| 1 | De toezichthouders, vermeld in artikel 4.79, zijn bevoegd voor de controle op de naleving van de verplichtingen, opgelegd op basis van dit boek en op basis van de uitvoeringsbesluiten die genomen zijn ter uitvoering van dit boek, alsook voor het opleggen van de administratieve geldboetes. | 1 | De toezichthouders, vermeld in artikel 4.79, zijn bevoegd voor de controle op de naleving van de verplichtingen, opgelegd op basis van dit boek en op basis van de uitvoeringsbesluiten die genomen zijn ter uitvoering van dit boek. |
| 2 | De ambtenaren die met toepassing van artikel 3.37, door de Vlaamse Regering zijn aangewezen als wooninspecteur of als ambtenaar met opsporings- en vaststellingsbevoegdheid, zijn bevoegd voor de controle op de naleving van de verplichtingen, vermeld in artikel 6.20, eerste lid, 1°, 2° en 3°. | | |
| 3 | De ambtenaren, vermeld in artikel 3.37 en 4.79, kunnen aan de betrokkenen alle gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken. Zonder afbreuk te doen aan de rechten van verdediging, moet de betrokkene aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken, binnen de door de bevoegde ambtenaren bepaalde redelijke termijn alle medewerking verlenen. | 2 | De ambtenaren, vermeld in artikel 4.79, kunnen aan de betrokkenen alle gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken. Zonder afbreuk te doen aan de rechten van verdediging, moet de betrokkene aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken, binnen de door de bevoegde ambtenaren bepaalde redelijke termijn alle medewerking verlenen. |
| 4 | Deze ambtenaren krijgen voor de uitoefening van die bevoegdheid de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. | 3 | Deze ambtenaren krijgen voor de uitoefening van die bevoegdheid de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. |