§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de voorbereidende rechtspleging betreft #379

Gesloten Lorin ParysKatrien SchryversCarina Van CauterMaaike De VreeseJo BrounsPhilippe Muyters N-VA, cd&v, Open Vld wou 4 artikels wijzigen in woonzorgdecreet-van-15-februari-2019 · 22 juni 2020 Alle checks geslaagd
Amendementen
6 juli 2020 · 3 blz.
379/2 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: FIN 30 juni 2020 (2019-2020) Amendementen op het voorstel van decreet van Lorin Parys, Katrien Schryvers, Carina Van Cauter, Maaike De Vreese, Jo Brouns en Philippe Muyters tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de voorbereidende rechtspleging betreft ingediend op Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet — 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be AMENDEMENT Nr. 1 voorgesteld door Lorin Parys, Katrien Schryvers, Carina Van Cauter, Maaike De Vreese, Jo Brouns en Philippe Muyters Artikel 2 In de bij punt 5° voorgestelde tekst van paragraaf 4, op de derde regel, de zinsnede “3°” vervangen door de zinsnede “3°/1”. VERANTWOORDING Het betreft hier een technische rechtzetting. Ook de plaatsing van een minderjarige verdachte in een forensische kinder- en jeugdpsychiatrische afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis kan verderlopen voor de oorspronkelijke bepaalde duur, kan verlengd worden of kan herzien worden overeenkomstig artikel 16, §2. Voor de plaatsing van een minderjarige verdachte in een forensische kinder- en jeugdpsychiatrische afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis geldt wel een afwijking, bepaald in artikel 21, §5, van het decreet Jeugddelinquentierecht, wat het aantal verlengingen betreft.  AMENDEMENT Nr. 2 voorgesteld door Lorin Parys, Katrien Schryvers, Carina Van Cauter, Maaike De Vreese, Jo Brouns en Philippe Muyters Artikel 2 Een punt 6° toevoegen, dat luidt als volgt: “6° een paragraaf 6 toevoegen, die luidt als volgt: “§6. Wanneer de duur van de voorlopige rechtspleging is verstreken, en de minderjarige verdachte is gedagvaard om voor de jeugdrechtbank te verschijnen, kan de jeugdrechtbank de maatregel, vermeld in artikel 20, §2, eerste lid, 5°, bij vonnis verlengen met een bijzondere gemotiveerde beslissing voor het einde van die maatregel, met een termijn van maximaal een maand en uiterlijk tot de dag waarop de beslissing ten gronde is genomen, indien ernstige en uitzonderlijke omstandigheden in verband met vereisten inzake openbare veiligheid dit vereisen.”.”. VERANTWOORDING Zoals bepaald in het voorstel van decreet is de duur van de voorlopige rechtspleging principieel bepaald op negen maanden. Een lopende maatregel kan enkel nog verderlopen, herzien worden of verlengd worden volgens de modaliteiten en de termijnen die decretaal expliciet zijn aangegeven en mits bijzondere motivering. Na het verstrijken van negen maanden en buiten uitzonderingsgevallen, bepaald in het decreet (paragraaf 4 en 5), kan er geen maatregel meer opgelegd worden. Voorliggend amendement wil tegemoetkomen aan de hypothese waarin de periode van negen maanden verlopen is waarbinnen weliswaar gedagvaard werd, maar er nog geen uitspraak ten gronde volgde (bijvoorbeeld omdat de zaak nog in beraad is). In deze hypothese kan een jongere die geplaatst is in de gemeenschapsinstelling er geplaatst blijven tot het moment van de uitspraak, als ernstige en uitzonderlijke omstandigheden in verband met vereisten inzake openbare veiligheid hiertoe nopen en dit gemotiveerd wordt door de jeugdrechtbank. Gelet op de bijzondere motivering inzake de openbare veiligheid, wordt in deze uitzondering enkel voorzien in het geval dat voor de desbetreffende jongere een plaatsing in de gemeenschapsinstelling werd opgelegd en deze zich blijft opdringen. Op deze manier wordt vermeden dat een jongere voor wie gedagvaard is ten gronde, na het verlopen van voorlopige rechtspleging moet worden vrijgelaten uit een gemeenschapsinstelling, om hem na een uitspraak ten gronde opnieuw te plaatsen in een gemeenschapsinstelling.  AMENDEMENT Nr. 3 voorgesteld door Adeline Blancquaert, Anke Van dermeersch en Wim Verheyden Artikel 5 Dit artikel vervangen door wat volgt: “Art. 5. Aan artikel 87 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 24 september 2019, worden een paragraaf 5 en een paragraaf 6 toegevoegd, die luiden als volgt: “§5. In afwijking van artikel 21, §4, en tot op de dag van de inwerkingtreding van de bepalingen, vermeld in artikel 89, tweede lid, kan de maatregel tot een voorlopige plaatsing in een open of gesloten opvoedingsafdeling van een openbare gemeenschapsinstelling, vermeld in artikel 52 en 52quater van de wet van 8 april 1965, verlengd worden overeenkomstig de termijnen van de wet van 8 april 1965. Tot op de dag van de inwerkingtreding van de bepalingen, vermeld in artikel 89, tweede lid, kan de maatregel ten gronde tot plaatsing in een open of gesloten opvoedingsafdeling van een openbare gemeenschapsinstelling, vermeld in artikel 37, §2, eerste lid, 8°, van de wet van 8 april 1965, verlengd worden uiterlijk tot de dag waarop de betrokkene de leeftijd van twintig jaar heeft bereikt, overeenkomstig artikel 37, §3, van de wet van 8 april 1965. §6. Een ambulante maatregel of voorwaarde die werd uitgesproken door de jeugdrechter of jeugdrechtbank met toepassing van artikel 24 of 25 met een uitvoeringstermijn van meer dan zes maanden, maar die nog niet in uitvoering is op de datum van inwerkingtreding van artikel 3 of 4 van het decreet tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de voorbereidende rechtspleging betreft, wordt verder uitgevoerd overeenkomstig de genomen beslissing. Een ambulante maatregel of voorwaarde die werd uitgesproken door de jeugdrechter of jeugdrechtbank met toepassing van artikel 24 of 25 met een uitvoeringstermijn van meer dan zes maanden, en die in uitvoering is op de datum van inwerkingtreding van artikel 3 of 4 van het decreet tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de voorbereidende rechtspleging betreft, kan verder worden uitgevoerd.”.”. VERANTWOORDING Met artikel 3 en 4 wordt respectievelijk de duur voor de uitvoering van een ambulante maatregel of de periode waarbinnen de voorwaarden moeten worden nageleefd teruggebracht van één jaar naar zes maanden. Het is echter niet uitgesloten dat …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd