Betreffende het realisatiegerichte instrumentarium #194
Gemerged Vlaamse Regering voegde 43 artikels samen in decreet-1996-04-16decreet-1997-10-21decreet-2003-07-18 · 24 januari 2020 33 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Verslag van de hoorzittingen
– Nr. 3 en 4: Amendementen
– Nr. 5: Advies van de Raad van State
– Nr. 6: Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking
van persoonsgegevens
– Nr. 7 t.e.m. 9: Amendementen
– Nr. 10: Verslag
– Nr. 11: Reflectienota
28 november 2022 (2022-2023)
Amendementen
voorgesteld na indiening van het verslag
op het ontwerp van decreet
betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
ingediend op
verzendcode: LEE
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 19
voorgesteld door Mieke Schauvliege
na indiening van het verslag
Artikel 14
De inleidende bepaling van paragraaf 3 vervangen door wat volgt:
“§3. De eigenaarswaarde is gebaseerd op een forfaitair vergoedingssysteem op
basis van mediaantransactieprijzen dat rekening houdt met de volgende degres
sieve objectieve correctiefactoren:”.
VERANTWOORDING
Met dit amendement wordt het voorstel dat de experts van de Taskforce Bouwshift naar voor hebben
geschoven, gevolgd. Zij menen dat een forfaitair vergoedingssysteem met mediaantransactieprijzen en
toepassing van correctiefactoren de beste garantie is op een voorspelbaar, rechtszeker, rechtvaardig en
beheersbaar systeem.
Het in voorliggend ontwerp van decreet voorgestelde systeem brengt een grote onzekerheid met zich
mee. Lokale besturen, die zullen moeten opdraaien voor de te betalen eigenaarsvergoedingen, moeten op voorhand kunnen weten waar ze aan toe zijn. Lokale besturen zullen geen realistische raming
kunnen maken in het beginstadium van een planningsinitiatief en zo dreigen nieuwe initiatieven bij
voorbaat in de kiem gesmoord te worden. Een systeem van eigenaarsvergoedingen dat de bedoeling
heeft veelvuldig te worden toegepast, vraagt om een beperkte interpretatiemarge. Het begrip ‘venale
waarde’ kan niet gecorrigeerd worden op basis van objectieve factoren. Een van de sprekers op de
parlementaire hoorzittingen sprak van ‘juridische fictie’. Het is dus van belang de eigenaarswaarde zo
helder mogelijk te omschrijven zonder te verwijzen naar het begrip ‘venale waarde’. Enkel op deze manier wordt een stortvloed aan juridische betwistingen vermeden.
De verwijzing naar het begrip ‘venale waarde’ is dus problematisch. Dit begrip verwijst naar de ‘marktwaarde’ van de grond en heeft als onvermijdelijk resultaat dat ook de speculatieve waarde wordt vergoed. Dat is onrechtvaardig, is oneigenlijk gebruik van belastinggeld en maakt de bouwshift bovendien
onbetaalbaar, zo blijkt uit cijfers uit onder meer het rapport van de Taskforce Bouwshift. Voor de lokale
besturen is de door de meerderheidspartijen voorgestelde regeling nefast. Het is onverantwoord en
maatschappelijk niet uit te leggen dat de overheid kiest om dergelijk grote bedragen van de maatschappij naar een beperkt deel grondbezitters te laten vloeien die bovendien niet het werkelijk geleden
waardeverlies compenseren, maar wel de speculatieve waarde.
Er is dus een groot probleem met de in amendement nummer 12 voorgestelde berekeningswijze van
de eigenaarsvergoeding. Verschillende sprekers hebben tijdens de parlementaire hoorzittingen in de
commissie met voorbeelden duidelijk gemaakt dat deze wijziging de bouwshift onbetaalbaar en dus
onuitvoerbaar dreigt te maken. Dit is in strijd met de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte
Vlaanderen (BRV). Uit het rapport van de Taskforce Bouwshift blijkt dat binnen een forfaitair systeem
op een getrapte manier degressieve correctiefactoren objectief en transparant toegepast kunnen worden waardoor de factuur tot circa 1,8 miljard euro beperkt blijft in tegenstelling tot wanneer met een
100%-vergoeding op basis van de venale waarde gewerkt zou worden. Dan zouden de totaalkosten tot
in de tientallen miljarden kunnen oplopen.
Ook de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning (VRP), de beroepsvereniging voor Vlaamse stedenbouwkundigen en ruimtelijke planners vreest dat indien er een nieuwe regeling komt die tot hogere
planschadekosten zal leiden voor overheden er toe zal leiden dat (lokale) overheden geen herbestemmingen meer zullen doen en de open ruimte verder aangevreten, versnipperd en verhard wordt. Een
bouwshift op basis van waardebepalingen dicht bij de 100% venale waarde aan bouwgrond, dreigt de
bouwshift onbetaalbaar en dus onuitvoerbaar te maken.
Daarom vraagt de indiener van dit amendement, in naam van haar fractie, de schrapping van het begrip
‘venale waarde’ in de definitie van de eigenaarswaarde en de vervanging ervan door een fairder en meer
transparant systeem.
AMENDEMENT Nr. 20
voorgesteld door Mieke Schauvliege
na indiening van het verslag
Artikel 26
In paragraaf 2 het tweede lid vervangen door wat volgt:
“De eigenaarswaarde is de waarde, die wordt bepaald op basis van de verwer
vingswaarde en houdt rekening met de objectieve factoren die de waarde van een
onroerend goed kunnen beïnvloeden.”.
VERANTWOORDING
Zie verantwoording bij amendement nr. 19.
AMENDEMENT Nr. 21
voorgesteld door Mieke Schauvliege
na indiening van het verslag
Artikel 61/1 (nieuw)
Een artikel 61/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“Art. 61/1. Aan artikel 2.2.5, §1, eerste lid, van dezelfde codex, vervangen bij het
decreet van 1 juli 2016 en gewijzigd bij de decreten van 3 mei 2019 en 9 juli 2021,
wordt een punt 16° toegevoegd, dat luidt als volgt:
“16° in voorkomend geval, een register, al dan niet grafisch, van de percelen
waarop een bestemmingswijziging wordt doorgevoerd of een overdruk
wordt toegevoegd die aanleiding kan geven tot ruimtebeslag en de opper
vlaktes van minstens gelijke grootte waarop het bijkomend ruimtebeslag
wordt gecompenseerd.”.”.
VERANTWOORDING
In het kader van planningsneutraliteit (netto geen bijkomend ruimtebeslag meer bij ruimtelijkeplanningsinitiatieven) is het belangrijk dat bij nieuwe planningsinitiatieven planologische neutraliteit optreedt. Als een overheid via een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) in nieuwe harde bestemmingen voorziet, moet een evenwaardige …