§ flandrepo

Decreet tot wijziging van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018

Vlaamse Regering #2071 Staatsblad 5 juni 2024 NUMAC 2024005005
11 artikels gewijzigd
+10 −0 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 1.6.4.1 nieuw
1§1. In een hemelwater- en droogteplan wordt een integrale visie met bijbehorend actie- en maatregelenprogramma uitgewerkt over waar en op welke wijze men het hemelwater zo veel mogelijk ter plaatse kan houden, hergebruiken, infiltreren, bufferen, en pas in de laatste stap vertraagd afvoeren met als doelstelling om een lokaal watersysteem uit te bouwen dat weerbaar is tegen de gevolgen van klimaatverandering en zo bijdraagt aan een klimaatrobuuste en leefbare omgeving.
2Een hemelwater- en droogteplan wordt opgemaakt voor het volledige grondgebied van een of meer gemeenten en beslaat het publieke en het private domein.
3§2. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de opmaak van het hemelwater- en droogteplan, vermeld in paragraaf 1.
4Het voormelde hemelwater- en droogteplan wordt goedgekeurd door de gemeenteraad en wordt uiterlijk dertig dagen na die goedkeuring aan de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid bezorgd.
5Het voormelde goedgekeurde hemelwater- en droogteplan wordt raadpleegbaar gemaakt via de gemeentelijke website en de website van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid.
6§3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor:
71° de inhoud van het hemelwater- en droogteplan, vermeld in paragraaf 1, en de afstemming op en relatie met andere beleidsplannen;
82° het proces voor de opmaak van het voormelde hemelwater- en droogteplan; 3° het tijdpad voor de opmaak van het voormelde hemelwater- en droogteplan
9en voor de actualisatie ervan;
104° een overgangsregeling voor reeds bestaande hemelwater- en droogteplannen; 5° de opvolging van de implementatie van het voormelde goedgekeurde hemelwater- en droogteplan.
+2 −2 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 2.1.2
1410° fraude: het oneigenlijke gebruik van het openbaar waterdistributienetwerk, waardoor water, bestemd voor menselijke consumptie onrechtmatig kan worden afgenomen dat niet geregistreerd wordt door de watermeter of waarvan de correcte registratie van het verbruik door kunstgrepen verhinderd wordt;1410° fraude: het oneigenlijke gebruik van het openbaar waterdistributienetwerk, waardoor water, bestemd voor menselijke consumptie onrechtmatig kan worden afgenomen dat niet geregistreerd wordt door de watermeter of waarvan de correcte registratie van het verbruik door kunstgrepen verhinderd wordt;
1511° gebruiker van een private waterwinning: de persoon die een private waterwinning voor water, bestemd voor menselijke aanwending, in gebruik heeft;1511° gebruiker van een private waterwinning: de persoon die een private waterwinning voor water, bestemd voor menselijke aanwending, in gebruik heeft;
1612° gemeentelijke saneringsverplichting: elke verplichting inzake collectieve sanering die op de gemeenten rust. Indien de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit eveneens instaat voor de bouw of exploitatie van individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater, zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, maakt ook deze individuele sanering een integraal onderdeel uit van de gemeentelijke saneringsverplichting;1612° gemeentelijke saneringsverplichting: elke verplichting inzake collectieve sanering die op de gemeenten rust. Indien de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit eveneens instaat voor de bouw en/of exploitatie van individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater, zoals bedoeld in artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, maakt ook deze individuele sanering een integraal onderdeel uit van de gemeentelijke saneringsverplichting;
1713° grens tussen het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en het huishoudelijk leidingnet: de grens tussen het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en het huishoudelijk leidingnet bevindt zich stroomafwaarts onmiddellijk na de aftakking of, indien een gedeelte van de aftakking eigendom is van de abonnee, op het punt waar het eigendomsrecht van de abonnee aanvangt;1713° grens tussen het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en het huishoudelijk leidingnet: de grens tussen het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en het huishoudelijk leidingnet bevindt zich stroomafwaarts onmiddellijk na de aftakking of, indien een gedeelte van de aftakking eigendom is van de abonnee, op het punt waar het eigendomsrecht van de abonnee aanvangt;
1814° grondwater: al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of de ondergrond staat;1814° grondwater: al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of de ondergrond staat;
22b) een vereniging van mede-eigenaars;22b) een vereniging van mede-eigenaars;
2317° huishoudelijk leidingnet: de kranen en de leidingen, fittingen en toestellen die geïnstalleerd worden tussen de kranen die gewoonlijk aangewend worden voor menselijke consumptie en het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en die niet vallen onder de overeenkomstig artikel 2.3.2 vastgestelde verantwoordelijkheid van de waterleverancier;2317° huishoudelijk leidingnet: de kranen en de leidingen, fittingen en toestellen die geïnstalleerd worden tussen de kranen die gewoonlijk aangewend worden voor menselijke consumptie en het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en die niet vallen onder de overeenkomstig artikel 2.3.2 vastgestelde verantwoordelijkheid van de waterleverancier;
2418° individuele sanering: alle installaties, met inbegrip van de leidingen die hiermee rechtstreeks in verbinding staan en die de verbinding maken tussen de installatie en het eigendom van de abonnee of gebruiker van een private waterwinning, waar uitsluitend huishoudelijk afvalwater afkomstig van een of meerdere woongelegenheden gezuiverd wordt en die de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit heeft gebouwd of exploiteert;2418° individuele sanering: alle installaties, met inbegrip van de leidingen die hiermee rechtstreeks in verbinding staan en die de verbinding maken tussen de installatie en het eigendom van de abonnee of gebruiker van een private waterwinning, waar uitsluitend huishoudelijk afvalwater afkomstig van een of meerdere woongelegenheden gezuiverd wordt en die de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit heeft gebouwd en/of exploiteert;
2519° inrichting: de plaatsen waar oppervlaktewater, grondwater of ander water onttrokken, opgestuwd, opgeslagen of behandeld wordt tot water bestemd voor menselijke aanwending, ongeacht de herkomst van het water, en de plaatsen waar water bestemd voor menselijke aanwending in het openbaar of privaat waterdistributienetwerk verdeeld wordt;2519° inrichting: de plaatsen waar oppervlaktewater, grondwater of ander water onttrokken, opgestuwd, opgeslagen of behandeld wordt tot water bestemd voor menselijke aanwending, ongeacht de herkomst van het water, en de plaatsen waar water bestemd voor menselijke aanwending in het openbaar of privaat waterdistributienetwerk verdeeld wordt;
2620° leveringsgebied: een geografisch afgebakend gebied waarbinnen het water bestemd voor menselijke consumptie afkomstig is uit een of enkele bronnen waarbinnen het water kan worden geacht van vrijwel uniforme kwaliteit te zijn;2620° leveringsgebied: een geografisch afgebakend gebied waarbinnen het water bestemd voor menselijke consumptie afkomstig is uit een of enkele bronnen waarbinnen het water kan worden geacht van vrijwel uniforme kwaliteit te zijn;
+4 −2 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 2.6.1.3.1
4§2. Enkel projecten die voorkomen op een subsidiëringsprogramma vastgesteld door de Vlaamse Regering komen in aanmerking voor de in paragraaf 1 bedoelde gewestbijdrage.4§2. Enkel projecten die voorkomen op een subsidiëringsprogramma vastgesteld door de Vlaamse Regering komen in aanmerking voor de in paragraaf 1 bedoelde gewestbijdrage.
5De criteria voor de opname van projecten op het in het eerste lid bedoelde subsidiëringsprogramma zijn inzonderheid:5De criteria voor de opname van projecten op het in het eerste lid bedoelde subsidiëringsprogramma zijn inzonderheid:
61° het in overeenstemming zijn met het gemeentelijk en bovengemeentelijk waterbeleid, gericht op het duurzaam beheren van het oppervlaktewater en het grondwater;
72° het aansluiten van vuilvracht via de riolering op de waterzuiveringsinfrastructuur of het afkoppelen van hemel- en oppervlaktewater.61° vuilvracht is via de riolering aangesloten op de waterzuiveringsinfrastructuur of het afkoppelen van hemel- en oppervlaktewater;
72° de gemeente waarin het project wordt gerealiseerd, beschikt vanaf 1 januari 2025 over een goedgekeurd hemelwater- en droogteplan als ver- meld in artikel 1.6.4.1 en het project is niet in strijd met het goedgekeurd hemelwater- en droogteplan;
83° de instantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting die is vastgelegd in de overeenkomst, vermeld in artikel 2.6.1.3.3, §2, leeft de openbaredienstverplichtingen na die conform artikel 2.5.1.1, §2, en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgelegd;
94° het voorgenomen project is in overeenstemming met het gemeentelijk en het bovengemeentelijk waterbeleid die gericht zijn op het duurzame beheer van het oppervlaktewater en het grondwater.
8§3. De gewestbijdrage, vermeld in paragraaf 1, met inbegrip van de milieutechnische ondersteuning, wordt berekend aan de hand van de door de Vlaamse Regering vastgestelde percentages van de totale kosten die voortvloeien uit:10§3. De gewestbijdrage, vermeld in paragraaf 1, met inbegrip van de milieutechnische ondersteuning, wordt berekend aan de hand van de door de Vlaamse Regering vastgestelde percentages van de totale kosten die voortvloeien uit:
91° de aanleg van een afvoersysteem voor de afvoer van afvalwater, waarbij het hemelwater langs hetzelfde traject wordt afgevoerd, bij voorkeur door middel van een geherwaardeerd grachtenstelsel dat op een milieuverantwoorde wijze in stand wordt gehouden, of door middel van een gelijkwaardige oplossing;111° de aanleg van een afvoersysteem voor de afvoer van afvalwater, waarbij het hemelwater langs hetzelfde traject wordt afgevoerd, bij voorkeur door middel van een geherwaardeerd grachtenstelsel dat op een milieuverantwoorde wijze in stand wordt gehouden, of door middel van een gelijkwaardige oplossing;
+1 −1 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 2.6.1.3.4
1De rechten en verplichtingen, vermeld in artikel 9 tot en met 15 en artikel 16 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, zijn van toepassing op de gemeente, het gemeentebedrijf, de intercommunale of het intergemeentelijk samenwerkingsverband en de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening bij de aanleg en de wijziging van niet-prioritaire rioleringen.1De rechten en verplichtingen, vermeld in artikel 9 tot en met 15 en artikel 16 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, zijn van toepassing op de gemeente, het gemeentebedrijf, de intercommunale of het intergemeentelijk samenwerkingsverband en de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening bij de aanleg en de wijziging van de infrastructuur voor de sanering en de infrastructuur voor infiltratie, buffering en het gebruik van hemelwater die daaraan is gekoppeld.
2De Vlaamse Regering kan de rechten en verplichtingen, vermeld in het eerste lid, nader regelen.2De Vlaamse Regering kan de rechten en verplichtingen, vermeld in het eerste lid, nader regelen.
+2 −2 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 5.2.1.1
1§1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren toezicht op de toepassing van titel II, hoofdstukken 2 tot 5en de uitvoeringsbesluiten .1§1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren toezicht op de toepassing van titel II, hoofdstukken 2 tot 5, hoofdstuk VI, afdeling 1, onderafdeling 3, en hoofdstuk VII, en de uitvoeringsbesluiten ervan en op de uitvoeringsbesluiten en de bepalingen van verordening (EU) 2020/741 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 inzake minimumeisen voor hergebruik van water.
2§2. De in paragraaf 1 bedoelde toezichthoudende ambtenaren kunnen bij de uitoefening van hun ambt:2§2. De in paragraaf 1 bedoelde toezichthoudende ambtenaren kunnen bij de uitoefening van hun ambt:
31° elk onderzoek instellen, elke controle uitoefenen en alle inlichtingen inwinnen die nodig zijn voor de uitoefening van het toezicht;31° elk onderzoek instellen, elke controle uitoefenen en alle inlichtingen inwinnen die nodig zijn voor de uitoefening van het toezicht;
42° alle personen ondervragen over feiten die voor de uitoefening van het toezicht relevant zijn;42° alle personen ondervragen over feiten die voor de uitoefening van het toezicht relevant zijn;
53° de bijstand van de federale politie vorderen;53° de bijstand van de federale politie vorderen;
64° De toezichthoudende ambtenaren hebben voor de uitoefening van hun ambt, te allen tijde, zonder voorafgaande verwittiging, toegang tot de inrichtingen . Indien de inrichting deel uitmaakt van een woning en er een acuut gevaar is voor de doelstellingen opgenomen in artikel 2.1.1, § 2, heeft de toezichthoudende ambtenaar steeds en te allen tijde toegang tot de inrichting om de nodige vaststellingen te doen. Indien de inrichting deel uitmaakt van een woning en er geen acuut gevaar is voor de doelstellingen opgenomen in artikel 2.1.1, § 2, hebben de toezichthoudende ambtenaren toegang tot de inrichting met voorafgaande verwittiging tussen 8 uur en 20 uur.64° De toezichthoudende ambtenaren hebben voor de uitoefening van hun ambt, te allen tijde, zonder voorafgaande verwittiging, toegang tot de inrichtingen en de infrastructuur die wordt aangewend voor de sanering. Indien de inrichting of de infrastructuur die wordt aangewend voor de sanering deel uitmaakt van een woning en er een acuut gevaar is voor de doelstellingen opgenomen in artikel 2.1.1, § 2, heeft de toezichthoudende ambtenaar steeds en te allen tijde toegang tot de inrichting om de nodige vaststellingen te doen. Indien de inrichting of de infrastructuur die wordt aangewend voor de sanering deel uitmaakt van een woning en er geen acuut gevaar is voor de doelstellingen opgenomen in artikel 2.1.1, § 2, hebben de toezichthoudende ambtenaren toegang tot de inrichting met voorafgaande verwittiging tussen 8 uur en 20 uur.
7De toezichthoudende ambtenaren dienen zich steeds te legitimeren.7De toezichthoudende ambtenaren dienen zich steeds te legitimeren.
8§3. Binnen de bevoegdheden die hun overeenkomstig paragraaf 1 zijn toegewezen, kunnen de toezichthoudende ambtenaren mondelinge of schriftelijke raadgevingen, aanmaningen en bevelen geven. Ze kunnen ook de termijn vastleggen waarbinnen de voorschriften moeten worden nagekomen.8§3. Binnen de bevoegdheden die hun overeenkomstig paragraaf 1 zijn toegewezen, kunnen de toezichthoudende ambtenaren mondelinge of schriftelijke raadgevingen, aanmaningen en bevelen geven. Ze kunnen ook de termijn vastleggen waarbinnen de voorschriften moeten worden nagekomen.
+16 −3 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 5.2.1.2
1§1. Wanneer de toezichthoudende ambtenaren vaststellen dat de waterleverancier water bestemd voor menselijke aanwending levert dat niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 2.2.1, §1, en zijn uitvoeringsbesluiten vastgestelde kwaliteitseisen of dat de waterleverancier de overeenkomstig artikel 2.2.1, §3, en zijn uitvoeringsbesluiten vastgestelde herstelmaatregelen en beperkingen van het gebruik niet neemt, kunnen de toezichthoudende ambtenaren, wanneer de waterleverancier weigert gevolg te geven aan de in artikel 5.2.1.1., §3, bedoelde raadgevingen, aanmaningen en bevelen:
1§1. De toezichthoudende ambtenaren kunnen een van de volgende maatregelen opleggen aan een waterleverancier:
21° mondeling en ter plaatse de stopzetting bevelen van de levering van water bestemd voor menselijke aanwending binnen de termijn die zij bepalen of;21° mondeling en ter plaatse de stopzetting bevelen van de levering van water die bestemd is voor menselijke aanwending binnen de termijn die ze bepalen;
32° de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren; de uitvoering van deze maatregelen geschiedt op kosten en risico van de in gebreke blijvende persoon.32° de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren.
4De maatregelen, vermeld in het eerste lid, worden uitgevoerd op kosten en op risico van elke persoon die in gebreke blijft.
5De toezichthoudende ambtenaren kunnen beslissen om de maatregelen, vermeld in het eerste lid, op te leggen als een waterleverancier weigert de raadgevingen, aanmaningen en bevelen, vermeld in artikel 5.2.1.1, §3, na te leven in de volgende gevallen:
61° de waterleverancier levert water dat is bestemd voor menselijke aanwending dat niet voldoet aan de kwaliteitseisen die conform artikel 2.2.1, §1, en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn vastgesteld, of de waterleverancier neemt de herstelmaatregelen en beperkingen van het gebruik niet die conform artikel 2.2.1, §3, en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn vastgesteld;
72° de waterleverancier komt de controleverplichtingen, vermeld in artikel 2.4.1, niet na;
83° er wordt niet voldaan aan de minimale kwaliteitseisen voor tweedecircuitwater en de controle ervan die conform artikel 2.2.1, §1/1, en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn vastgesteld.
9§1/1. De toezichthoudende ambtenaren kunnen de volgende maatregelen opleggen aan een instantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting:
101° het stopzetten bevelen van de lopende aanwending van de financiële middelen en/of de volledige stopzetting van voorgenomen investeringen met de financiële middelen die geïnd zijn voor de sanering op gemeentelijk niveau, en vastleggen voor welke doelstellingen die middelen in een periode die ze vastleggen, aangewend kunnen worden;
112° de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren.
12De maatregelen, vermeld in het eerste lid, worden uitgevoerd op kosten en op risico van de instantie die in gebreke blijft.
13De toezichthoudende ambtenaren kunnen beslissen om de maatregelen, vermeld in het eerste lid, op te leggen als een instantie als vermeld in het eerste lid, weigert om de raadgevingen, aanmaningen en bevelen, vermeld in artikel 5.2.1.1, §3, na te leven in de volgende gevallen:
141° de voormelde instantie geeft onvoldoende invulling aan de doelstellingen voor de verdere ontwikkeling en de uitbouw van de infrastructuur voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting die zijn vastgelegd in de geldende stroomgebiedbeheerplannen. De toezichthoudende ambtenaren kunnen enkel tot onvoldoende invulling besluiten van de doelstellingen als dat blijkt uit de meerjarenplanning voor de gemeentelijke saneringsverplichting en de in de stroomgebiedbeheerplannen vastgestelde reductiedoelstellingen voor de gemeentelijke saneringsinfrastructuur;
152° de voormelde instantie geeft onvoldoende invulling aan de opgelegde openbaredienstverplichtingen voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting. De toezichthoudende ambtenaren kunnen enkel tot onvoldoende invulling besluiten van de openbaredienstverplichtingen wanneer de verplichtingen die opgelegd zullen worden door de Vlaamse Regering niet nageleefd worden. De toezichthoudende ambtenaren respecteren daarbij de in de daarvoor aangenomen uitvoeringsbesluiten randvoorwaarden.
16De maatregelen, vermeld in het eerste lid, worden uitgevoerd op kosten en op risico van de persoon die in gebreke blijft.
4§2. Als de toezichthoudende ambtenaren vaststellen dat de eigenaar of de abonnee of andere gebruikers een van de volgende handelingen stelt:17§2. Als de toezichthoudende ambtenaren vaststellen dat de eigenaar of de abonnee of andere gebruikers een van de volgende handelingen stelt:
51° niet instemmen met of zich verzetten tegen de controles, vermeld in artikel 2.4.1, §1, met uitzondering van de controle van de watermeter;181° niet instemmen met of zich verzetten tegen de controles, vermeld in artikel 2.4.1, §1, met uitzondering van de controle van de watermeter;
+6 −1 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 5.2.1.3
1De waterleverancier, de eigenaar, de abonnee en de verbruiker kunnen beroep indienen bij de Vlaamse Regering tegen de in artikel 5.2.1.1., §3, bedoelde bevelen en de in artikel 5.2.1.2. bedoelde bevelen tot stopzetting of onderbreking van de levering.1De volgende partijen kunnen beroep indienen bij de Vlaamse Regering tegen de bevelen, vermeld in artikel 5.2.1.1, §3, en artikel 5.2.1.2:
21° de waterleverancier;
32° de instantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting;
43° de eigenaar;
54° de abonnee;
65° de verbruiker.
