§ flandrepo
6 regels · van kracht sinds 1 jan 2020

Artikel III.55

§1. Vanaf het begrotingsjaar 2016 ontvangen de hogescholen voor de taken in verband met het samenwerkingsverband voor hbo5-opleidingen, zoals bepaald in artikel 50 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en hoger beroepsonderwijs, een werkingstoelage van 1.500.000 euro.

§ 2. Het bedrag vermeld in paragraaf 1 wordt vanaf begrotingsjaar 2017 jaarlijks geïndexeerd volgende de bepalingen in artikel III.5, § 9.

§3. De werkingstoelage van een hogeschool, zoals bepaald in paragraaf 1, bestaat uit een sokkel en een variabel deel. De sokkel bedraagt steeds 35.000 euro. Het variabel deel wordt bepaald door het resterende bedrag te verdelen tussen de samenwerkingsverbanden naar rato van het aantal hbo5-opleidingen dat ze aanbieden.

§4. In afwijking van paragraaf 3 wordt in 2014 182.250 euro, gelijk verdeeld over het aantal hogescholen dat lid is van een samenwerkingsverband.

§ 5. Indien de Hogere Zeevaartschool gebruik maakt van de bepaling, vermeld in artikel 50, § 2, van het decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, kan ze geen aanspraak maken op de werkingstoelage als vermeld in paragraaf 1.

§ 6. In afwijking van paragraaf 3 is het bedrag van de werkingstoelage van een hogeschool in het begrotingsjaar 2020 en 2021 gelijk aan het conform artikel III.5, § 9, geïndexeerde bedrag van de werkingsuitkering dat de hogeschool ontvangen heeft in het begrotingsjaar 2019. Vanaf het begrotingsjaar 2022 worden deze middelen toegevoegd aan het variabel onderwijsdeel voor de graduaatsopleidingen VOWhbo, vermeld in artikel III.5.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd