Tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat de verplichte installatie van fotovoltaïsche zonnepanelen op dakoppervlakten betreft #1352
Gemerged 




N-VA, cd&v, Open Vld voegde 3 artikels samen in energiedecreet · 30 juni 2022 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking
van persoonsgegevens
– Nr. 3: Advies van de Raad van State
10 november 2022 (2022-2023)
Amendementen
op het voorstel van decreet
van Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne, Willem-Frederik Schiltz,
Freya Perdaens, Tinne Rombouts en Wilfried Vandaele
tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009,
wat de verplichte installatie van fotovoltaïsche
zonnepanelen op dakoppervlakten betreft
ingediend op
verzendcode: LEE
— 1011 B russel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne,
Willem-Frederik Schiltz, Freya Perdaens, Tinne Rombouts
en Wilfried Vandaele
Artikel 1/1 (nieuw)
Een artikel 1/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“Art. 1/1. In artikel 1.1.3, 89°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, het laatst
gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2022, wordt tussen de zinsnede “transmissienet,” en de zinsnede “vervoersnet,” de zinsnede “met inbegrip van de netten,
vermeld in artikel 2, 41° en 42°, van de federale Elektriciteitswet,” ingevoegd.”.
VERANTWOORDING
De netten, vermeld in artikel 2, 41° en 42°, van de federale Elektriciteitswet, zijn enerzijds de gesloten
industriële netten (het federale equivalent van gesloten distributienetten) en anderzijds het tractienet
spoor. Deze twee nettypes werden op dit moment niet expliciet opgelijst onder het begrip net waardoor
gebouwen die op zo een net zijn aangesloten niet onder de PV-verplichting (PV: photovoltaic) zouden
vallen, wat niet de bedoeling kan zijn aangezien de gedefinieerde term net ook wordt gebruikt in de
definitie van de term afnamepunt en daarin dus doorwerkt. Dit wordt nu met voorliggend amendement
geremedieerd.
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne,
Willem-Frederik Schiltz, Freya Perdaens, Tinne Rombouts
en Wilfried Vandaele
Artikel 3
In de voorgestelde tekst van artikel 7.7.3, §1, tweede lid, op de eerste
regel, tussen het woord “is” en de woorden “van toepassing” het woord “dan”
invoegen.
VERANTWOORDING
Zie de verantwoording bij amendement nr. 3.
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne,
Willem-Frederik Schiltz, Freya Perdaens, Tinne Rombouts
en Wilfried Vandaele
Artikel 3
In de voorgestelde tekst van artikel 7.7.3, §1, tussen het derde en het
vierde lid, een nieuw lid invoegen, dat luidt als volgt:
“De Vlaamse Regering kan hierbij bepalen dat de verplichting, vermeld in het
eerste lid, niet van toepassing is als het gemiddelde elektriciteitsverbruik van de
drie voorafgaande kalenderjaren meer dan 10 procent lager is dan de verbruiken,
vermeld in het tweede en derde lid.”.
VERANTWOORDING
De Raad van State maakte in zijn advies nr. 71.942/3 van 25 oktober 2022 (Parl.St. Vl.Parl. 2021-22,
nr. 1352/3) enkele inhoudelijke opmerkingen op het ontworpen artikel 7.7.3.
– De Raad stelt dat in het voorgestelde artikel 7.7.3, §1, eerste lid, van het Energiedecreet voor de
Vlaamse Regering wordt voorzien in de mogelijkheid (“kan”) om een verplichting in te voeren met
betrekking tot het installeren van zonnepanelen, terwijl uit de bepaling van het tweede lid van
die paragraaf zou kunnen worden afgeleid dat de doelgroep reeds op grond van het voorstel van
decreet verplicht wordt om zonnepanelen te installeren. De tekst van de voornoemde bepalingen
dient volgens de Raad op dit punt te worden verduidelijkt.
Hieraan wordt gevolg gegeven door het invoeren in het tweede lid van het woord “dan” (Als de
Vlaamse Regering beslist om de verplichting op te leggen dan slaat ze op de in het tweede en derde
lid bedoelde afgenomen brutohoeveelheden.);
– er wordt akte genomen van de opmerking van de Raad dat het voorstel een beperking inhoudt van
het recht op eigendom. Die beperking lijkt volgens de Raad in beginsel te kunnen worden gebillijkt
in het licht van de doelstellingen van algemeen belang inzake klimaat- en energiebeleid die aan de
regeling ten grondslag liggen en die in de toelichting worden uiteengezet;
– de Raad wijst op het feit dat door het nieuwe goederenrecht een vergaande opdeling van het eigendomsrecht wordt toegelaten. De vraag rijst volgens de Raad op welke wijze voorgestelde regeling,
met inbegrip van de verbruiksdrempels, op dergelijke complexe en heterogene onroerende goederen met verschillende volumes moet worden toegepast.
De verplichting ligt duidelijk op gebouwniveau en wordt opgelegd aan respectievelijk de eigenaar,
de erfpachter of opstalhouder van de gebouwen. Als er echter verschillende eigenaars, erfpachters of opstalhouders van de gebouwen zijn, zijn ze in solidum gehouden om aan de verplichting
te voldoen;
– de Raad van State stelde verder in zijn advies dat, wat betreft de kosteloze toegang tot de gegevens uit het kadaster, er in het licht van de impliciete bevoegdheden vanuit kan worden gegaan
dat aan de criteria met betrekking tot noodzakelijkheid is voldaan, maar dat de Raad betwijfelt of
de regeling wel een marginale weerslag heeft op de federale bevoegdheid en zich leent tot een
gedifferentieerde regeling. De Raad meent dat een dergelijke toegang voor het overige slechts kan
worden georganiseerd met instemming van en in overleg met de federale overheid.
Deze redenering wordt niet gedeeld. Het doorgeven van dergelijke gegevens heeft slechts een zeer
marginale weerslag op de federale bevoegdheid: het gaat immers alleen om het doorgeven van gegevens zonder dat iets in de federale bevoegdheid betreffende het kadaster en dergelijke inhoudelijk wordt gewijzigd. Een informatieverplichting is een regeling die zich bij uitstek tot differentiatie
leent. Er moet verder worden opgemerkt dat een dergelijke regeling echter niet zonder precedent
is, en dat overigens ook de federale overheid regelmatig gelijkaardige verplichtingen oplegt aan
gewestelijke instanties. Er wordt dan ook voorgesteld deze informatieverplichting te behouden, te
meer daar op de federale bevoegdheid betreffende het …