2Het beroep schorst de beslissingen niet.7Het beroep schorst de beslissingen niet.
3Binnen een termijn van twee weken wordt over het beroep uitspraak gedaan.8Binnen een termijn van twee weken wordt over het beroep uitspraak gedaan.
+7 −3 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 5.2.1.4
1De waterleverancier, de eigenaar of de abonnee die van mening is dat de stopzetting of onderbreking van de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, vermeld in artikel 5.2.1.2, niet meer terecht is omdat voldaan is aan de opgelegde voorwaarden voor het heropstarten van de levering, vermeld in artikel 5.2.1.2, §4, tweede lid, kan het heropstarten van de levering aanvragen bij de toezichthoudende ambtenaar die het initieel bevel tot stopzetting of onderbreking van de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, heeft gegeven.1§1. De waterleverancier, de eigenaar of de abonnee die van mening is dat de stopzetting of onderbreking van de levering van water, bestemd voor menselijke aanwending, vermeld in artikel 5.2.1.2, niet meer terecht is omdat voldaan is aan de opgelegde voorwaarden voor het heropstarten van de levering, vermeld in artikel 5.2.1.2, §4, tweede lid, kan het heropstarten van de levering aanvragen bij de toezichthoudende ambtenaar die het initieel bevel tot stopzetting of onderbreking van de levering van water, bestemd voor menselijke aanwending, heeft gegeven.
2In geval van de eigenaar of de abonnee kan de aanvraag alleen gebeuren nadat de procedures zijn doorlopen voor de aanvraag van een heraansluiting bij de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk, bepaald door de Vlaamse Regering.2In geval van de eigenaar of de abonnee kan de aanvraag alleen gebeuren nadat de procedures zijn doorlopen voor de aanvraag van een heraansluiting bij de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk, bepaald door de Vlaamse Regering.
3De aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt gedaan met een gewone brief. De aanvraag moet worden gemotiveerd, waarbij wordt aangetoond dat aan de opgelegde voorwaarden wordt voldaan.3De aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt gedaan met een gewone brief. De aanvraag moet worden gemotiveerd, waarbij wordt aangetoond dat aan de opgelegde voorwaarden wordt voldaan.
4De toezichthoudende ambtenaar beslist over de aanvraagbinnen een termijn van vijftien kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag .4De toezichthoudende ambtenaar beslist over de aanvraag, vermeld in het eerste lid, binnen vijftien dagen na de dag waarop de toezichthoudende ambtenaar de aanvraag heeft ontvangen.
5De aanvrager en de waterleverancier worden met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing binnen een termijn van drie werkdagen.5De aanvrager en de waterleverancier worden met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing binnen de zeven dagen nadat die beslissing werd genomen.
6§2. De instantie die verantwoordelijk is om de gemeentelijke saneringsverplichting uit te voeren, en die van mening is dat maatregelen die op basis van artikel 5.2.1.2, §1/1, zijn opgelegd, niet langer terecht zijn, kan de opheffing ervan vragen bij de toezichthoudende ambtenaar die initieel de maatregelen oplegde.
7De aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt ingediend met een gewone brief. De aanvraag wordt gemotiveerd, waarbij wordt aangetoond dat aan de opgelegde voorwaarden wordt voldaan.
8De toezichthoudende ambtenaar beslist over de aanvraag, vermeld in het eerste lid, binnen vijftien dagen na de dag waarop de toezichthoudende ambtenaar de aanvraag heeft ontvangen.
9De aanvrager wordt met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing binnen de zeven dagen nadat die beslissing werd genomen.
+1 −0 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 5.2.2.1
54° de abonnee of de verbruiker die de beperkingen die zijn vastgelegd ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 3, tweede lid, niet respecteert;54° de abonnee of de verbruiker die de beperkingen die zijn vastgelegd ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 3, tweede lid, niet respecteert;
65° de producent, de distributeur of de verbruiker die opzettelijk of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid een inbreuk maakt op de bepalingen die genomen zijn ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 1/1.65° de producent, de distributeur of de verbruiker die opzettelijk of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid een inbreuk maakt op de bepalingen die genomen zijn ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 1/1.
76° de instantie die verantwoordelijk is om de gemeentelijke saneringsverplichting uit te voeren, en die bevelen als vermeld in artikel 5.2.1.2, §1/1, eerste lid, 1°, niet respecteert.
7§ 2. In afwijking van de straf, vermeld in paragraaf 1, 4°, kunnen gemeenten voor kleine vormen van openbare overlast ten gevolge van het niet naleven van de vastgelegde beperkingen van het gebruik die zijn vastgelegd ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 3, tweede lid, van dit decreet, gemeentelijke sancties bepalen conform artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988.8§ 2. In afwijking van de straf, vermeld in paragraaf 1, 4°, kunnen gemeenten voor kleine vormen van openbare overlast ten gevolge van het niet naleven van de vastgelegde beperkingen van het gebruik die zijn vastgelegd ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 3, tweede lid, van dit decreet, gemeentelijke sancties bepalen conform artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988.
8Als de gemeente geen gemeentelijke sancties conform artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988 heeft bepaald, worden die kleine vormen van openbare overlast in die gemeente bestraft met een geldboete van maximaal 43,75 euro.9Als de gemeente geen gemeentelijke sancties conform artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988 heeft bepaald, worden die kleine vormen van openbare overlast in die gemeente bestraft met een geldboete van maximaal 43,75 euro.
+1 −0 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 5.2.2.2
54° de waterleverancier die de overeenkomstig artikel 2.5.1.1. en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde openbare dienstverplichtingen niet naleeft;54° de waterleverancier die de overeenkomstig artikel 2.5.1.1. en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde openbare dienstverplichtingen niet naleeft;
65° de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk die de overeenkomstig artikel 2.5.3.1 en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen met betrekking tot het waterverkoopreglement niet naleeft.65° de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk die de overeenkomstig artikel 2.5.3.1 en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen met betrekking tot het waterverkoopreglement niet naleeft.
76° de instantie die verantwoordelijk is om de gemeentelijke saneringsverplichting uit te voeren, en die de openbaredienstverplichtingen die conform artikel 2.3.5, §3, en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgelegd, niet naleeft.
+2 −0 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 5.3.1
43° de overeenkomstig artikel 2.2.1, §4, eerste lid, 1°, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen om de verbruikers in te lichten of van informatie te voorzien, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 375 euro;43° de overeenkomstig artikel 2.2.1, §4, eerste lid, 1°, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen om de verbruikers in te lichten of van informatie te voorzien, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 375 euro;
54° de overeenkomstig artikel 2.2.2, §2, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen om een watermeter te plaatsen, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 125 euro per niet geplaatste watermeter.54° de overeenkomstig artikel 2.2.2, §2, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen om een watermeter te plaatsen, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 125 euro per niet geplaatste watermeter.
65° het naleven van de andere openbaredienstverplichtingen dan de openbaredienstverplichtingen, vermeld in punt 1° tot en met 4°, opgelegd aan de waterleverancier conform artikel 2.5.1.1 en de uitvoeringsbesluiten ervan, krijgt de waterleverancier een administratieve geldboete opgelegd van 375 euro tot 750 euro;
76° het naleven van de openbaredienstverplichtingen die conform artikel 2.3.5, §3, en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgelegd, krijgt de instantie die verantwoordelijk is om de gemeentelijke saneringsverplichting uit te voeren een administratieve geldboete opgelegd van 375 euro tot 750 euro.
6§2. De administratieve geldboete wordt opgelegd door de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren.8§2. De administratieve geldboete wordt opgelegd door de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren.
7§3. De overtreder wordt van het voornemen om een administratieve geldboete op te leggen in kennis gesteld bij ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst.9§3. De overtreder wordt van het voornemen om een administratieve geldboete op te leggen in kennis gesteld bij ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd