Betreffende het realisatiegerichte instrumentarium #194
Gemerged Vlaamse Regering voegde 43 artikels samen in decreet-1996-04-16decreet-1997-10-21decreet-2003-07-18 · 24 januari 2020 33 checks vragen aandacht
Amendementen
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: LEE
9 december 2020 (2020-2021)
Amendement
op het ontwerp van decreet
betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
ingediend op
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Verslag van de hoorzittingen
– Nr. 3: Amendementen
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 11
voorgesteld door Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts,
Steven Coenegrachts, Inez De Coninck, Koen Van den Heuvel
en Andries Gryffroy
De tekst van het ontwerp van decreet vervangen door wat volgt:
“Titel 1. Inleidende bepalingen
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Art. 2. Dit decreet wordt aangehaald als: het Instrumentendecreet van […].
Art. 3. Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:
1° administratieve overheid: elke instantie die valt onder de toepassing van
artikel I.3 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
2° beveiligde zending: een aangetekende brief, een afgifte tegen ontvangstbewijs
of elke andere door de Vlaamse Regering toegestane betekeningswijze waarbij
de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
3° beschermingsmaatregel: een maatregel die gericht is op het tegengaan van
nadelige invloeden op de fysieke leefomgeving, waaronder het milieu, de
natuur en het landschap, maar zonder dat het perceel van de betrokkene
fysische wijzigingen ondergaat;
4° Deposito- en Consignatiekas: het bestuur, vermeld in artikel 1 van het koninklijk
besluit nr. 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten
betreffende de inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas
en tot aanbrenging van wijzigingen daarin krachtens de wet van 31 juli 1934;
5° gebruiksbeperking: een beperking op het gebruik van een onroerend goed als
gevolg van bindende maatregelen in het algemeen belang die administratieve
overheden hebben opgelegd op basis van de sectorale regelgeving;
6° initiatiefnemer: de gewestelijke, provinciale of gemeentelijke administratieve
overheid die verantwoordelijk is voor het besluit waarin de gebruiksbeperkingen
worden opgelegd waardoor het recht op een compenserende vergoeding als
vermeld in titel 2, hoofdstuk 1 tot en met 6, of de mogelijkheid om een koopplicht
als vermeld in titel 3, hoofdstuk 1 tot en met 6, toe te passen, ontstaat;
7° instrument: een middel om een ruimtelijk project mogelijk te maken en te
realiseren;
8° Vlaamse Grondenbank: de Vlaamse Grondenbank, opgericht bij het decreet
van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en
houdende wijziging van diverse bepalingen.
Hoofdstuk 2. Doelstelling
Art. 4. Dit decreet beoogt een afgewogen en gemotiveerde inzet van realisatiegerichte en grondgebonden instrumenten met het oog op een optimaal gebruik van
onroerende goederen binnen de doelstellingen van het omgevingsbeleid, vermeld
in artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en artikel 1.2.1 van
het decreet van 5 mei 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Titel 2. Compenserende vergoedingen
Hoofdstuk 1. Definities
Art. 5. In deze titel wordt verstaan onder:
1° aanvrager:
a) de zakelijk gerechtigde of zijn gelijkgestelde conform artikel 5, 2°, a), die
een eigenaarsvergoeding vraagt;
b) de gebruiker of zijn gelijkgestelde conform artikel 5, 2°, b), die een gebruikersvergoeding vraagt;
2° begunstigde:
a) de begunstigde van de eigenaarsvergoeding is de zakelijk gerechtigde
op het moment van de inwerkingtreding van de gebruiksbeperking, zijn
echtgenoot of echtgenote, of zijn wettelijk samenwonende partner, en de
erfopvolgers aan wie het recht op eigenaarsvergoeding is overgedragen of
overgegaan door erfopvolging of testament;
b) de begunstigde van de gebruikersvergoeding is de gebruiker op het moment
van de inwerkingtreding van de gebruiksbeperking, zijn echtgenoot of
echtgenote, of zijn wettelijk samenwonende partner, en de erfopvolgers
aan wie het recht op gebruikersvergoeding is overgedragen of overgegaan
door erfopvolging of testament;
3° compenserende vergoeding: een eenmalige vergoeding die de overheid uitbetaalt
om de kapitaalschade bij de zakelijk gerechtigde en het inkomstenverlies bij
de gebruiker door gebruiksbeperkingen te vergoeden;
4° gebruiker: de persoon die als eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter,
opstalhouder of houder van een recht van gebruik of bewoning het onroerend
goed exploiteert of de persoon die het onroerend goed huurt conform boek III,
titel VIII, hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek;
5° landcommissie: een landcommissie als vermeld artikel 2.2.1 van het decreet
van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting;
6° perceel: kadastraal perceel;
7° zakelijk gerechtigde: de houder van een van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle of blote eigendom;
b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik;
8° woonreservegebied: een gebied als vermeld in artikel 1.1.2, 19°, van de
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Hoofdstuk 2. Doelstelling en toepassingsgebied
Art. 6. Titel 2 van dit decreet heeft tot doel de volgende compenserende vergoedingen op het vlak van de procedure en de berekening van de vergoeding onderling
af te stemmen, op basis van een uniform, transparant en billijk kader voor de begunstigde van de compenserende vergoeding en de initiatiefnemer:
1° de planschadevergoeding, vermeld in artikel 2.6.1, §1, van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening;
2° de bestemmingswijzigingscompensatie, vermeld in boek 6, titel 2, van het
decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;
3° de compensatie ingevolge beschermingsvoorschriften, vermeld in boek 6, titel
3, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid;
4° de gebruikerscompensatie, vermeld in het decreet van 27 maart 2009
houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij
bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar
nut;
5° de compenserende vergoeding voor de uitvoering een natuurinrichtingsproject,
vermeld in artikel 47 …