Artikel IV.34
Er is bij de Vlaamse Gemeenschap een Dienst voor Leerlingenvervoer opgericht, die belast is met het vervullen van de verplichtingen van de Gemeenschap inzake het vervoer naar de vrije-keuzescholen. De juridische vorm en de beheersmodaliteiten van deze dienst zullen bij decreet geregeld worden.
Het leerlingenvervoer, bedoeld in het vorig lid, zal gemeenschappelijk zijn en zal voor de vrije-keuzescholen onder dezelfde voorwaarden, volgens dezelfde criteria en in overleg met de betrokken schoolbesturen georganiseerd worden.
De Vlaamse Regering bepaalt hoeveel ouders er nodig zijn, opdat de Vlaamse Gemeenschap de in dit artikel bepaalde verplichtingen op zich dient te nemen. De Vlaamse Regering bepaalt eveneens wat onder redelijke afstand moet worden verstaan.
Met uitzondering van de leerlingen van het basisonderwijs betalen de leerlingen die vervoerd worden naar een school van de vrije keuze de prijs daarvan ten belope van het bedrag dat overeenstemt met de redelijke afstand bedoeld in het eerste lid. Dat bedrag wordt in alle onderwijsnetten vastgesteld volgens het tarief van de NMBS en/of de Lijn.
De bijdragen die de leerlingen moeten betalen worden geïnd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de kosten van het vervoer draagt.
Het Gemeenschapsonderwijs is gemachtigd om een deel of het geheel van het remgeld, opgelegd aan de rechthebbende leerlingen, ten laste van hun dotatie te nemen voor zover hiervoor sociale redenen aanwezig zijn.