen naar kinderopvangplaatsen.54° het lokaal bestuur of de lokale besturen, de organisatoren van kinderopvang en het agentschap informeren over de vragen naar kinderopvangplaatsen.
65° ondersteuning bieden aan de gezinnen, bij het aanvragen van het inkomenstarief als bedoeld in artikel 8;
6Het lokaal loket kinderopvang krijgt gestalte doordat binnen het Lokaal Overleg Kinderopvang, dit is de gemeentelijke adviesraad inzake kinderopvang, ter uitvoering van artikel 6, § 3, van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, een initiatiefnemer wordt aangewezen of een structuur wordt gecreëerd om het lokaal loket kinderopvang te organiseren. Elke lokale actor die relevant is voor kinderopvang, kan de organisatie op zich nemen. Als er geen initiatiefnemer wordt aangewezen of als er geen structuur wordt gecreëerd en een operationeel werkend lokaal loket kinderopvang ontbreekt, neemt het lokaal bestuur de organisatie ervan op zich.7Het lokaal loket kinderopvang krijgt gestalte doordat binnen het Lokaal Overleg Kinderopvang, dit is de gemeentelijke adviesraad inzake kinderopvang, ter uitvoering van artikel 6, § 3, van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, een initiatiefnemer wordt aangewezen of een structuur wordt gecreëerd om het lokaal loket kinderopvang te organiseren. Elke lokale actor die relevant is voor kinderopvang, kan de organisatie op zich nemen. Als er geen initiatiefnemer wordt aangewezen of als er geen structuur wordt gecreëerd en een operationeel werkend lokaal loket kinderopvang ontbreekt, neemt het lokaal bestuur de organisatie ervan op zich.
7Het lokaal loket kinderopvang kan betrekking hebben op verschillende gemeenten binnen de grenzen van de zorgregio.8Het lokaal loket kinderopvang kan betrekking hebben op verschillende gemeenten binnen de grenzen van de zorgregio.
+1 −1 decreet-2012-04-20/art. 24
314° van elke meerderjarige persoon die in de kinderopvanglocatie direct contact heeft met de opgevangen kinderen, de gegevens, vermeld in punt 2°, a).314° van elke meerderjarige persoon die in de kinderopvanglocatie direct contact heeft met de opgevangen kinderen, de gegevens, vermeld in punt 2°, a).
32De toezichthouder verwerkt ter uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, minstens de persoonsgegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, in het kader van het toezicht op de vergunnings- en subsidievoorwaarden.32De toezichthouder verwerkt ter uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, minstens de persoonsgegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, in het kader van het toezicht op de vergunnings- en subsidievoorwaarden.
33Het lokaal loket kinderopvang verwerkt ter uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan minstens de persoonsgegevens van het kind en van het gezin van het kind, meer bepaald de identificatiegegevens, gegevens over de vraag naar kinderopvang en gegevens over de maatschappelijke kwetsbaarheid van het kind en het gezin van het kind in het kader van de opdracht van het lokaal loket kinderopvang.33Het lokaal loket kinderopvang verwerkt ter uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan minstens de persoonsgegevens van het kind en van het gezin van het kind, meer bepaald de identificatiegegevens, de financiële gegevens en de gegevens over de gezinssituatie, gegevens over de vraag naar kinderopvang en gegevens over de maatschappelijke kwetsbaarheid van het kind en het gezin van het kind in het kader van de opdracht van het lokaal loket kinderopvang.
34De bewaartermijn is tien jaar voor de gegevens over de klachten en crisissituaties, en vijf jaar voor de andere gegevens, vermeld in het eerste lid tot en met het vierde lid. Voor de gegevens over de verantwoordelijken, de kinderbegeleiders en de eventuele andere medewerkers begint de termijn te lopen vanaf het einde van hun tewerkstelling.34De bewaartermijn is tien jaar voor de gegevens over de klachten en crisissituaties, en vijf jaar voor de andere gegevens, vermeld in het eerste lid tot en met het vierde lid. Voor de gegevens over de verantwoordelijken, de kinderbegeleiders en de eventuele andere medewerkers begint de termijn te lopen vanaf het einde van hun tewerkstelling.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd