Over het Vlaamse internationale beurzenprogramma voor topstudenten #1030
Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 29 november 2021 1 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Amendementen
– Nr. 3: Verslag
11 januari 2022 (2021-2022)
Amendementen
voorgesteld na indiening van het verslag
op het ontwerp van decreet
over het Vlaamse internationale
beurzenprogramma voor topstudenten
ingediend op
verzendcode: BUI
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 4
voorgesteld door Kristof Slagmulder, Johan Deckmyn, Carmen Ryheul,
Roosmarijn Beckers, Jan Laeremans en Chris Janssens
na indiening van het verslag
Artikel 4
Een derde lid toevoegen, dat luidt als volgt:
“De beurs wordt toegekend met een minimale duurtijd van tien maanden en een
maximale duurtijd die de totaaltijd van het modeltraject van de te volgen opleiding
bedraagt. De uitbetaling van de beurs geschiedt in schijven per academiejaar. Er
wordt gedurende de opleiding in een duidelijke jaarlijkse opvolgrapportage voorzien en toegepast op basis waarvan de Vlaamse Regering op advies van de jury,
vermeld in artikel 3, derde lid, bij een negatieve evaluatie de toekenning van een
verdere uitbetalingsschijf kan schorsen.”.
VERANTWOORDING
In het artikel zoals het nu voorligt in het ontwerp van decreet, wordt de minimale en maximale duurtijd
niet decretaal vastgelegd, maar wordt dit, middels artikel 5, 5°, over de nadere vastlegging van regels
door de Vlaamse Regering, volledig overgelaten aan de Vlaamse Regering om te bepalen via haar uitvoeringsbesluiten.
De duurtijd staat in dit ontwerp van decreet enkel ingeschreven als nader te bepalen voornemen in de
algemene toelichting in de nota over het desbetreffende ontwerp van decreet, conform de eerdere voornemens uit de visienota Internationaal Beurzenprogramma van 9 juli 2021, waaruit volgend citaat: “Het
beurzenprogramma biedt de geselecteerde studenten een financiële beurs aan voor een opleiding van
één jaar, aan een van de beste kenniscentra ter wereld binnen hun vakgebied. Het programma voorziet
een beurs afhankelijk van de locatie en opleiding. (…) De duur van de studie in het buitenland waarvoor
deze beurs kan worden aangevraagd, is minimaal 10 en maximaal 18 maanden.”
Over de duurtijd maakte de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) echter de terechte opmerking dat hij het
nodig acht om duidelijkheid te scheppen in de duurtijd en af te lijnen welke duurtijden van opleidingen
al dan niet in aanmerking komen. Tegelijk is de Vlor ook vragende partij om de duurtijd van de beurzen
niet te strak vast te leggen, zodat die kan worden gealigneerd met de internationaal gangbare duurtijden van masterprogramma’s, die niet steeds exact één jaar duren maar soms ook twee of drie jaar.
Bij de bespreking van het ontwerp van decreet tijdens de zitting van de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking en Toerisme van 14 december 2021 gaf
de minister-president in dat verband mee dat er, rekening houdend met de opmerkingen van het onderwijsveld en het advies van de Vlor, effectief voor gekozen is om de duurtijd van de beurzen maximaal
en flexibel af te stemmen op de internationaal gangbare duurtijden van masterprogramma’s. Het bleek
immers dat sommige opleidingen twee jaar beslaan, aldus de verklaring van de minister-president.
Het op de ministerraad van 17 december 2021 principieel goedgekeurde besluit van de Vlaamse Regering over het Vlaamse internationale beurzenprogramma voor topstudenten bepaalt de duurtijd in artikel 9, §1, als volgt: “De beurs omvat een vergoeding van de kosten voor onderwijs, voor huisvesting,
voor levensonderhoud en voor verplaatsing, voor de duur van de opleiding, met een maximum van 24
maanden.”
Al deze elementen overwegende, is het echter nodig om de duurtijd van de beurs decretaal vast te
leggen. De omschrijving van de minimale duurtijd zoals voorgesteld in dit amendement zorgt ervoor
dat enkel programma’s van minimaal één academiejaar in aanmerking zouden komen, en dus geen
korte trajecten, waarbij de tijd te beperkt zou zijn om buiten de opleidingsgerelateerde opdrachten ook
nog duurzaam aan netwerking te doen en de rol van ambassadeur van Vlaanderen als academische
innovatieve regio op te nemen, wat volgt uit enerzijds de concrete criteria op basis waarvan de toekenning is gebeurd (beschreven in artikel 3, tweede lid, van het ontwerp van decreet), en anderzijds
uit de algemene doelstellingen van de beurs (beschreven in artikel 2 van het ontwerp van decreet).
De omschrijving van de maximale duurtijd zoals voorgesteld in dit amendement sluit ook beter aan bij
de reële studieduur van het modeltraject van bepaalde (gespecialiseerde) langere opleidingen en het
advies van de Vlor.
Daarnaast maakte ook de Raad van State in zijn advies bij artikel 5 opmerkingen over de uitbetaling en
de voorwaarden tot het verkrijgen van verdere schijven bij een opleiding die langer duurt dan één jaar
en bemerkte ter zake een behoefte aan nauwere decretale vastlegging.
Het op de ministerraad van 17 december 2021 principieel goedgekeurde besluit van de Vlaamse Regering over het Vlaamse internationale beurzenprogramma voor topstudenten regelt de concrete uitbetaling in schrijven middels artikel 10 van datzelfde besluit.
De opmerkingen van de Raad van State overwegende, is het nodig om de uitbetaling ervan in schijven
decretaal vast te leggen. Om ook de (studie)voortgangscontinuïteit te bewaken en te garanderen moet
er ook in een duidelijke opvolgrapportage voorzien worden en moet die toegepast worden.
¢
AMENDEMENT Nr. 5
voorgesteld door Kristof Slagmulder, Johan Deckmyn, Carmen Ryheul,
Roosmarijn Beckers, Jan Laeremans en Chris Janssens
na indiening van het verslag
Artikel 4/1 (nieuw)
Een artikel 4/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“Art. 4/1. De beurs kan retroactief teruggevorderd worden wanneer de ontvanger,
hetzij als student, hetzij als alumnus, verzaakt aan zijn taken volgende uit de concrete criteria op basis waarvan de toekenning is gebeurd, beschreven in artikel 3,
tweede lid, en/of uit de algemene doelstellingen van de beurs, beschreven in artikel 2. …