Artikel 21
§ 1. De inlichtingen waarover de bevoegde autoriteit uit hoofde van dit decreet beschikt, vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming waarin artikel 3.19.0.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 voorziet met betrekking tot soortgelijke inlichtingen.
§ 2. Deze inlichtingen kunnen worden gebruikt :
- 1°voor de vaststelling, toepassing en handhaving van de Belgische wetgeving met betrekking tot de belastingen, vermeld in artikel 2 van richtlijn 2011/16/EU, en de belasting over de toegevoegde waarde, andere indirecte belastingen, douanerechten, de bestrijding van het witwassen van geld en van de financiering van terrorisme;
- 2°voor de vaststelling en invordering van andere belastingen en rechten vallend onder artikel 4 van het decreet van 21 december 2012 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen;
- 3°in mogelijk tot bestraffing leidende gerechtelijke en administratieve procedures wegens overtreding van de belastingwetgeving, met behoud van de toepassing van de algemene regels en de bepalingen betreffende de rechten van de verdachten en getuigen in dergelijke procedures.
Met toestemming van de buitenlandse autoriteit die de inlichtingen overeenkomstig richtlijn 2011/16/EU, heeft verstrekt, en alleen voor zover het in België wettelijk is toegestaan, kunnen de op grond van die richtlijn ontvangen inlichtingen en bescheiden gebruikt worden voor andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in het eerste lid. Dergelijke toestemming wordt verleend als de inlichtingen voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt in de lidstaat van de buitenlandse autoriteit die de inlichtingen verstrekt.
De bevoegde autoriteit kan aan de buitenlandse autoriteiten een lijst meedelen van andere dan de in het eerste lid vermelde doeleinden waarvoor overeenkomstig de Belgische wetgeving de inlichtingen en bescheiden kunnen worden gebruikt. De bevoegde autoriteit kan de ontvangen inlichtingen en bescheiden zonder de toestemming, vermeld in het tweede lid, gebruiken voor alle doeleinden die de inlichtingen verstrekkende lidstaat op een lijst heeft meegedeeld.
De bevoegde autoriteit die inlichtingen en documenten ontvangt, kan de ontvangen inlichtingen en documenten zonder de in het tweede lid bedoelde toestemming ook gebruiken voor elk doel dat onder een op artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gebaseerde handeling valt en die daartoe delen met de buitenlandse autoriteit die verantwoordelijk is voor beperkende maatregelen in de betrokken lidstaat.
In afwijking van het tweede lid vraagt de bevoegde autoriteit toestemming aan de bevoegde buitenlandse autoriteit van de lidstaat waarvan de inlichtingen initieel afkomstig zijn, indien een buitenlandse autoriteit de inlichtingen die ze van de buitenlandse autoriteit van een andere lidstaat verkreeg, heeft doorgegeven aan de bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit die doorgegeven inlichtingen wil gebruiken voor andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in het eerste lid.
§ 3. Wanneer de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van een buitenlandse autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, dan stelt hij de autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat in kennis van zijn voornemen om die inlichtingen aan een derde lidstaat door te geven. Indien de bevoegde buitenlandse autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat zich niet binnen vijftien kalenderdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving verzet heeft tegen die inlichtingenuitwisseling, dan geeft de bevoegde autoriteit de inlichtingen door aan de buitenlandse autoriteit van de derde lidstaat, op voorwaarde dat dit in overeenstemming is met de in dit decreet vastgelegde voorschriften en procedures.
§ 4. Inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden, alsook voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan, die door de aangezochte autoriteit zijn verkregen en overeenkomstig dit decreet aan de verzoekende bevoegde autoriteit zijn doorgegeven, worden door de Vlaamse bevoegde overheidsinstanties op dezelfde voet als bewijs aangevoerd als soortgelijke inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden die door een andere Belgische overheidsinstantie zijn verstrekt.