§ flandrepo

Over diverse maatregelen voor het onderwijs #1298

Gemerged Vlaamse Regering voegde 47 artikels samen in decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijsdecreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwijdecreet-1997-02-25 · 19 mei 2022 Alle checks geslaagd
Document (In eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen)
21 juni 2022 · 23 blz.
1298/4 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
*De in eerste lezing aangenomen amendementen zijn cursief gedrukt. De ingevolge amendering geschrapte delen zijn met (…) aangeduid. Documenten in het dossier: 1298 (2021-2022) – 1: Ontwerp van decreet – Nr. 2 en 3: Amendementen 16 juni 2022 (2021-2022) In eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen* van het ontwerp van decreet over diverse maatregelen voor het onderwijs ingediend op verzendcode: OND — 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be Hoofdstuk 1. Inleidende bepaling Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Hoofdstuk 2. Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 Art. 2. In artikel 17, §1, 5°, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 22 juni 2007, worden de woorden “niet langer dan één jaar tevoren werd afgegeven” vervangen door de woorden “niet langer dan een maand tevoren werd afgegeven”. Art. 3. In artikel 24, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007, vervangen bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden “het ontslag om dringende redenen” worden vervangen door de zinsnede “de motieven van het ontslag om dringende redenen, vermeld in het derde lid,”; 2° tussen de zinsnede “, vermeld in artikel 71” en de woorden “Als het personeelslid” wordt de volgende zin ingevoegd: “Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.”; 3° de zinsnede “Als het personeelslid het ontslag ontvangt tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen,” wordt vervangen door de zinsnede “Als het personeelslid de mededeling met de motieven van het ontslag ontvangt tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen,”. Art. 4. In artikel 40octies, tweede lid, 2°, van hetzelfde decreet, toegevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en gewijzigd bij het decreet van 22 juni 2007, worden tussen de woorden “de ICT-coördinator” en de woorden “en de zorgcoördinator” de woorden “, de beleidsondersteuner” ingevoegd. Art. 5. In artikel 52bis, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en vervangen bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de zin “Het personeelslid kan binnen vijf kalenderdagen na de ontvangst van het ontslag om dringende redenen met een aangetekende brief beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 71.” wordt vervangen door de zin “Het personeelslid kan binnen vijf kalenderdagen vanaf de dag nadat de post de schriftelijke mededeling van de motieven van het ontslag om dringende redenen, vermeld in het derde lid, voor het eerst heeft aangeboden, met een aangetekende brief beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 71.”; 2° tussen de zinsnede “, vermeld in artikel 71” en de woorden “Als het personeelslid” wordt de volgende zin ingevoegd: “Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.”; 3° de zinsnede “Als het personeelslid het ontslag ontvangt tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen,” wordt vervangen door de zinsnede “Als het personeelslid de mededeling met de motieven van het ontslag ontvangt tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen,”. Art. 6. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt hoofdstuk Vter, opgeheven bij het decreet van 27 april 2018, opnieuw opgenomen in de volgende lezing: “Hoofdstuk Vter. Mandaat van preventieadviseur”. Art. 7. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt in hoofdstuk Vter, ingevoegd bij artikel 6, artikel 55quater, opgeheven bij het decreet van 27 april 2018, opnieuw opgenomen in de volgende lezing: “Art. 55quater. Als een raad van bestuur een personeelslid belast met de functie van preventieadviseur in het kader van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de Codex over het welzijn op het werk kan de raad van bestuur aan dit personeelslid het mandaat van preventieadviseur toekennen voor het uitoefenen van deze functie. De raad van bestuur kan het mandaat van preventieadviseur slechts toekennen aan een personeelslid dat aangesteld is in een betrekking in een ambt in een instelling van de inrichtende macht en moet daarbij rekening houden met artikel II.1-19 van de Codex over het welzijn op het werk. Het personeelslid dat belast wordt met het mandaat neemt de functie van preventieadviseur op volgens de voorwaarden, opgenomen in de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de Codex over het welzijn op het werk. Bij de beëindiging van het mandaat van preventieadviseur dat de raad van bestuur aan een personeelslid heeft toegekend, houdt de raad van bestuur rekening met artikel II.1-19 van de Codex over het welzijn op het werk.”. Art. 8. In artikel 59ter, §1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de zin “Op straffe van verval dient het beroep ingesteld te worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing.” wordt vervangen door de zinnen “Op straffe van verval moet het beroep worden ingesteld binnen een termijn van twintig kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste aanbieding door de post van de schriftelijke mededeling van de preventieve schorsing die door de raad van bestuur, of de afgevaardigd bestuurder …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd