§ flandrepo

Over het onderwijs XXXVI #844

Gemerged Vlaamse Regering voegde 89 artikels samen in decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijsdecreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwijdecreet-1993-12-01 · 11 mei 2026 1 checks vragen aandacht
Ingediende tekst
de Vlaamse Regering 11 mei 2026 · 1090 blz.
844/1 Officiële PDF
134 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 11 mei 2026. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 3 wijzigt
Art. 3. In artikel 3 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 mei 2024, wordt punt 37° opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 4 wijzigt · §4
Art. 4. Aan artikel 4, §4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007 en gewijzigd bij de decreten van 15 juni 2018, 6 juli 2018 en 9 juli 2021, worden een derde en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt: “Voor de toepassing van hoofdstuk III kan de raad van bestuur de diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt van het bestuurs- en ~À"..\ Vlaa~se •(~ \ Regering Vlaams Parlement844 (2025-2026) – Nr. 1 153 onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, beschouwen als diensten die gepresteerd zijn in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. De raad van bestuur kan daarbij voor een personeelslid diensten in aanmerking nemen voor maximaal 290 dagen, berekend volgens paragraaf 1. Voor de toepassing van hoofdstuk III kan de raad van bestuur de diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt van het ondersteunend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, beschouwen als diensten die gepresteerd zijn in een wervingsambt van een personeelscategorie als vermeld in artikel 2, §1. De raad van bestuur kan daarbij voor een personeelslid diensten in aanmerking nemen voor maximaal 290 dagen, berekend volgens paragraaf 1.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+5 −0 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 20bis berekend
3Over de algemene afspraken over de aanvangsbegeleiding wordt in het bevoegde lokaal comité onderhandeld door de raad van bestuur, door de afgevaardigd bestuurder in het geval van het vormingscentrum, of door de scholengemeenschap, als de instelling tot een scholengemeenschap behoort.3Over de algemene afspraken over de aanvangsbegeleiding wordt in het bevoegde lokaal comité onderhandeld door de raad van bestuur, door de afgevaardigd bestuurder in het geval van het vormingscentrum, of door de scholengemeenschap, als de instelling tot een scholengemeenschap behoort.
4§ 2. Voor een vastbenoemd personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt voor bepaalde duur met toepassing van artikel 55bis of als gevolg van een reaffectatie of wedertewerkstelling, geldt de verplichting tot aanvangsbegeleiding, vermeld in paragraaf 1, niet.4§ 2. Voor een vastbenoemd personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt voor bepaalde duur met toepassing van artikel 55bis of als gevolg van een reaffectatie of wedertewerkstelling, geldt de verplichting tot aanvangsbegeleiding, vermeld in paragraaf 1, niet.
5§3. Een scholengemeenschap of een school, als die niet tot een scholengemeenschap behoort, zorgt ervoor dat een startend personeelslid dat in het basis- of secundair onderwijs tijdelijk aangesteld wordt voor bepaalde duur in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het recht op aanvangsbegeleiding, vermeld in paragraaf 1, gedeeltelijk kan uitoefenen tijdens de toegekende opdracht, rekening houdend met de afspraken en de criteria die lokaal worden vastgelegd, vermeld in het vierde lid. Daarbij wijst de scholengemeenschap of school, als die niet tot een scholengemeenschap behoort, het startende personeelslid bij benadering 20% van diens opdracht toe in het kader van die aanvangsbegeleiding. In dat deel van de aanvangsbegeleiding wordt de focus gelegd op klasmanagement en vakdidactiek.
6Daarvoor wendt een scholengemeenschap of een school, als die niet tot een scholengemeenschap behoort, de eenheden inductie aan zoals vermeld in artikel 153tricies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 34/3 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
7Scholen kunnen ook organieke omkadering aanwenden voor dat doel zoals vermeld in artikel 163bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 212 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
8Over de aanwending van eenheden inductie of organieke omkadering in de vorm van bijzondere pedagogische taken voor dat doel voor de startende personeelsleden, vermeld in het eerste lid, worden in het bevoegde lokaal comité algemene afspraken onderhandeld. Daarbij worden criteria vastgelegd om te bepalen voor welke groepen startende personeelsleden de eenheden inductie prioritair worden aangewend.
9De opdracht van die startende personeelsleden kan nooit meer dan een voltijdse opdracht zijn.
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 23 wijzigt
Art. 6. In artikel 23 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: Vlaams Parlement844 (2025-2026) – Nr. 1 154 1° in het eerste lid worden punt f), punt l) en punt m) opgeheven; 2° het tweede en het derde lid worden opgeheven;3° in het bestaande vierde lid, dat het tweede lid wordt, wordt de zinsnede “na de leeftijdsgrens bedoeld onder f)” opgeheven; 4° aan de bestaande tekst, die paragraf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt: “§2. De directeur of, in voorkomend geval, de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, in geval van een vormingscentrum, en het personeelslid dat de wettelijke pensioenleeftijd bereikt heeft, kunnen in onderling akkoord een einde maken aan de tijdelijke aanstelling van bepaalde duur. Dat akkoord blijkt uit een geschrift. Het geschrift vermeldt de datum van de beëindiging van de tijdelijke aanstelling van bepaalde duur en wordt door beide partijen ondertekend.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 31 wijzigt
Art. 7. In artikel 31 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 november 2023, worden paragraaf 5 en 6 opnieuw opgenomen in de volgende lezing: “§5. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in het wervingsambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de affectatie vastbenoemd was, in het ambt van leraar secundair onderwijs recht op de salarisschaal die verbonden was aan het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in dat ambt. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een wervingsambt van het ondersteunend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van een personeelscategorie als vermeld in artikel 2, §1, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat wervingsambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het wervingsambt van het ondersteunend personeel waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de affectatie vastbenoemd was, in het wervingsambt van affectatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat wervingsambt in een centrum voor volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het wervingsambt van affectatie. Vlaams Parlement844 (2025-2026) – Nr. 1 155 In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de affectatie vastbenoemd was, in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van affectatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat selectie- of bevorderingsambt in een centrum voor volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van affectatie. §6. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in het wervingsambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in een centrum voor volwassenenonderwijs, op diens verzoek op 1 september een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de mutatie opneemt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de mutatie vastbenoemd was, in het ambt van leraar secundair onderwijs recht op de salarisschaal die verbonden was aan het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in dat ambt. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een wervingsambt van het ondersteunend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van een personeelscategorie als vermeld in artikel 2, §1, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat wervingsambt. Als het personeelslid de mutatie opneemt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het wervingsambt van het ondersteunend personeel waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de mutatie vastbenoemd was, in het wervingsambt van mutatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat wervingsambt in een centrum voor volwassenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het wervingsambt van affectatie. Vlaams Parlement844 (2025-2026) – Nr. 1 156 In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de mutatie vastbenoemd was, in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van mutatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat selectie- of bevorderingsambt in een centrum voor volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van mutatie.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 50 wijzigt · §1bis
Art. 8. In artikel 50, §1bis, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt de zinsnede “na de leeftijdsgrens bedoeld in artikel 23, f),” opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 55 wijzigt · vicies/2
Art. 9. In artikel 55vicies/2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, wordt paragraaf 1 opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 61 wijzigt · §1
Art. 10. In artikel 61, §1, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt het tweede lid opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+2 −2 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 77quinquies berekend
1Een personeelslid dat met toepassing van artikelen 41 en 42 van de arbeidswet van 16 maart 1971 door de werkgever verwijderd werd uit een risico kan door de bevoegde inrichtende macht belast worden met pedagogische ofadministratieve taken in een nietorganieke betrekking in haar ambt in de instelling of het centrum in kwestie en/of voor de scholengemeenschap. Mits onderling akkoord kan het personeelslid deze taken ook uitoefenen in een andere instelling van de scholengemeenschap.1Als een raad van bestuur en, voor het vormingscentrum, de afgevaardigd bestuurder voor een tijdelijk of vastbenoemd personeelslid voor wie volgens artikel 41 van de arbeidswet van 16 maart 1971 een risico is vastgesteld, geen toepassing kunnen maken van de maatregelen, vermeld in artikel 42, §1, eerste lid, 1° of 2°, van de voormelde wet, moeten de raad van bestuur en, voor het vormingscentrum, de afgevaardigd bestuurder dat personeelslid belasten met in haar toestand toelaatbare pedagogische taken of, als het personeelslid niet in het bezit is van een pedagogisch bekwaamheidsbewijs, met in haar toestand toelaatbare administratieve taken in een niet-organieke betrekking in haar ambt in de instelling of het centrum waar het personeelslid is aangesteld of in een andere instelling of een ander centrum van de scholengroep of van de scholengemeenschap.
2De Vlaamse Regering bepaalt de nadere administratieve en geldelijke gevolgen van deze maatregel.
2Tijdens de periode waarin het personeelslid met een niet-organieke betrekking als vermeld in het eerste lid wordt belast, is het personeelslid in dienstactiviteit. Het personeelslid blijft titularis van haar betrekking, behoudt daarbij haar salaris en kan worden vervangen volgens de gebruikelijke vervangingsregeling.
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 86 wijzigt
Art. 12. In artikel 86 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een punt 12° toegevoegd, dat luidt als volgt: “12° als Medex beslist dat het personeelslid voor onbepaalde tijd medisch ongeschikt is om op een regelmatige wijze zijn functies te vervullen.”; 2° aan de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt: “§2. Als een vastbenoemd personeelslid conform §1, 12°, ontslagen wordt, betaalt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming de werkgevers- en werknemersbijdragen met het oog op de opname van het personeelslid in de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering en de moederschapsverzekering. De duur van de gedekte periode mag de duur van de benoeming van het ontslagen personeelslid niet overschrijden.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 88 wijzigt
Art. 13. In artikel 88 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juni 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden punt 2°, punt 5° en punt 6° opgeheven; 2° het tweede en het derde lid worden opgeheven; 3° aan de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt: “§2. De raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, in geval van een vormingscentrum, kan een einde maken aan de vaste benoeming of aan de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur van een personeelslid dat de wettelijke pensioenleeftijd bereikt heeft. De raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder neemt daarbij een opzeggingstermijn in acht, die gelijk is aan drie maanden per begonnen schijf van tien jaar dienstanciënniteit die het personeelslid heeft verworven. De opzegging wordt gemotiveerd. Met behoud van de toepassing van het eerste lid, kan het personeelslid bij het voltooien van de opzeggingstermijn voortwerken tot het einde van de maand waarin het personeelslid de opzeggingstermijn volbracht heeft. De opzeggingstermijn, vermeld in het eerste lid, gaat in op de maandag die volgt op de week waarin de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, Vlaams Parlement844 (2025-2026) – Nr. 1 158 in geval van een vormingscentrum, het personeelslid op de hoogte heeft gebracht van het ontslag. De kennisgeving gebeurt op straffe van nietigheid op een van de volgende wijzen: 1° door aan het personeelslid een geschrift tegen ontvangstbewijs af te geven. De handtekening van het personeelslid op het duplicaat van het geschrift geldt alleen als bericht van kennisneming; 2° met een aangetekende brief die uitwerking heeft de derde werkdag na de datum van de verzending ervan; 3° bij deurwaardersexploot. Op straffe van nietigheid vermeldt de kennisgeving, vermeld in het vierde lid, het begin en de duur van de opzeggingstermijn. In afwijking van het eerste lid kunnen de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, in geval van een vormingscentrum, en het personeelslid in onderling akkoord een einde maken aan de vaste benoeming of aan de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Dat akkoord blijkt uit een geschrift. Het geschrift vermeldt de datum van de beëindiging van de vaste benoeming of van de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur en wordt door beide partijen ondertekend.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+11 −0 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 88ter nieuw
1De raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, mag, met toepassing van artikel 88, §2, alleen eenzijdig een einde maken aan de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of aan de vaste benoeming van een personeelslid om redenen die vreemd zijn aan de uitoefening door het personeelslid van een van de volgende rechten:
21° het recht op omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling, vermeld in artikel 4/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009 betreffende het omstandigheidsverlof, het verlof wegens overmacht, het onbezoldigd ouderschapsverlof en het geboorteverlof in geval van overlijden of hospitalisatie van de moeder voor bepaalde personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid ten gunste van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
32° het recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
4Vlaams Parlement844 (2025-2026) – Nr. 1 159
53° het recht op afwezigheid voor verminderde prestaties voor zorgdoeleinden, vermeld in artikel 10 van het besluit van de Vlaamse regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties;
64° het recht om een flexibele werkregeling aan te vragen, vermeld in artikel 12undecies van dit decreet;
75° het recht om een nevenactiviteit uit te oefenen binnen de grenzen van de cumulatieregeling en de regeling rond onverenigbaarheden van het schoolbestuur, geregeld in een reglement of in het arbeidsreglement van het schoolbestuur;
86° het recht op een nieuwe affectatie of mutatie, vermeld in hoofdstuk III, afdeling IV, van dit decreet.
9Het principe, vermeld in het eerste lid, gaat in op de dag van de aanvraag van een van de rechten, vermeld in het eerste lid, met uitzondering van het recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, dat ingaat op de dag van de geboorte van het kind. Het verbod eindigt dertig dagen na de uiterste datum van de uitoefening van het recht.
10De raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, deelt het personeelslid schriftelijk mee wat de redenen voor het ontslag zijn. Als de ingeroepen redenen niet vreemd zijn aan de uitoefening van het recht waarvan het personeelslid gebruikmaakt of als er geen reden opgegeven is, betaalt de raad van bestuur aan het personeelslid aanvullend op de opzeggingstermijn een forfaitaire vergoeding die gelijk is aan het brutoloon voor zes maanden. Die vergoeding mag bij het ontslag van een personeelslid dat gebruikmaakt van het recht op omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling, het recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en het recht om een nevenactiviteit uit te oefenen, niet samen genoten worden met andere vergoedingen die in het kader van een bijzondere beschermingsprocedure tegen ontslag zijn bepaald.
11Elke handeling van de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, na afloop van de periode, vermeld in het tweede lid, die als doel heeft om de aanstelling te beëindigen waarvoor tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, voorbereidingen zijn getroffen, wordt gelijkgesteld met een ontslag door de raad van bestuur of de afgevaardigd bestuurder, voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, als vermeld in het eerste lid. Onder treffen van enige voorbereiding wordt ook het nemen van de ontslagbeslissing begrepen.
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 5 wijzigt
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 6 wijzigt · §4
+5 −0 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 20bis berekend
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 21 wijzigt
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 42 wijzigt · §1bis
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 44quinquies wijzigt · decies/2
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 45 wijzigt
+2 −2 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 51quinquies berekend
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 60 wijzigt
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 62 wijzigt
+11 −9 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 62ter nieuw
decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 64 wijzigt
decreet-1993-12-01/art. 22 wijzigt
+10 −0 decreet-1993-12-01/art. 22/1 nieuw
decreet-1996-06-20/art. 2 wijzigt
+5 −0 decreet-1996-06-20/art. 3 berekend
decreet-1996-06-20/art. 4 wijzigt
+0 −0 decreet-1996-06-20/art. 5 opgeheven
decreet-1997-02-25/art. 3 wijzigt · 4°
+3 −2 decreet-1997-02-25/art. 12/1 berekend
decreet-1997-02-25/art. 13 wijzigt
+17 −0 decreet-1997-02-25/art. 13/0 nieuw
decreet-1997-02-25/art. 13/1 wijzigt
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 14/0 berekend
decreet-1997-02-25/art. 15 wijzigt · §1, eerste lid
decreet-1997-02-25/art. 20 wijzigt · §1, 1°
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 20/1 berekend
+20 −0 decreet-1997-02-25/art. 35 berekend
decreet-1997-02-25/art. 37 wijzigt · §2
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 37/1 berekend
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 37/2 berekend
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 37/3 berekend
+2 −1 decreet-1997-02-25/art. 37novies berekend
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 37/26 berekend
decreet-1997-02-25/art. 37/62 wijzigt · §2
decreet-1997-02-25/art. 44 wijzigt
decreet-1997-02-25/art. 44bis wijzigt · §2
decreet-1997-02-25/art. 44octies voegt in
decreet-1997-02-25/art. 51 wijzigt · §4
decreet-1997-02-25/art. 125novies wijzigt · §1
decreet-1997-02-25/art. 125decies wijzigt
decreet-1997-02-25/art. 154 wijzigt · §2, eerste lid
decreet-1997-02-25/art. 177 wijzigt · §1, 1°
+1 −7 decreet-2007-06-15/art. 72octies berekend
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 2 berekend
+2 −1 decreet-2009-05-08/art. 39 berekend
+2 −0 decreet-2009-05-08/art. 149 berekend
+1 −2 decreet-2009-05-08/art. 150 berekend
+1 −2 decreet-2009-05-08/art. 151 berekend
+10 −0 decreet-2009-05-08/art. 152/1 nieuw
+6 −0 decreet-2018-03-09/art. 9 berekend
+6 −4 decreet-2018-03-09/art. 18 berekend
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 19 berekend
decreet-2018-03-09/art. 26 wijzigt
+0 −4 decreet-2018-03-09/art. 33 berekend
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 67 berekend
+2 −1 decreet-2018-03-09/art. 69 berekend
decreet-2018-03-09/art. 84/1 voegt in
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 85 berekend
decreet-2018-03-09/art. 114 wijzigt · §2
+1 −0 decreet-2018-03-09/art. 120/1 nieuw
+2 −0 decreet-2018-03-09/art. 126 berekend
+2 −2 decreet-2018-03-09/art. 136 berekend
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 145 berekend
+2 −1 decreet-2018-03-09/art. 146 berekend
+3 −1 decreet-2018-03-09/art. 150 berekend
+1 −0 decreet-2018-04-27/art. 5 berekend
+2 −0 decreet-2018-04-27/art. 41 berekend
decreet-2022-06-03-1037193/art. 24 wijzigt
+1 −1 decreet-2022-06-03-1037193/art. 25 berekend
decreet-2022-06-03-1037193/art. 38 wijzigt
+1 −1 decreet-2022-06-03-1037193/art. 39 berekend
+3 −3 decreet-2023-04-28/art. 17 berekend
+0 −27 decreet-2023-06-30/art. 20 opgeheven
art. 2de wet van 4 augustus 1986 tot regeling van de oppensioenstelling van de leden van het onderwijzend personeel van het universitair onderwijs en tot wijziging van andere bepalingen van de onderwijswetgeving wijzigt
art. 10 wijzigt
art. 34/2 voegt in
art. 34/3 voegt in
art. 48 vervangt
art. 57 wijzigt
art. 110/31 wijzigt · §3, tweede lid
art. 113 wijzigt
art. 115/12 voegt in
art. 116 wijzigt · 1°
art. 118 vervangt
art. 122/6 wijzigt · eerste lid
art. 146 wijzigt · §3, tweede lid
art. 169 wijzigt · §2
art. 252/1 wijzigt
art. 253/18 wijzigt · §2
art. 253/20 wijzigt · eerste lid, 5°
art. 253/24 wijzigt · §1, 4°
art. 253/49 wijzigt · §2
art. 253/51 wijzigt · §1, 5°
art. 253/55 wijzigt · §1, 4°
art. 253/62 wijzigt
art. 256/2/1 voegt in
art. 256/3 wijzigt · §2
art. 256/4 wijzigt · §3
art. 306 wijzigt
art. 308/1 wijzigt
art. 314 wijzigt
art. 332/1 wijzigt · eerste lid
art. 333 wijzigt
art. 335/1 wijzigt
art. 336 wijzigt · §1
art. 357/2 wijzigt
art. 357/6 wijzigt · eerste lid
art. 357/7 wijzigt
art. 357/9 wijzigt
art. 357/43 wijzigt
art. 357/46 wijzigt · §2
art. 357/62 wijzigt
art. 357/65 wijzigt
art. 5het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 wijzigt
art. 17/1het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 voegt in
art. 32het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 wijzigt
art. 41het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 wijzigt
art. 58het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 wijzigt
art. 71het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 heft op
art. 88/1het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 voegt in
art. 88/2het decreet Rechtspositie Basiseducatie van 7 juli 2017 voegt in
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd