§ flandrepo
  1. 1 september 2026 Decreet over het onderwijs XXXVI #844 2026005886
    +1 −1 art. IV.35/1
    19Het werkplan, vermeld in het eerste en tweede lid, is minstens één schooljaar geldig. Als de Vlaamse Regering of een van de regio's, vermeld in paragraaf 1, elementen in het werkplan wil wijzigen voor het daaropvolgende schooljaar, kan dat alleen in onderling overleg. Het werkplan wordt bij wijziging opnieuw voorgelegd aan de Vlaamse Regering.19Het werkplan, vermeld in het eerste en tweede lid, is minstens één schooljaar geldig. Als de Vlaamse Regering of een van de regio's, vermeld in paragraaf 1, elementen in het werkplan wil wijzigen voor het daaropvolgende schooljaar, kan dat alleen in onderling overleg. Het werkplan wordt bij wijziging opnieuw voorgelegd aan de Vlaamse Regering.
    20§ 4. De werking van het leerlingenvervoer in de regio's, vermeld in paragraaf 1, wordt gemonitord door de Vlaamse Regering.20§ 4. De werking van het leerlingenvervoer in de regio's, vermeld in paragraaf 1, wordt gemonitord door de Vlaamse Regering.
    21§ 5. De overgangsregeling zoals omschreven in dit artikel zal vier schooljaren gelden vanaf het schooljaar 2022-2023 .21§ 5. De overgangsregeling zoals omschreven in dit artikel zal vier schooljaren gelden vanaf het schooljaar 2022-2023 en wordt voor twee schooljaren verlengd vanaf het schooljaar 2026-2027.
    22De overgangsregeling kan eerder beëindigd worden door de Vlaamse Regering indien er een nieuw regelgevend kader voor het leerlingenvervoer in werking treedt.22De overgangsregeling kan eerder beëindigd worden door de Vlaamse Regering indien er een nieuw regelgevend kader voor het leerlingenvervoer in werking treedt.
  2. +22 −0 art. IV.35/1 nieuw
    1§ 1. In de volgende geografische regio's is voor de toepassing binnen het buitengewoon onderwijs een collectieve afwijking op artikel IV.35 toegestaan:
    21° Leuven - Heverlee;
    32° Hooglede - Izegem - Ingelmunster - Roeselare - Moorslede - Torhout;
    43° Antwerpen - Brasschaat - Schilde - Schoten.
    5§ 2. Als de scholen voor buitengewoon onderwijs in de regio's, vermeld in paragraaf 1, er collectief voor kiezen om af te wijken van artikel IV.35, gebeurt de toekenning van het recht op leerlingenvervoer volgens het criterium en het bijbehorende regelgevend kader als ontwikkeld in die regio in de looptijd van het pilootproject Leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs van september 2017 tot en met juni 2022.
    6De gehanteerde werkwijze voor het toekennen van het recht op vervoer wordt door de regio's, vermeld in paragraaf 1, omschreven in een werkplan. Dat document maakt integraal deel uit van de werking van het leerlingenvervoer in de regio's en bevat minstens al de volgende bepalingen:
    71° bepalingen over de wijze waarop het recht op vervoer wordt toegekend;
    82° bepalingen over wie het recht op vervoer toekent;
    93° bepalingen over de wijze waarop men een aanvraag tot leerlingenvervoer indient vanwege de schooladministratie;
    104° bepalingen over de beroepsprocedure in geval van niet-akkoord;
    115° bepalingen over de centrale op- en afstapplaatsen en wie ze kan gebruiken;
    126° bepalingen over mobiliteitscoaching en wie dat kan volgen;
    137° bepalingen over vervoer op eigen kracht en wie dat kan gebruiken;
    148° bepalingen over kinderopvang en wie dat kan gebruiken;
    159° bepalingen over collectieve, individuele en alternatieve vervoersmodi zoals reeds uitgetest;
    1610° bepalingen over de wijze waarop omgegaan wordt met rechtsgelijkheid voor leerlingen die al dan niet al naar school zijn gegaan in de geografische regio.
    17§ 3. Per regio, vermeld in paragraaf 1, wordt een werkplan voor toepassing op de inschrijvingen vanaf het schooljaar 2022-2023 ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering in het schooljaar 2021-2022.
    18Voor het schooljaar 2023-2024 wordt een nieuw werkplan opgesteld waarin de evaluatieresultaten van de pilootfase, die ten einde loopt in juni 2022, verwerkt worden. Het eindrapport van de evaluatiefase wordt aan de regio's bezorgd.
    19Het werkplan, vermeld in het eerste en tweede lid, is minstens één schooljaar geldig. Als de Vlaamse Regering of een van de regio's, vermeld in paragraaf 1, elementen in het werkplan wil wijzigen voor het daaropvolgende schooljaar, kan dat alleen in onderling overleg. Het werkplan wordt bij wijziging opnieuw voorgelegd aan de Vlaamse Regering.
    20§ 4. De werking van het leerlingenvervoer in de regio's, vermeld in paragraaf 1, wordt gemonitord door de Vlaamse Regering.
    21§ 5. De overgangsregeling zoals omschreven in dit artikel zal vier schooljaren gelden vanaf het schooljaar 2022-2023.
    22De overgangsregeling kan eerder beëindigd worden door de Vlaamse Regering indien er een nieuw regelgevend kader voor het leerlingenvervoer in werking treedt.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd