§ flandrepo
41 regels · van kracht sinds 1 jan 2024

Artikel II.187/1

§ 1. Voor de inschrijving in een bacheloropleiding in het studiegebied Diergeneeskunde geldt naast de algemene toelatingsvoorwaarde, als bijkomende toelatingsvoorwaarde het gunstig gerangschikt zijn op basis van een toelatingsexamen, hierna het toelatingsexamen dierenarts te noemen. Het toelatingsexamen dierenarts wordt georganiseerd door een examencommissie.

Het toelatingsexamen dierenarts beoogt het toetsen van de bekwaamheid van de studenten om een diergeneeskundige opleiding met succes af te ronden.

§ 2. Het toelatingsexamen dierenarts is vergelijkend van aard.

De kandidaten die ten minste de helft van de punten behalen op elk examenonderdeel, voldoen aan de voorwaarde voor rangschikking. Kandidaten die aan deze voorwaarde voldoen, worden gerangschikt in de volgorde van de behaalde numerieke totaalscore.

De gerangschikte kandidaten met de hoogst behaalde scores worden gunstig gerangschikt, rekening houdend met het startquotum, vermeld in paragraaf 3. Kandidaten die voor meerdere toelatingsexamens in aanmerking komen voor een gunstige rangschikking, worden uitsluitend gunstig gerangschikt voor de opleiding met de hoogste voorkeur, vermeld in paragraaf 7.

De lijst met de gunstig gerangschikte kandidaten wordt definitief bekendgemaakt uiterlijk vóór 1 augustus van het jaar waarin het toelatingsexamen dierenarts is georganiseerd.

§ 3. Het startquotum voor de bacheloropleiding in het studiegebied Diergeneeskunde bedraagt 240 kandidaten en is gebaseerd op beroeps- en opleidingsgerelateerde parameters.

Afhankelijk van de examenresultaten die de kandidaten behalen, kan het startquotum overschreden worden. De cesuur wordt principieel getrokken tussen de kandidaten met een verschillend examenresultaat.

De Vlaamse Regering stelt jaarlijks uiterlijk tegen 1 februari het aantal effectieve starters in het lopende academiejaar vast. Indien dit aantal afwijkt van het startquotum dat voor deze opleiding voor dat academiejaar vooropgesteld was, corrigeert de Vlaamse Regering het startquotum voor het volgende academiejaar met dat verschil.

Bijkomend kan de Vlaamse Regering bij deze aanpassing van dit startquotum rekening houden met een of meer van de volgende beroeps- en opleidingsgerelateerde criteria:

  1. 1°het aantal afgestudeerden in de masteropleiding;
  2. 2°het afnemende beroepenveld;
  3. 3°de opleidingscapaciteit.

§ 4. Het toelatingsexamen dierenarts omvat toetsen die betrekking hebben op:

  1. 1°wetenschappelijke kennis en inzicht in de vakken biologie, fysica, chemie en wiskunde, afgestemd op de tweede en de derde graad van het algemeen secundair onderwijs voor de toelatingsexamens georganiseerd tot en met 2024 en afgestemd op de tweede en de derde graad van de doorstroomfinaliteit van het secundair onderwijs voor de toelatingsexamens georganiseerd vanaf 2025;
  2. 2°generieke competenties die aansluiten bij themata uit de beroepspraktijk van dierenartsen.

De Vlaamse Regering legt de nadere regels vast voor de indeling, de wegings-en evaluatiecriteria, met inbegrip van de afrondingsregels, de toetsmethoden en de inhoud van de examens.

§ 5. Het toelatingsexamen dierenarts wordt georganiseerd conform de volgende regels:

  1. 1°het wordt eenmaal per jaar georganiseerd. De organisatie ervan wordt tijdig bekendgemaakt;
  2. 2°de Vlaamse Regering kan een examengeld van ten hoogste 50 euro vastleggen als bijdrage in de organisatiekosten. Vanaf 2019 wordt het bedrag aangepast aan de jaarlijkse stijging van de index van de consumptieprijzen met als referentiedatum 1 januari 2018. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal;
  3. 3°de Vlaamse Regering:
  4. a)organiseert het toelatingsexamen dierenarts volgens de nadere regels die ze bepaalt en legt die vast in een besluit. Bij de organisatie van het examen wordt voor studenten met functiebeperkingen als vermeld in artikel II.221, § 2, in redelijke aanpassingen voorzien;
  5. b)legt de modaliteiten vast van de interne beroepsprocedure en de inzageprocedure. De Vlaamse Regering regelt de werking van de examencommissie, vermeld in paragraaf 6, en bepaalt de vergoedingen van de leden;
  6. c)bepaalt de nadere regels voor het vergelijkende examen, vermeld in paragraaf 1;
  7. 4°de examencommissie, vermeld in paragraaf 6:
  8. a)stelt een werkings- en examenreglement op waarin concrete voorschriften zijn opgenomen ter uitvoering van het besluit, vermeld in punt 3° ;
  9. b)valideert de examenvragen en evalueert de examenresultaten;
  10. c)is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de examens;
  11. d)maakt vooraf het examenprogramma bekend en publiceert na afloop van de examens een representatief staal van de examenvragen en antwoorden;
  12. 5°de voorzitter van de examencommissie, vermeld in paragraaf 6, maakt de resultaten en de lijst, vermeld in paragraaf 2, bekend.

§ 6. De toelatingsexamens, vermeld in dit artikel en in artikel II.187, worden georganiseerd door dezelfde examencommissie, zoals omschreven in artikel II.187, § 7.

§ 7. De toelatingsexamens worden op zodanige wijze georganiseerd dat studenten per academiejaar aan de toelatingsexamens, vermeld in paragraaf 1, en in artikel II.187, §1 en §2, kunnen deelnemen.

Kandidaten voor meerdere toelatingsexamens als vermeld in paragraaf 1 en 2 en in artikel II.187/1, melden bij hun inschrijving uitdrukkelijk hun voorkeursvolgorde van de opleidingen.

De volgorde, vermeld in het tweede lid, is bindend. Door die volgorde worden kandidaten als ze voor meerdere gunstige rangschikkingen in aanmerking komen, alleen opgenomen als gunstig gerangschikte kandidaat op de lijst, vermeld in paragraaf 2, vijfde lid, voor de opleiding met de hoogste voorkeur.

§ 8. De gunstige rangschikking voor het toelatingsexamen dierenarts in een bepaald burgerlijk jaar wordt alleen aanvaard voor het voldoen aan de bijkomende toelatingsvoorwaarde als de student uiterlijk op 30 september van dat burgerlijk jaar voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voor een bacheloropleiding, vermeld in artikel II.178.

§ 9. De bijkomende toelatingsvoorwaarde van gunstige rangschikking voor het toelatingsexamen dierenarts, vermeld in paragraaf 1, geldt ook:

  1. 1°voor de inschrijving in een bachelor- of masteropleiding in het studiegebied Diergeneeskunde als de student vrijstelling heeft verkregen van sommige opleidingsonderdelen of een diploma heeft behaald na een opleiding waarvoor de voormelde bijkomende toelatingsvoorwaarde niet van toepassing is;
  2. 2°voor de inschrijving in een bachelor- of masteropleiding in het studiegebied Diergeneeskunde in geval van een rechtstreekse diplomering als vermeld in artikel II.245.

§ 10. Studenten die in het academiejaar 2022-2023 ingeschreven zijn in de bachelor-of masteropleiding diergeneeskunde, worden vrijgesteld van het toelatingsexamen dierenarts, vermeld in paragraaf 1.

De vrijstelling van het toelatingsexamen dierenarts geldt, met behoud van de toepassing van artikel II.193, ook voor personen die buiten België een diploma van dierenarts hebben behaald en die de toelating hebben om zich aan een universiteit van de Vlaamse Gemeenschap in te schrijven voor een masteropleiding in het studiegebied Diergeneeskunde.

§ 11. Het bewijs van toelating van een student die gunstig wordt gerangschikt en tijdig voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarde, vermeld in paragraaf 8, blijft onbeperkt geldig.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd