§ flandrepo

Bij de begroting 2025 #121

Gemerged Vlaamse Regering voegde 46 artikels samen in decreet-2002-07-05decreet-2007-06-15decreet-2009-02-20 · 8 november 2024 35 checks vragen aandacht
Verslag
13 december 2024 · 8 blz.
121/7 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier: : Ontwerp van programmadecreet – Nr. 2 t.e.m. 6: Amendementen verzendcode: FIN ingediend op 10 december 2024 (2024-2025) Verslag namens de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting, Justitie en Onroerend Erfgoed uitgebracht door Philippe Muyters over het ontwerp van programmadecreet bij de begroting 2025 Hoofdstuk 1. Algemeen Hoofdstuk 5. Financiën en Begroting Hoofdstuk 8. Inwerkingtreding Samenstelling van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting, Justitie en Onroerend Erfgoed: Voorzitter: Sander Loones. Vaste leden: Arnout Coel, Sander Loones, Philippe Muyters, Sarah Smeyers; Adeline Blancquaert, Tom Lamont, Anke Van dermeersch, Bart Van Opstal; Pablo Annys, Burak Nalli; Toon Vandeurzen, Peter Van Rompuy; Maurits Vande Reyde; Jos D'Haese; Mieke Schauvliege. Plaatsvervangers: Mieke Claes, Gijs Degrande, Els van Doesburg, Hans Vanhoof; Michiel Awouters, Frédéric Erens, Freija Van den Driessche, Wim Verheyden; Freya Van den Bossche, Kris Verduyckt; Kris Declercq, Katrien Schryvers; Egbert Lachaert; Line De Witte; Bram Jaques. Op 12 en 26 november en 3 december 2024 besprak de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting, Justitie en Onroerend Erfgoed hoofdstuk 1. Algemeen, 5. Financiën en Begroting en hoofdstuk 8. Inwerkingtreding (voor wat de artikelen in hoofdstuk 1 en 5 betreft) van het ontwerp van programmadecreet bij de begroting 2025 (Parl. St. Vl. Parl. 2024-25, nr. 121/1). Dat gebeurde in aanwezigheid van minister Ben Weyts, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Begroting en Financiën, Vlaamse Rand, Onroerend Erfgoed en Dierenwelzijn. Het ontwerp van programmadecreet werd samen besproken met het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2025 (Parl.St. Vl.Parl. 2024-25, nr. 14/1) en met het ontwerp van decreet houdende de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2025 (Parl.St. Vl.Parl. 2024-25, nr. 15/1). De verslaggeving van de bespreking van deze drie ontwerpen werd in één verslag gebundeld waarvoor het verslag van deze commissie bij het ontwerp van decreet houdende de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2025 (Parl.St. Vl.Parl. 2024-25, nr. 15/11) de basis vormt. 1. Inleiding In de vergadering van 3 december 2024 hield de commissie de artikelsgewijze bespreking van en de stemming over het deel van het ontwerp van programmadecreet (Parl.St. Vl.Parl. 2024-25, nr. 121/1) die aan de commissie werden toegewezen. Het betreft de hoofdstukken: hoofdstuk 1. Algemeen, hoofdstuk 5. Financiën en Begroting en hoofdstuk 8. Inwerkingtreding. 2. Bespreking 2.1. Toelichting van minister Ben Weyts van drie regeringsamendementen Minister Ben Weyts licht de drie regeringsamendementen toe. Amendement nr. 2 (Parl.St. Vl.Parl. 2024-25, nr. 121/3) slaat op beroepsverkopers, die van een gunsttarief genieten op voorwaarde dat zij het betrokken pand opnieuw verkopen binnen een periode van acht jaar. Tijdens de vorige zittingsperiode werd het basistarief in het verkooprecht verhoogd van 10 procent naar 12 procent, maar heeft men niet dezelfde beweging gemaakt voor de beroepsverkopers, die van een gunsttarief van 4 procent bleven genieten. Met dit amendement worden ze onderworpen aan 6 procent, wat volgens de spreker nog altijd een gunsttarief is. De termijnvoorwaarde van acht jaar blijft ongewijzigd. Amendement nr. 3 (Parl.St. Vl.Parl. 2024-25, nr. 121/3) gaat over de afschaffing van enkele fiscale gunstmaatregelen waarvan de baten niet in verhouding stonden tot de kosten en ook niet tot het succes ervan. Een eerste van die drie fiscale gunstmaatregelen betreft het verkooprecht van 6 procent in plaats van 12 procent op voorwaarde dat men een investering zou doen in het onroerend erfgoed en die investering moest dan worden goedgekeurd in het kader van een beheersplan door het agentschap Onroerend Erfgoed, dat nadien ook de nodige controles moest uitvoeren. Dat bracht heel veel overheadkosten met zich mee en kende weinig succes. Een tweede gunstmaatregel gaat over het verkooprecht van 1 procent bij de aankoop van een beschermd monument als enige eigen woning. In plaats van 3 procent wordt het algemeen tarief verlaagd naar 2 procent en dus wordt het voordeel nog beperkter. Vereiste is dat het genoten voordeel van 1 procent wordt geherinvesteerd in het betrokken onroerend erfgoed en dat de werken die uitgevoerd worden, worden opgenomen in een beheersplan dat goedgekeurd wordt door het agentschap Onroerend Erfgoed, en dat vervolgens de effectieve realisatie ervan wordt gecontroleerd. Ook hiervan was het succes betrekkelijk beperkt en bovendien moest de koper de werken binnen vijf jaar realiseren en er ook binnen die termijn gedomicilieerd zijn. Tot slot is er het verlaagde tarief schenkingsrecht van onroerend goed dat onderworpen is aan progressieve tarieven die oplopend zijn naargelang de waarde van het onroerend goed en naargelang de verwantschap tussen schenker en begiftigde. Bij de schenking van een beschermd monument werden die tarieven iets verlaagd, maar ook hier moest het verkregen voordeel binnen vijf jaar geherinvesteerd worden in het beschermde monument. Ook hier wogen de baten niet op tegen de lasten. Amendement nr. 4 (Parl.St. Vl.Parl. 2024-25, nr. 121/3) gaat over de afschaffing van enkele gunsten in het kader van de personenbelasting. Van het fiscale voordeel rond onroerend erfgoed, een beperkte belastingvermindering voor wie werken uitvoert aan een beschermd monument, werd beperkt gebruikgemaakt, maar er moesten toch heel wat controles uitgevoerd worden. Door de afschaffing ervan worden de administratieve lasten verlicht. De afschaffing gebeurt vanaf inkomstenjaar 2025, omdat wie in 2024 nog werken heeft laten uitvoeren, anders voor een voldongen feit wordt geplaatst. 2.2. Bespreking van amendement nr. 2 over de beroepsverkopers. Maurits Vande Reyde en zijn fractie gaan niet akkoord …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd