1° het project wordt uitgevoerd overeenkomstig de bouwfysische, technische en kwalitatieve normen zoals bepaald door de Vlaamse Regering;
2
1° het project wordt uitgevoerd overeenkomstig de bouwfysische, technische en kwalitatieve normen zoals bepaald door de Vlaamse Regering;
3
2° het project past in de programmatie;
3
2° het project past in de programmatie;
4
3° het project dat opgenomen is in het technische en financiële deel van het masterplan, heeft een gunstig advies gekregen van een daarvoor bevoegde adviescommissie als vermeld in artikel 11, § 2, tweede lid;
4
3° het project dat opgenomen is in het technische en financiële deel van het masterplan, heeft een gunstig advies gekregen van het Fonds;
5
4° de aanvragers beschikken over de nodige financiële middelen, vereist voor de volledige autofinanciering van het project.
5
4° de aanvragers beschikken over de nodige financiële middelen, vereist voor de volledige autofinanciering van het project.
De aanvrager moet minstens over een genotsrecht beschikken op het project waarvoor de aanvraag voor een investeringssubsidie wordt gedaan, voor een periode die voor onroerende goederen in elk geval minstens vijfentwintig jaar bedraagt en voor roerende goederen in elk geval minstens vijf jaar bedraagt. De Vlaamse Regering kan een langere periode bepalen. Als de aanvrager en de eigenaar of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop een project wordt voorzien, twee verschillende personen zijn, mag er geen ongeoorloofde verwantschap bestaan tussen hen. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder er sprake is van een ongeoorloofde verwantschap.
1
De aanvrager moet minstens over een genotsrecht beschikken op het project waarvoor de aanvraag voor een investeringssubsidie wordt gedaan, voor een periode die voor onroerende goederen in elk geval minstens vijfentwintig jaar na de ingebruikname van het project bedraagt en voor roerende goederen in elk geval minstens vijf jaar na de ingebruikname van het project bedraagt. De Vlaamse Regering kan een langere periode bepalen. Als de aanvrager en de eigenaar of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop een project wordt voorzien, twee verschillende personen zijn, mag er geen ongeoorloofde verwantschap bestaan tussen hen. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder er sprake is van een ongeoorloofde verwantschap.
Art. 6. In artikel 2 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 december 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede “voor de uitvoering van het decreet betreffende het preventieve gezondheidsbeleid van 21 november 2003, meer bepaald het principe ‘vervuiler betaalt’ als vermeld in artikel 54, §3, van het decreet” vervangen door de zinsnede “voor de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, conform artikel 54/1 van het voormelde decreet”;
2° in paragraaf 2/4 worden de woorden “Agentschap Zorg en Gezondheid” vervangen door de woorden “Departement Zorg”;
3° paragraaf 2/7, ingevoegd bij artikel 33, 2°, van het decreet van 21 december 2018, wordt vervangen door wat volgt:
“§2/7. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die ter uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald als dekking van de kosten die verbonden zijn aan de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject voor de goedkeuring van alternatieve beheersmaatregelen voor de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, vermeld in het Legionellabesluit van 9 februari 2007.”;
4° paragraaf 2/7, ingevoegd bij artikel 35, 2°, van het decreet van 21 december 2018, wordt vernummerd naar paragraaf 2/7/1;
5° paragraaf 2/8, ingevoegd bij artikel 33, 2°, van het decreet van 21 december 2018, wordt vervangen door wat volgt:
“§2/8. Het Fonds wordt gespijsd met al de volgende elementen:
1° vrijwillige financiële bijdragen van bedrijven die medeverantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van fysische of chemische factoren die schadelijk zijn voor de gezondheid als vermeld in artikel 54/1, §2, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid;
2° vrijwillige bijdragen in het kader van het ‘vervuiler betaalt’-principe, vermeld in artikel 54/1, §3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet;
3° vrijwillige bijdragen in het kader van een gedeelde beleidsmatige verantwoordelijkheid die duidelijk is vastgesteld als vermeld in artikel 54/1, §3, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet;
4° vrijwillige bijdragen in het kader van een gemeenschappelijke wetenschappelijke interesse als vermeld in artikel 54/1, §3, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet;
5° terugvorderingen van salarissen, vergoedingen en toelagen als vermeld in paragraaf 3/8, van de personeelsleden die zijn toegekend binnen het Departement Zorg en die voor bepaalde duur projectmatig worden ingezet om de initiatieven, vermeld in artikel 54/1, §1, van het voormelde decreet, te realiseren.
De bijdragen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en degene die de bijdrage aan het fonds levert.”;
6° paragraaf 2/8, ingevoegd bij artikel 35, 3°, van het decreet van 21 december 2018, wordt vernummerd naar paragraaf 2/8/1;
7° in paragraaf 3/1 worden de woorden “de administratie Zorg en Gezondheid” vervangen door de woorden “het Departement Zorg”;
8° in paragraaf 3/4 worden de woorden “Agentschap Zorg en Gezondheid” vervangen door de woorden “Departement Zorg”;
9° paragraaf 3/7, ingevoegd bij artikel 33, 3°, van het decreet van 21 december 2018, wordt vervangen door wat volgt:
“§3/7. Ten laste van dit Fonds worden de expertisekosten die gedragen worden door het Departement Zorg, aangerekend als ze verband houden met de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject in het kader van alternatieve beheersmaatregelen voor legionella, ter uitvoering van artikel 19 tot en met 21 van het Legionellabesluit van 9 februari 2007.”;
10° paragraaf 3/7, ingevoegd bij artikel 35, 4°, van het decreet van 21 december 2018, wordt vernummerd naar paragraaf 3/7/1;
11° paragraaf 3/8, ingevoegd bij artikel 33, 3°, van het decreet van 21 december 2018, wordt vervangen door wat volgt:
“§3/8. Ten laste van dit Fonds worden conform artikel 54/1, §1, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid de uitgaven aangerekend die verband houden met de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het voormelde decreet. Die uitgaven omvatten ook de betaling van salarissen, vergoedingen en toelagen van de personeelsleden binnen het Departement Zorg die voor bepaalde duur projectmatig worden ingezet om die initiatieven te realiseren.
De overeenkomst, vermeld in paragraaf 2/8, tweede lid, omschrijft welke initiatieven en maatregelen die verband houden met de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid met de bijdragen uit de overeenkomst gefinancierd kunnen worden. De inkomsten, vermeld in paragraaf 2/8, worden steeds aangewend voor uitgaven, vermeld in het eerste lid, die overeenstemmen met hetgeen voorzien is in de overeenkomst op basis waarvan de inkomsten verkregen zijn.”;
12° paragraaf 3/8, ingevoegd bij artikel 35, 5°, van het decreet van 21 december 2018, wordt vernummerd naar paragraaf 3/8/1.
Hoofdstuk 6. Wijzigingen van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 7. In artikel 21, §1, derde lid, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, ingevoegd bij het decreet van 20 maart 2009 en gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016, worden de woorden “oproep en” vervangen door de zinsnede “oproep,” en worden tussen het woord “sluiten” en het woord “van” de woorden “en het verlengen” ingevoegd.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 8. In artikel 23, §1, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 20 maart 2009, worden de woorden “oproep en” vervangen door de zinsnede
“oproep,” en worden tussen het woord “sluiten” en het woord “van” de woorden “en het verlengen” ingevoegd.
Hoofdstuk 7. Wijziging van het decreet van 20 maart 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
§ 2. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar heeft de geadopteerde recht op inzage in zijn adoptiedossier als vermeld in paragraaf 3.
2
§ 2. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar heeft de geadopteerde recht op inzage in zijn adoptiedossier als vermeld in paragraaf 3.
3
Als de geadopteerde minderjarig is, gebeurt de inzage met professionele begeleiding van een medewerker van de adoptiedienst of het afstammingscentrum en in aanwezigheid van zijn ouder, voogd of een meerderjarige vertrouwenspersoon.
3
Als de geadopteerde minderjarig is, gebeurt de inzage met professionele begeleiding van een medewerker van de adoptiedienst of het afstammingscentrum en in aanwezigheid van zijn ouder, voogd of een meerderjarige vertrouwenspersoon.
4
§3. De geadopteerde heeft recht op inzage in:
5
1° de stukken, vermeld in artikel 361-3, 2°, a) en b), van het oud Burgerlijk Wetboek;
6
2° de documenten die betrekking hebben op de gerechtelijke en administratieve procedure waarbij de adoptie tot stand komt;
7
3° de documenten in verband met de nazorg.
4
§ 3. De geadopteerde heeft recht op inzage in de stukken van het adoptiedossier, vermeld in artikel 15, tweede lid, 1° tot en met 3°. De geadopteerde heeft daarnaast toegang tot het deel van het dossier met gegevens over de adoptant, vermeld in artikel 15, tweede lid, 4°, die betrekking hebben op de motivatie voor de adoptie, de redenen voor de aanvaarding van de kandidaat-adoptant en de reden tot plaatsing bij de adoptant.
8
De geadopteerde heeft daarnaast toegang tot het deel van het dossier met gegevens over de adoptant die betrekking hebben op de motivatie voor de adoptie, de redenen voor de aanvaarding van de kandidaat-adoptant en de reden tot plaatsing bij de adoptant.
5
§ 4. De geadopteerde heeft recht op toelichting bij de gegevens uit zijn adoptiedossier. Als bepaalde gegevens ook betrekking hebben op een derde en een volledige inzage in de gegevens door de geadopteerde afbreuk zou doen aan het recht van die derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot die gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.
9
§ 4. De geadopteerde heeft recht op toelichting bij de gegevens uit zijn adoptiedossier. Als bepaalde gegevens ook betrekking hebben op een derde en een volledige inzage in de gegevens door de geadopteerde afbreuk zou doen aan het recht van die derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot die gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.
6
§ 5. De geadopteerde dient zijn verzoek tot inzage schriftelijk in bij het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum registreert de aanvraag en stuurt binnen een maand na de datum van de aanvraag een ontvangstbevestiging aan de aanvrager met informatie over het verdere verloop van de aanvraag.
10
§ 5. De geadopteerde dient zijn verzoek tot inzage schriftelijk in bij het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum registreert de aanvraag en stuurt binnen een maand na de datum van de aanvraag een ontvangstbevestiging aan de aanvrager met informatie over het verdere verloop van de aanvraag.
Lokale loketten, zoals vermeld in artikel 13, moeten voor alle gezinnen de toegankelijkheid van kinderopvanglocaties, vermeld in het eerste lid, bevorderen.
6
Lokale loketten, zoals vermeld in artikel 13, moeten voor alle gezinnen de toegankelijkheid van kinderopvanglocaties, vermeld in het eerste lid, bevorderen.
7
Zolang het aanbod niet volstaat voor alle gezinnen met een behoefte aan kinderopvang, bepaalt de Vlaamse Regering in functie van de toegankelijkheid welke groepen bij voorrang kunnen gebruik maken van het aanbod waarvoor de organisator een subsidie ontvangt als vermeld in artikel 8 en 9.
7
Zolang het aanbod niet volstaat voor alle gezinnen met een behoefte aan kinderopvang, bepaalt de Vlaamse Regering in functie van de toegankelijkheid welke groepen bij voorrang kunnen gebruik maken van het aanbod waarvoor de organisator een subsidie ontvangt als vermeld in artikel 8 en 9.
8
De Vlaamse Regering houdt bij de programmatie van de vergunningen, zoals vermeld in artikel 8 en 9, rekening met een wetenschappelijk onderbouwde raming van de behoefte aan kinderopvang die minstens uitgaat van :
8
De Vlaamse Regering houdt bij de programmatie van de subsidies, zoals vermeld in artikel 8 en 9, rekening met een wetenschappelijk onderbouwde raming van de behoefte aan kinderopvang die minstens uitgaat van :
9
1° de vastgestelde nataliteit en de prognose van de toekomstige nataliteit in het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
9
1° de vastgestelde nataliteit en de prognose van de toekomstige nataliteit in het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
De organisator met een vergunning voor gezinsopvang of met een vergunning voor groepsopvang kan bovenop de subsidies, vermeld in artikel 7, 8 en 9, een subsidie ontvangen van het agentschap voor :
1
De organisator met een vergunning voor gezinsopvang of met een vergunning voor groepsopvang kan een subsidie ontvangen van het agentschap voor :
2
1° de organisatie van kinderopvang met flexibele openingstijden;
2
1° de organisatie van kinderopvang met flexibele openingstijden;
3
2° de organisatie van inclusieve kinderopvang voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
3
2° de organisatie van inclusieve kinderopvang voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
Art. 15. In artikel 12, §1, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zinsnede “waaronder het feit dat ze ministens per zorgregio worden toegekend,” wordt opgeheven;
2° de woorden “voor die subsidie” worden vervangen door de zinsnede “voor de subsidies, vermeld in artikel 7 tot en met 11”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 16. In artikel 19 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 april 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het vijfde lid, 3°, wordt de zinsnede “artikel 15” vervangen door de zinsnede ”artikel 15/1, eerste lid”;
2° in het achtste lid worden de woorden “naar aanleiding van een specifieke gebeurtenis” vervangen door de zinsnede “naar aanleiding van een ernstige gebeurtenis als vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, b),”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.