§ flandrepo
18 regels · van kracht sinds

Artikel 49

§ 1. De Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen [of één van haar dochtermaatschappijen (ing. decr. 22 december 1993, art. 63, I: 21 juli 1992)] en de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij kunnen worden gemachtigd leningen aan te gaan met gewestwaarborg met het oog op de oprichting, in gemeen overleg, van een naamloze vennootschap die wordt belast met de tenuitvoerlegging van het urgentieplan voor de sociale huisvesting, inzonderheid de financiering ervan, en waarvan de opdrachten nader worden omschreven in § 3.

Met het oog op de financiering van haar opdrachten, kan de naamloze vennootschap ertoe worden gemachtigd leningen aan te gaan met gewestwaarborg.

De Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen en de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij dienen gezamenlijk steeds direct of indirect te beschikken over tenminste de helft plus één van de aandelen in het kapitaal van de vennootschap, alsmede over meer dan vijftig procent van de stemmen en mandaten in de bestuursorganen en in de algemene vergadering.

§ 2. Voor de realisatie van het urgentieplan wordt bij voorkeur een beroep gedaan op de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, de door haar erkende vennootschappen, de gemeenten, de verenigingen van gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of de vereniging van die centra, en desgevallend het Vlaams Woningfonds.

§ 3. Aan de in § 1 bedoelde vennootschap kunnen, op te nemen in een tussen de Vlaamse regering, de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en de naamloze vennootschap te sluiten overeenkomst, inzonderheid de volgende opdrachten worden toevertrouwd:

  1. 1°de financiering van het kopen en bouwen en het kopen en doen bouwen van sociale woningen of daarmee gelijkgestelde woningen, en middelgrote woningen, met inbegrip van de eventuele verwerving van onroerende goederen of zakelijke rechten daartoe vereist en van het uitvoeren en doen uitvoeren van alle werken en handelingen die daarmee verband houden, en met prioriteit voor inbreidings- en stadsvernieuwingsprojecten;
  2. 2°de financiering van en het doen uitvoeren van sanerings- en renovatiewerken aan sociale woningen of daarmee gelijkgestelde woningen, en middelgrote woningen, met inbegrip van de eventuele verwerving van onroerende goederen of zakelijke rechten daartoe vereist en van het uitvoeren en doen uitvoeren van alle werken en handelingen die daarmee verband houden;
  3. 3°de financiering van en het doen uitvoeren, van andere werken die kaderen in de door de Vlaamse regering nader te omschrijven doelstellingen van het urgentieplan, onder meer infrastructuurwerken, het bouwrijp maken van percelen, het oprichten van gemeenschapsvoorzieningen en wijkcentra, met inbegrip van het uitvoeren en doen uitvoeren van alle handelingen die daarmee verband houden;
  4. 4°desgevallend tegen een in de overeenkomst vast te stellen beheersvergoeding, de toekenning, na voorafgaande machtiging van de Vlaamse regering, geval per geval, en de betaalbaarstelling van de tussenkomsten bedoeld in § 6, onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten bepaald door de Vlaamse regering (ing. decr. 18 december 1992, art. 32, I: 21 juli 1992)

§ 4. De sociale woningen of daarmee gelijkgestelde woningen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een financiering door de in § 1 bedoelde vennootschap door middel van de in § 1 bedoelde middelen, of die op initiatief van de vennootschap zelf werden aangekocht, gebouwd, gerenoveerd of gesaneerd door middel van de in § 1 bedoelde middelen, dienen, voor zover voornoemde middelen minstens gedurende een door de Vlaamse regering vast te stellen termijn worden gemobiliseerd, woningen te betreffen die:

  1. 1°hetzij eigendom zijn van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij, de door haar erkende vennootschappen, de gemeenten, de verenigingen van gemeenten, het Vlaams Woningsfonds (ing. decr. 18 december 1992, art. 33, I: 21 juli 1992), de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of de verenigingen van die centra en bestemd zijn om als sociale of daarmee gelijkgestelde woning verhuurd te worden aan particulieren;
  2. 2°hetzij aan voornoemde publiekrechtelijke besturen of maatschappijen ter beschikking gesteld worden met het oog op verhuring of onderverhuring als sociale of daarmee gelijkgestelde woning aan particulieren. In dit geval dienen deze publiekrechtelijke besturen of maatschappijen de betrokken woningen binnen een door de Vlaamse regering vast te stellen termijn in eigendom te kunnen verwerven.

De Vlaamse regering stelt de maximale termijnen vast gedurende dewelke de in § 1 bedoelde middelen van de in § 1 bedoelde vennootschap kunnen worden gemobiliseerd voor verrichtingen die betrekking hebben op middelgrote woningen.

§ 5. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen die van toepassing zijn op de activiteiten van de in § 1 bedoelde vennootschap, alsmede de huurregelingen voor de in § 4 bedoelde particulieren.

§ 6. De Vlaamse regering kan aan de in § 4 bedoelde particulieren een huursubsidie toekennen.

De Vlaamse regering kan eveneens tussenkomen in de financieringslast als gevolg van de in de §§ 3 en 4 bedoelde verrichtingen.

(Zie: B.V.R. 23 juli 1992, B.S., 17 oktober 1992)

De Vlaamse regering kan de bepalingen van deze paragraaf tevens van toepassing verklaren indien een sociale huisvestingsmaatschappij voor de in de §§ 3 en 4 bedoelde verrichtingen een financiering bekomt bij de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij. [ (ing. decr. 8 juli 1997, art. 10, I: 1 juli 1997) ]

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd