Tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, de wet van 24 december 1970 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van gasdistributie-installaties, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft netbeheer en energie-efficiëntie #2127
Gemerged Vlaamse Regering voegde 35 artikels samen in decreet-1995-04-05energiedecreet · 15 april 2024 2 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
verzendcode: LEE
ingediend op 26 april 2024 (2023-2024)
Verslag
namens de Commissie voor Leefmilieu, Natuur,
Ruimtelijke Ordening en Energie
uitgebracht door Andries Gryffroy
over het ontwerp van decreet
tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek,
de wet van 24 december 1970
betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen
bij de oprichting en bij de exploitatie
van gasdistributie-installaties,
het decreet van 5 april 1995
houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
en het Energiedecreet van 8 mei 2009,
wat betreft netbeheer en energie-efficiëntie
Samenstelling van de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie:
Voorzitter: Gwenny De Vroe.
Vaste leden:
Inez De Coninck, Andries Gryffroy, Freya Perdaens, Jeroen Tiebout, Wilfried Vandaele;
Bart Claes, Leo Pieters, Sam Van Rooy;
Stijn De Roo, Tinne Rombouts;
Steven Coenegrachts, Gwenny De Vroe;
Staf Aerts, Mieke Schauvliege;
Bruno Tobback.
Plaatsvervangers:
Annick De Ridder, Marius Meremans, Joris Nachtergaele, Axel Ronse, Nadia Sminate;
Carmen Ryheul, Stefaan Sintobin, Wim Verheyden;
Robrecht Bothuyne, Brecht Warnez;
Bart Tommelein, Bart Van Hulle;
Johan Danen, Chris Steenwegen;
Hannes Anaf.
Toegevoegde leden:
Jos D'Haese.
De Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie besprak
op 24 april 2024 het ontwerp van decreet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, de wet van 24 december 1970 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van gasdistributie-installaties, het
decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en
het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft netbeheer en energie-efficiëntie
(Parl.St. Vl.Parl. 2023-24, nr. 2127/1). Naar dit ontwerp van decreet wordt ook
verwezen met de citeertitel ontwerp van Energiedecreet VI.
1. Toelichting
Minister Zuhal Demir zegt dat via dit ontwerp van Energiedecreet VI voornamelijk
aanpassingen doorgevoerd worden die betrekking hebben op netbeheer, energieefficiëntie en de afbouw van de afhankelijkheid van fossiele energiebronnen. Zo
bevat het ontwerp van decreet met ingang van 1 januari 2025 de afschaffing van
een aantal resterende decretale gunstmaatregelen voor nieuwe aardgasaansluitingen en voor de aansluiting van warmte-krachtkoppelingen (WKK’s) op het distributienet. Er komt een decretaal kader voor de omzetting van de Energieefficiëntierichtlijn op het vlak van de voorbeeldfunctie van de overheidsgebouwen.
Dat kader zal bij uitvoeringsbesluit worden uitgewerkt. Het is van belang dat de
Raad van State expliciet de principiële exclusieve bevoegdheid van de gewesten
bevestigt om ook aan andere beleidsniveaus zoals de lokale besturen maar ook de
federale overheid energie-efficiëntieverplichtingen op te leggen.
Voor het netbeheer komt er een nieuw decretaal kader over distributieveiligheid.
De Raad van State stelt immers in een advies dat overeenkomstig de bijzondere
wet tot hervorming der instellingen veiligheidsmaatregelen betreffende aardgasdistributie tot de bevoegdheid van de gewesten behoren. Volgens de Raad van
State is de federale overheid daar sinds de staatshervorming van 1988 niet langer
bevoegd voor. Tot aan dit advies gingen zowel de federale overheid als de gewesten
ervan uit dat distributieveiligheid een federale materie was. De federale overheid
heeft dit advies pas na veertien maanden aan de gewesten bezorgd, en heeft te
kennen gegeven dat de federale overheidsdiensten niet langer zullen instaan voor
het toezicht en de handhaving van de veiligheidsvoorwaarden bij aardgasdistributie.
Gezien de aard van aardgasdistributie, en de gasramp in Gellingen indachtig, wil
de minister geen enkel risico nemen voor de veiligheid van de bevolking. Dit houdt
dan ook in dat het Vlaamse Gewest dringend een eigen regelgevend kader moet
opzetten. Daarbij moet het ook een eigen gewestelijke toezichthoudende instantie
aanduiden, waarvoor personeel zal worden aangeworven. De laatste federale ambtenaar die zich hiermee bezighoudt, gaat eind juni met pensioen en met hem de
knowhow. In mei en juni staan er dan ook heel wat opleidingen gepland.
De verplichting dat de distributienetbeheerders jaarlijks een investeringsplan bij de
regulator moeten indienen wordt aangepast naar tweejaarlijks en een databeheersplan wordt verplicht. Daarnaast wordt het Energiedecreet gewijzigd om meer transparantie te bieden over de toekenning van groenestroomcertificaten, warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong. Tot nu toe bestonden er geen transparantie en openheid met betrekking tot dergelijke steun, onder meer wegens de
decretale geheimhoudingsplicht van de regulator. Dat wordt aangepast zodat er
ook over dit type van steun aan ondernemingen voldoende publieke transparantie
wordt verschaft. Voorts wordt er een noodzakelijke rapporteringsverplichting met
betrekking tot waterstof ingevoerd zodat kan worden voldaan aan nieuwe Europese
rapporteringsverplichtingen.
Een laatste reeks wijzigingen betreft de administratieve sanctiebepalingen uit het
Energiedecreet. Er worden sanctiebepalingen ingevoerd voor de naleving van de verplichtingen bij de voorbeeldfunctie van overheidsgebouwen. Voor de administratieve
sanctie voor energiefraude wordt er verduidelijkt dat de sanctie per inbreuk geldt.
Zo kunnen flagrante gevallen van fraude, zoals gevallen waar meerdere overtredingen door dezelfde partij zijn begaan, nog daadkrachtiger aangepakt worden.
Vanzelfsprekend zal het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) in elk individueel dossier moeten beargumenteren hoe de hoogte van de administratieve
geldboete in verhouding staat met de overtreding. De derde wijzing is dat de maximumboete voor het niet voldoen aan de renovatieverplichting wordt gedifferentieerd op basis van de aard van het gebouw, waarbij de maximale boete voor
residentiële gebouwen drastisch wordt verlaagd.
Tot slot staat de minister even stil bij wat niet langer deel uitmaakt van dit …