§ flandrepo
12 regels · van kracht sinds 2 jun 2026

Artikel III.12

§1. Het aantal financieringspunten FPi-input in het begrotingsjaar t is gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal opgenomen studiepunten per opleiding, zoals bepaald in paragraaf 2, over de academiejaren t-7/t-6 tot en met t-3/t-2 en het overeenkomstige puntengewicht, zoals bepaald in artikel III.19.

Vanaf het begrotingsjaar 2014 worden, voor de vaststelling van het aantal financieringspunten FPi-input in een instelling, de opgenomen studiepunten in de academisch gerichte hogeschoolopleidingen die met ingang van het academiejaar 2013-2014 geïntegreerd worden in een universiteit, geacht behoord te hebben tot de universiteit tijdens de relevante academiejaren, nodig voor de berekening van het vijfjarige gemiddelde.

In afwijking van het eerste lid is voor de graduaatsopleidingen het aantal financieringspunten voor de berekening van de FPi-input :

  1. 1°in het begrotingsjaar 2022 gelijk aan de som van de producten van het aantal opgenomen studiepunten per opleiding, vermeld in paragraaf 2, van het academiejaar 2019-2020, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19;
  2. 2°in het begrotingsjaar 2023 gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal opgenomen studiepunten per opleiding, vermeld in paragraaf 2, over de academiejaren 2020-2021 en 2019-2020, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19;
  3. 3°vanaf het begrotingsjaar 2024 gelijk aan de som van de producten van het gemiddelde aantal opgenomen studiepunten per opleiding, vermeld in paragraaf 2, over de academiejaren t-5/t-4 tot en met t-3/t-2, en het overeenkomstige puntengewicht, vermeld in artikel III.19.

§ 2. Voor de berekening van het aantal opgenomen studiepunten per opleiding wordt het aantal studiepunten in aanmerking genomen waarvoor een student onder diplomacontract zich heeft ingeschreven voor een graduaatsopleiding of een initiële bacheloropleiding tot op het ogenblik dat de student zestig studiepunten heeft verzameld in een en dezelfde graduaatsopleiding of bacheloropleiding. Voor de vaststelling van die eerste zestig studiepunten in een en dezelfde graduaatsopleiding of bacheloropleiding worden de volgende studiepunten in aanmerking genomen :

  1. 1°het aantal studiepunten waarvoor de student een creditbewijs ontvangen heeft in de desbetreffende graduaatsopleiding of bacheloropleiding;
  2. 2°het aantal studiepunten waarvoor de student in de desbetreffende graduaatsopleiding of bacheloropleiding een vrijstelling heeft gekregen voor een opleidingsonderdeel.

§3. Met behoud van de toepassing van de bepalingen in artikel III.4 behoudt een instelling het aantal opgenomen studiepunten door een generatiestudent als die student zich heroriënteert door in de loop van hetzelfde academiejaar te veranderen van opleiding en instelling, tenzij de uitschrijving plaatsvindt voor de start van het academiejaar.

§4. Het aantal opgenomen studiepunten, berekend overeenkomstig paragraaf 2, door een beurstariefstudent, door een student met een functiebeperking en door een werkstudent wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5.

In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt het aantal opgenomen studiepunten van de student verhoogd met de helft van het aantal opgenomen studiepunten van die student voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd