Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de tweede algemene implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023
92 artikels gewijzigd
| 126 | a) ofwel geordend worden door een ruimtelijk uitvoeringsplan en sorteren onder de categorie van gebiedsaanduiding “wonen”; | 126 | a) ofwel geordend worden door een ruimtelijk uitvoeringsplan en sorteren onder de categorie van gebiedsaanduiding “wonen”; |
| 127 | b) ofwel geordend worden door een plan van aanleg en aangewezen zijn als woongebied in de zin van artikel 5.1.0 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen; | 127 | b) ofwel geordend worden door een plan van aanleg en aangewezen zijn als woongebied in de zin van artikel 5.1.0 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen; |
| 128 | 69° wooninspecteur: het personeelslid van de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid en die belast is met de handhaving van de woningkwaliteitsbewaking, vermeld in boek 3, deel 9, die met toepassing van artikel 1.8, § 2, eerste lid, door de Vlaamse Regering aangewezen wordt als wooninspecteur; | 128 | 69° wooninspecteur: het personeelslid van de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid en die belast is met de handhaving van de woningkwaliteitsbewaking, vermeld in boek 3, deel 9, die met toepassing van artikel 1.8, § 2, tweede lid, door de Vlaamse Regering aangewezen wordt als wooninspecteur; |
| 129 | 70° woonproject: een sociaal woonproject of een ander woonproject dat wordt opgezet om te voorzien in de huisvesting van gezinnen of alleenstaanden of om hun woonsituatie te verbeteren. | 129 | 70° woonproject: een sociaal woonproject of een ander woonproject dat wordt opgezet om te voorzien in de huisvesting van gezinnen of alleenstaanden of om hun woonsituatie te verbeteren. |
| 130 | Een woonproject is sociaal wanneer het de realisatie van sociale huurwoningen, sociale koopwoningen of sociale kavels, met inbegrip van de eventuele gemeenschappelijke voorzieningen en bescheiden huurwoningen betreft. | 130 | Een woonproject is sociaal wanneer het de realisatie van sociale huurwoningen, sociale koopwoningen of sociale kavels, met inbegrip van de eventuele gemeenschappelijke voorzieningen en bescheiden huurwoningen betreft. |
| 1 | §1. Het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019 is, met uitzondering van artikel 22, §2, van dit kaderdecreet, van toepassing op de handhaving van de woningkwaliteitsbewaking, vermeld in boek 3. | 1 | §1. Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 4, 8 en 11, en met uitzondering van artikel 10, §2, van het voormelde decreet, van toepassing op de handhaving van de woningkwaliteitsbe-waking, vermeld in boek 3. |
| 2 | §2. De door de Vlaamse Regering als wooninspecteurs aangewezen personeelsleden zijn van rechtswege officier van gerechtelijke politie - hulpofficier van de procureur des Konings, bestuurlijke opsporingsagent en toezichthouder in de zin van het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019. In hun hoedanigheid van bestuurlijk opsporingsagent beschikken ze over de bevoegdheid, vermeld in artikel 30, § 1 en § 2, van voormeld decreet. | 2 | §2. Voor de handhaving van dit decreet beschikken de wooninspecteurs over de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie – hulpofficier van de procureur des Konings, toezichthouder als vermeld in artikel 2, 30°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 en herstelinstantie als vermeld in artikel 2, 15°, van het voormelde decreet. In hun hoedanigheid van toezichthouder beschikken ze over de bevoegdheid, vermeld in artikel 22 van het voormelde decreet. |
| 3 | De personeelsleden van de politiediensten, vermeld in artikel 26, § 3, van het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019, zijn bevoegd voor de bestuurlijke opsporing van de inbreuken, vermeld in artikel 3.55 van deze codex, volgens de bepalingen van hoofdstuk 4 van hetzelfde kaderdecreet. Personeelsleden van de politiediensten die officier van bestuurlijke politie zijn, beschikken daarvoor van rechtswege over de bevoegdheden, vermeld in artikel 30, § 1 en § 2, van voormeld decreet. | ||
| 4 | Voor de toepassing van artikel 20, § 5, tweede lid, van het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019 worden sociale verhuurders gelijkgesteld met de overheden die afschriften van processen-verbaal of verslagen van vaststelling mogen ontvangen voor de daar bepaalde doeleinden.". | ||
| 3 | De Vlaamse Regering of haar gemachtigde wijst de wooninspecteurs aan. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering kan opleidings- en ervaringsvereisten en andere voor-waarden bepalen waaraan de wooninspecteurs moeten voldoen. | ||
| 5 | Contractuele personeelsleden kunnen alleen wooninspecteur zijn als ze zijn beëdigd. Het personeelslid legt de eed af conform de wettelijke of decretale bepalingen die op het personeelslid van toepassing zijn, of, als die ontbreken, in handen van diens lijnmanager of diens gemachtigde conform artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie. |
| 1 | Voor de toepassing van artikel 9, §5, eerste lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 worden woonmaatschappijen als vermeld in artikel 4.36, §1, gelijkgesteld met de overheden die afschriften van processen-verbaal of verslagen van vaststelling mogen ontvangen voor de daar bepaalde doeleinden. |
| 1 | De Vlaamse Regering of haar gemachtigde wijst personeelsleden aan van de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, die optreden als beboetingsinstantie als vermeld in artikel 2, 3°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering of haar gemachtigde wijst personeelsleden aan van de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, die optreden als herstelinstantie als vermeld in artikel 2, 15°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023. |
| 2 | De Vlaamse Regering stelt het model en de regels voor de bekendmaking van het conformiteitsattest vast. | 2 | De Vlaamse Regering stelt het model en de regels voor de bekendmaking van het conformiteitsattest vast. |
| 3 | De burgemeester die bij de toepassing van de procedure, vermeld in artikel 3.12, vaststelt dat een woning conform is, levert ambtshalve een conformiteitsattest af aan de verhuurder en de houder van het zakelijk recht. | 3 | De burgemeester die bij de toepassing van de procedure, vermeld in artikel 3.12, vaststelt dat een woning conform is, levert ambtshalve een conformiteitsattest af aan de verhuurder en de houder van het zakelijk recht. |
| 4 | §2. In afwijking van paragraaf 1 geldt het proces-verbaal van uitvoering, vermeld in artikel 3.46, derde lid, als conformiteitsattest, op voorwaarde dat uit het proces-verbaal blijkt dat de woning opnieuw conform is. | 4 | §2. In afwijking van paragraaf 1 geldt het attest van uitvoering, vermeld in artikel 72, tweede lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, als conformiteitsattest, op voorwaarde dat uit het attest van uitvoering blijkt dat de woning opnieuw conform is. |
| 5 | In afwijking van paragraaf 1 geeft de gewestelijk ambtenaar, nadat de conformiteit van een woning is vastgesteld, een conformiteitsattest af aan de verhuurder of de houder van het zakelijk recht, in een van de volgende gevallen: | 5 | In afwijking van paragraaf 1 geeft de gewestelijk ambtenaar, nadat de conformiteit van een woning is vastgesteld, een conformiteitsattest af aan de verhuurder of de houder van het zakelijk recht, in een van de volgende gevallen: |
| 6 | 1° voor een woning die voor verhuring aangeboden wordt aan een woonmaatschappij; | 6 | 1° voor een woning die voor verhuring aangeboden wordt aan een woonmaatschappij; |
| 8 | 3° na een besluit bij de behandeling van een beroep, vermeld in artikel 3.14 en 3.15; | 8 | 3° na een besluit bij de behandeling van een beroep, vermeld in artikel 3.14 en 3.15; |
| 9 | 4° na een conformiteitsonderzoek, uitgevoerd op eigen initiatief. | 9 | 4° na een conformiteitsonderzoek, uitgevoerd op eigen initiatief. |
| 10 | In afwijking van paragraaf 1 kan de wooninspecteur, naar aanleiding van een vraag tot hercontrole als vermeld in artikel 3.46, voor een conforme woning een conformiteitsattest afgeven, als het herstel dat met toepassing van artikel 3.43 is gevorderd voor meerdere woningen in een pand, nog niet volledig is uitgevoerd, op voorwaarde dat hij alle woningen waarvan het herstel is gevorderd onderzoekt en het niet-afgeven van het conformiteitsattest zou leiden tot het verschuldigd zijn van een nakende heffing of een ander ernstig nadeel zou berokkenen aan de aanvrager. | 10 | In afwijking van paragraaf 1 kan de wooninspecteur, naar aanleiding van een vraag tot hercontrole als vermeld in artikel 72 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, voor een conforme woning een conformiteitsattest afgeven, als een vordering als vermeld in artikel 56 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 of een definitieve herstelmaatregel als vermeld in artikel 52, eerste lid, en artikel 56, eerste lid, van hetzelfde decreet voor meerdere woningen in een pand, nog niet volledig is uitgevoerd, op voorwaarde dat hij alle woningen waarvan het herstel is gevorderd of opgelegd onderzoekt en het niet-afgeven van het conformiteitsattest zou leiden tot het verschuldigd zijn van een nakende heffing of een ander ernstig nadeel zou berokkenen aan de aanvrager. |
| 11 | Na de melding, vermeld in artikel 3.37, kunnen de burgemeester of de gewestelijk ambtenaar geen conformiteitsattest afleveren zonder toestemming van de wooninspecteur. Dat kan evenmin na de opname van de herstelvordering, vermeld in artikel 3.43, op het register van herstelvorderingen, vermeld in artikel 3.44, §1, derde lid, zolang uit het proces-verbaal van uitvoering, vermeld in artikel 3.46, derde lid, niet blijkt dat de herstelmaatregel volledig is uitgevoerd. | 11 | Na de melding, vermeld in artikel 3.37, kunnen de burgemeester of de gewestelijk ambtenaar geen conformiteitsattest afleveren zonder toestemming van de wooninspecteur. Dat kan evenmin na de opname van de gevorderde publieke herstelmaatregel, vermeld in artikel 56 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, of de definitieve herstelmaatregel, vermeld in artikel 52, eerste lid, en artikel 56, eerste lid, van het voormelde decreet, in het maatregelenregister, vermeld in artikel 81 van het voormelde decreet, zolang uit het attest van uitvoering, vermeld in artikel 72, tweede lid, van het voormelde decreet, niet blijkt dat de herstelmaatregel volledig is uitgevoerd. |
| 12 | De opname van de herstelvordering, vermeld in artikel 3.43, zoals van kracht op 7 september 2026, op het register van herstelvorderingen, vermeld in artikel 3.44, heeft dezelfde gevolgen als de opname in het maatregelenregis-ter, vermeld in het vierde lid. | ||
| 12 | § 3. Als een bewoner van een kamer op het adres van het pand waarin de kamer zich bevindt, is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het wachtregister, vermeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 1° en 2°, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, en er een aanmaning, een proces-verbaal of een verslag van vaststelling voorligt waaruit blijkt dat voor die kamer niet voldaan is aan de verplichting van artikel 4.2.1, 6° of 7°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wordt de afgifte van een conformiteitsattest als vermeld in paragraaf 1 en 2 geweigerd. | 13 | § 3. Als een bewoner van een kamer op het adres van het pand waarin de kamer zich bevindt, is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het wachtregister, vermeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 1° en 2°, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, en er een aanmaning, een proces-verbaal of een verslag van vaststelling voorligt waaruit blijkt dat voor die kamer niet voldaan is aan de verplichting van artikel 4.2.1, 6° of 7°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wordt de afgifte van een conformiteitsattest als vermeld in paragraaf 1 en 2 geweigerd. |
| 13 | Het eerste lid is niet van toepassing op kamers die uiterlijk op 31 december 2021 in de inventaris zijn opgenomen. | 14 | Het eerste lid is niet van toepassing op kamers die uiterlijk op 31 december 2021 in de inventaris zijn opgenomen. |
| 1 | Het verzoek tot opheffing van het besluit waarbij een woning ongeschikt of onbewoonbaar verklaard is met toepassing van deel 5, titel 1, wordt behandeld als een verzoek als vermeld in artikel 3.7, §1, ongeacht door wie dat verzoek ingediend wordt. | 1 | Het verzoek tot opheffing van het besluit waarbij een woning ongeschikt of onbewoonbaar verklaard is met toepassing van deel 5, titel 1, wordt behandeld als een verzoek als vermeld in artikel 3.7, §1, ongeacht door wie dat verzoek ingediend wordt. |
| 2 | Als het verzoek ingewilligd wordt, geeft de burgemeester ambtshalve het conformiteitsattest af aan de houder van het zakelijk recht, ongeacht of de woning al dan niet verhuurd of te huur of ter beschikking gesteld wordt. Als het verzoek betrekking heeft op een woning die na de ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring een andere bestemming gekregen heeft of gesloopt is, heft de burgemeester het besluit op zonder afgifte van een conformiteitsattest. | 2 | Als het verzoek ingewilligd wordt, geeft de burgemeester ambtshalve het conformiteitsattest af aan de houder van het zakelijk recht, ongeacht of de woning al dan niet verhuurd of te huur of ter beschikking gesteld wordt. Als het verzoek betrekking heeft op een woning die na de ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring een andere bestemming gekregen heeft of gesloopt is, heft de burgemeester het besluit op zonder afgifte van een conformiteitsattest. |
| 3 | Met behoud van de toepassing van artikel 3.17, tweede lid, wordt een besluit als vermeld in het eerste lid, dat dateert van voor de afgifte van het conformiteitsattest door de burgemeester of door de gewestelijk ambtenaar, geacht opgeheven te zijn met ingang van de datum van het conformiteitsattest. Hetzelfde geldt voor het besluit dat dateert van voor het proces-verbaal van uitvoering, vermeld in artikel 3.46, derde lid, met ingang van de datum van het proces-verbaal. | 3 | Met behoud van de toepassing van artikel 3.17, tweede lid, wordt een besluit als vermeld in het eerste lid, dat dateert van voor de afgifte van het conformiteitsattest door de burgemeester of door de gewestelijk ambtenaar, geacht opgeheven te zijn met ingang van de datum van het conformiteitsattest. Hetzelfde geldt voor het besluit dat dateert van voor het attest van uitvoering, vermeld in artikel 72, tweede lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, met ingang van de datum van dat attest van uitvoering. |
| 1 | §1. De inventarisbeheerder schrapt een woning uit de lijst, vermeld in artikel 3.19, §1, 1°, op aangetekend verzoek van de houder van het zakelijk recht of zijn rechtsopvolger zodra hij bewijst dat de woning weer conform is. | 1 | §1. De inventarisbeheerder schrapt een woning uit de lijst, vermeld in artikel 3.19, §1, 1°, op aangetekend verzoek van de houder van het zakelijk recht of zijn rechtsopvolger zodra hij bewijst dat de woning weer conform is. |
| 2 | Als de woning gesloopt is of een andere bestemming heeft gekregen, schrapt de inventarisbeheerder de woning op basis van het besluit van de burgemeester tot opheffing van de ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring of op basis van het in artikel 3.46, derde lid, vermelde proces-verbaal van uitvoering waarin de sloop of herbestemming wordt vastgesteld. | 2 | Als de woning gesloopt is of een andere bestemming heeft gekregen, schrapt de inventarisbeheerder de woning op basis van het besluit van de burgemeester tot opheffing van de ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring of op basis van het attest van uitvoering, vermeld in artikel 72, tweede lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, waarin de sloop of herbestemming wordt vastgesteld. |
| 3 | Met behoud van de toepassing van artikel 3.46, derde lid, wordt het bewijs, vermeld in het eerste lid, geleverd conform artikel 3.6. | 3 | Met behoud van de toepassing van artikel 72, vierde lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, wordt het bewijs, vermeld in het eerste lid, geleverd conform artikel 3.6. |
| 4 | §2. De inventarisbeheerder schrapt een woning uit de lijst, vermeld in artikel 3.19, §1, 2°, op verzoek per beveiligde zending, van de houder van het zakelijk recht of zijn rechtsopvolger, zodra hij bewijst dat de burgemeester het onbewoonbaarheidsbesluit heeft opgeheven of het bewijs, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, levert. | 4 | §2. De inventarisbeheerder schrapt een woning uit de lijst, vermeld in artikel 3.19, §1, 2°, op verzoek per beveiligde zending, van de houder van het zakelijk recht of zijn rechtsopvolger, zodra hij bewijst dat de burgemeester het onbewoonbaarheidsbesluit heeft opgeheven of het bewijs, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, levert. |
| 5 | §3. De inventarisbeheerder brengt de houder van het zakelijk recht, of in voorkomend geval zijn rechtsopvolger, binnen drie maanden na het verzoek tot schrapping op de hoogte van de beslissing daarover. | 5 | §3. De inventarisbeheerder brengt de houder van het zakelijk recht, of in voorkomend geval zijn rechtsopvolger, binnen drie maanden na het verzoek tot schrapping op de hoogte van de beslissing daarover. |
| 1 | Als een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro of met een van die straffen alleen. | 1 | Als een niet-conforme of overbewoonde woning rechtstreeks of via tussenpersoon wordt verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een straf van niveau 2, of met een straf van niveau 1. |
| 2 | In afwijking van artikel 36, negende lid, artikel 38, negende lid, en artikel 52 van het Strafwetboek bedraagt de maximale geldboete altijd 200.000 euro voor het misdrijf, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | Wanneer een roerend of een onroerend goed dat niet hoofdzakelijk voor wonen bestemd is, rechtstreeks of via een tussenpersoon wordt verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning terwijl dit goed gebreken vertoont die een veiligheids- of gezondheidsrisico inhouden of terwijl in dit goed de basisnutsvoorzieningén zoals elektriciteit, sanitair, kookgelegenheid en verwarmingsmogelijkheid ontbreken of niet behoorlijk functioneren, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene die dat roerend of onroerend goed ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro of met een van die straffen alleen. | 1 | Wanneer een roerend of een onroerend goed dat niet hoofdzakelijk voor wonen bestemd is, rechtstreeks of via een tussenpersoon wordt verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning terwijl dit goed gebreken vertoont die een veiligheids- of gezondheidsrisico inhouden of terwijl in dit goed de basisnutsvoorzieningén zoals elektriciteit, sanitair, kookgelegenheid en verwarmingsmogelijkheid ontbreken of niet behoorlijk functioneren, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene die dat roerend of onroerend goed ter beschikking stelt, gestraft met een straf van niveau 2, of met een straf van niveau 1. |
| 2 | In afwijking van artikel 36, negende lid, artikel 38, negende lid, en artikel 52 van het Strafwetboek bedraagt de maximale geldboete altijd 200.000 euro voor het misdrijf, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | Het misdrijf, bedoeld in artikel 3.34 of 3.35, wordt gestraft met een geldboete van 1000 tot 100.000 euro en met een gevangenisstraf van één jaar tot vijf jaar of met een van die straffen alleen in volgende gevallen: | 1 | Het misdrijf, bedoeld in artikel 3.34 of 3.35, wordt gestraft met een straf van niveau 3, of met een straf van niveau 1, in volgende gevallen: |
| 2 | 1° als van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt, | 2 | 1° als van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt, |
| 3 | 2° als het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft. | 3 | 2° als het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft. |
| 4 | In afwijking van artikel 36, negende lid, artikel 38, negende lid, en artikel 52 van het Strafwetboek bedraagt de maximale geldboete altijd 800.000 euro voor het misdrijf, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | Als ze het noodzakelijk achten, delen de wooninspecteurs de informatie die ze tijdens hun onderzoek hebben verkregen, mee aan alle ambtenaren die belast zijn met het toezicht op een andere wetgeving of met de toepassing van een andere wetgeving, als die informatie hen kan aanbelangen bij de uitoefening van het toezicht waarmee ze belast zijn of voor de toepassing van een andere wetgeving. De wooninspecteurs, vermeld in artikel 3.37, kunnen die informatie ook meedelen aan de sociale verhuurders, vermeld in artikel 1.3, §1, eerste lid, 49°, als ze dat noodzakelijk achten. | ||
| 2 | De informatie die werd verkregen tijdens de uitoefening van plichten, voorgeschreven door de rechterlijke overheid, mag alleen worden meegedeeld met de uitdrukkelijke machtiging van de rechterlijke overheid. | ||
| 1 | De wooninspecteurs, vermeld in artikel 3.37, kunnen de informatie die ze tijdens hun onderzoek hebben verkregen, meedelen aan de woonmaatschappijen, vermeld in artikel 4.36, §1, als de wooninspecteurs dat noodzakelijk achten. | ||
| 3 | De ambtenaren die belast zijn met het toezicht op een andere wetgeving of met de toepassing van een andere wetgeving, en de sociale verhuurders, vermeld in artikel 1.3, §1, eerste lid, 49°, mogen de informatie, verkregen op grond van dit artikel, alleen gebruiken voor de uitoefening van alle opdrachten waarmee ze belast zijn. | 2 | De woonmaatschappijen mogen de informatie, verkregen op grond van dit artikel, alleen gebruiken voor de uitoefening van de opdrachten waarmee ze belast zijn. |
| 1 | Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de algemene verordening gegevensbescherming kan de wooninspecteur of een door de Vlaamse Regering voor de handhaving van boek 3, deel 9, aangewezen agent van gerechtelijke politie beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het tiende lid. | ||
| 2 | De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de wooninspecteur of een door de Vlaamse Regering voor de handhaving van boek 3, deel 9, aangewezen agent van gerechtelijke politie, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening. | ||
| 3 | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt. | ||
| 4 | De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid, rechtvaardigt. | ||
| 5 | Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan. | ||
| 6 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van de wooninspecteur of een door de Vlaamse Regering voor de handhaving van boek 3, deel 9, aangewezen agent van gerechtelijke politie zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het achtste lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel. | ||
| 7 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen. | ||
| 8 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse toezichtcommissie. | ||
| 9 | Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast. | ||
| 10 | Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid, bevat, naar het Openbaar Ministerie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen. |
| 1 | Naast de straf kan de rechtbank de overtreder bevelen om werken uit te voeren om de woning of het pand dat het gebouw met de aanwezige woningen omvat, conform te maken en om de overbewoning te beëindigen. Als de rechtbank vaststelt dat de woning niet in aanmerking komt voor werkzaamheden, of dat het gaat om een goed als vermeld in artikel 3.35, beveelt ze de overtreder om er een andere bestemming aan te geven overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 of om de woning of het goed te slopen, tenzij de sloop ervan verboden is op grond van wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen. Dat gebeurt ambtshalve of op vordering van de wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de woning, het pand of het goed ligt. | ||
| 2 | De rechtbank bepaalt de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen en kan, op vordering van de wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen, eveneens een dwangsom bepalen per dag vertraging in de tenuitvoerlegging van de herstelmaatregelen. De termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen bedraagt maximaal twee jaar. | ||
| 1 | De wooninspecteur neemt de woningen, panden en goederen waarop een vordering tot het opleggen van publieke herstelmaatregelen, of een door de rechter of herstelinstantie opgelegde definitieve publieke herstelmaatregel, gevorderd of opgelegd wegens een schending van boek 3, deel 9, rust, op in een register dat actief openbaar wordt gemaakt. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vorm, de inhoud, het beheer en het gebruik van dat register. |
| 1 | §1. De vorderingen bedoeld in artikel 3.43, worden bij het parket ingeleid bij gewone brief in naam van het Vlaamse Gewest of het college van burgemeester en schepenen, door de wooninspecteurs en de aangestelden van het college van burgemeester en schepenen. | ||
| 2 | De wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen stuurt een afschrift van de vordering, vermeld in artikel 3.43, naar de overtreder en naar de houder van het zakelijk recht op de woning, het pand of het goed waarvoor de vordering werd ingeleid. | ||
| 3 | De wooninspecteur neemt de woningen, panden en goederen waarop een vordering als vermeld in artikel 3.43, rust, op in een register dat actief openbaar wordt gemaakt. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vorm, inhoud, beheer en gebruik van dat register. Als een vordering als vermeld in artikel 3.43, wordt ingeleid in naam van het college van burgemeester en schepenen, wordt daarvan een afschrift bezorgd aan de wooninspecteur met het oog op de opname van die vordering in het register, vermeld in het derde lid. | ||
| 4 | §2. De vordering wordt uitdrukkelijk gemotiveerd vanuit het oogpunt van de conformiteit van de woning en het beëindigen van de overbewoning. | ||
| 5 | §3. De vordering vermeldt minstens de gebreken op basis waarvan het herstel wordt gevorderd. | ||
| 6 | §4. De wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen kunnen ook voor de rechtbank van eerste aanleg, zetelend in burgerlijke aangelegenheden, in het gerechtelijk arrondissement waar de woning, het pand of het goed, vermeld in artikel 3.34, 3.35 en 3.36, zich bevindt, de uitvoering van herstelmaatregelen vorderen zoals omschreven in artikel 3.43. |
| 1 | De hoven en rechtbanken die uitspraak doen over de vorderingen, vermeld in artikel 3.43, bezorgen een afschrift aan de herstelvorderende overheid binnen de termijn om rechtsmiddelen tegen de uitspraak aan te wenden. |
| 1 | Als de overtreder de gevorderde of de door de rechtbank opgelegde herstelmaatregelen vrijwillig heeft uitgevoerd, brengt hij de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen daarvan onmiddellijk op de hoogte. De kennisgeving wordt aangetekend verstuurd of wordt afgegeven tegen ontvangstbewijs. De wooninspecteur kan stukken en bewijselementen opvragen die het gemelde herstel aannemelijk maken. Als de overtreder de gevraagde stukken niet bezorgt, voert de wooninspecteur geen controle ter plaatse uit. Na ontvangst van de vergoeding, vermeld in het tweede lid, doet de wooninspecteur of een door de Vlaamse Regering voor de handhaving van boek 3, deel 9, aangewezen agent van gerechtelijke politie, een controle ter plaatse en stelt hij een proces-verbaal van vaststelling op. | ||
| 2 | De controle ter plaatse, vermeld in het eerste lid, wordt pas uitgevoerd na de betaling van een vergoeding. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de vergoeding en de nadere regelen voor de inning ervan. De opbrengst van de vergoeding wordt toegewezen aan het Fonds voor de Wooninspectie, vermeld in artikel 19 van het decreet van 29 juni 2007 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2007. | ||
| 3 | De wooninspecteur stelt een proces-verbaal van uitvoering op. Behoudens bewijs van het tegendeel geldt alleen het proces-verbaal van uitvoering als bewijs van het herstel en van de datum van het herstel. De wooninspecteur zendt een afschrift van het proces-verbaal van uitvoering aan het college van burgemeester en schepenen en aan de overtreder en de houder van het zakelijk recht op de woning, het pand of het goed, vermeld in artikel 3.34, 3.35 en 3.36. | ||
| 1 | Artikel 72 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is van toepassing bij de uitvoering van gevorderde publieke herstelmaatregelen. De Vlaamse Regering kan bepalen wie de bevoegde herstelinstantie is, vermeld in artikel 72 van het voormelde decreet. |
| 1 | Voor het geval dat de herstelmaatregelen door de overtreder niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn worden uitgevoerd, beveelt het vonnis van de rechter, bedoeld in artikel 3.43 en 3.44, dat de wooninspecteur, het college van burgemeester en schepenen en eventueel de burgerlijke partij, ambtshalve in de uitvoering ervan kan voorzien. | ||
| 2 | Wanneer de overtreder in gebreke blijft is hij verplicht alle uitvoeringskosten te vergoeden op vertoon van een staat, opgesteld door de overheid, bedoeld in het eerste lid, of begroot en uitvoerbaar verklaard door de beslagrechter in de burgerlijke rechtbank. | ||
| 3 | De verjaringstermijn van de maatregel, bedoeld in artikel 3.43 en 3.44, neemt een aanvang vanaf het verstrijken van de termijn die de rechtbank bepaald heeft voor de tenuitvoerlegging ervan |
| 1 | In geval van veroordeling wegens één van de misdrijven, bepaald in artikel 3.34, 3.35 en 3.36, machtigt het vonnis van de rechter, bedoeld in artikel 3.43 en 3.44, de wooninspecteur en het college van burgemeester en schepenen om de kosten, vermeld in artikel 3.33, te verhalen op de overtreder. | ||
| 2 | De overtreder is verplicht alle kosten te vergoeden op vertoon van een staat opgesteld door de overheid, bedoeld in het eerste lid, of begroot en uitvoerbaar verklaard door de beslagrechter in de burgerlijke rechtbank. |
| 1 | §1. De dagvaarding voor de correctionele rechtbank op grond van artikel 3.34, 3.35 en 3.36, of het exploot tot inleiding van het geding, bedoeld in artikel 3.44, §4, is pas ontvankelijk na overschrijving in het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van het gebied waar de goederen gelegen zijn. | ||
| 2 | Elke eindbeslissing die in de zaak gewezen is, wordt op de kant van de overgeschreven dagvaarding of van het overgeschreven exploot ingeschreven op de wijze, bepaald in artikel 84 van de hypotheekwet. Bij gebrek aan een overschrijving, bedoeld in het eerste lid, wordt de eindbeslissing ingeschreven op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging. | ||
| 3 | Hetzelfde geldt voor het proces-verbaal waarbij wordt vastgesteld dat het vonnis of arrest is uitgevoerd en voor het proces-verbaal waarbij wordt vastgesteld dat de in artikel 3.43 vermelde herstelvordering werd uitgevoerd nadat het exploot tot inleiding van het geding, bedoeld in artikel 3.44, §4, is overgeschreven. | ||
| 4 | §2. De dagvaarding of het exploot vermeldt de kadastrale omschrijving van het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van het misdrijf en identificeert de houder van het zakelijk recht op dat goed, in de vorm en onder de sanctie voorgeschreven door de wetgeving inzake hypotheken. | ||
| 5 | §3. De uitvoering door of in de plaats van de veroordeelde, van de publieke herstelmaatregel die is opgelegd met toepassing van artikel 3.43 tot en met 3.48, moet door iedereen worden gedoogd. | ||
| 6 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid kunnen derden-verkrijgers die niet in het geding zijn tussengekomen en van wie de titel al was overgeschreven vóór de hypothecaire publiciteit, vermeld in paragraaf 1, derdenverzet instellen tegen de eindbeslissing waarin de herstelmaatregel, vermeld in het eerste lid, is opgelegd. | ||
| 7 | §4. Als openbare besturen of derden wegens het in gebreke blijven van de veroordeelde of van de nieuwe houder van het zakelijk recht, vermeld in artikel 3.50, gedwongen zijn om het vonnis uit te voeren, wordt de daaruit te hunnen bate voortvloeiende schuldvordering gewaarborgd door een wettelijke hypotheek, die ingeschreven, vernieuwd, verminderd of gedeeltelijk doorgehaald wordt overeenkomstig de bepalingen in de hoofdstukken IV en V van de hypotheekwet. | ||
| 8 | Die waarborg dekt ook de schuldvordering ten gevolge van de kosten van de hypothecaire formaliteiten die door hen zijn voorgeschoten en die ten laste komen van de veroordeelde of van de nieuwe houder van het zakelijk recht, vermeld in artikel 3.50. |
| 1 | Als er op een roerend of onroerend goed ten gevolge van een definitieve rechterlijke beslissing een verplichting rust om herstelmaatregelen uit te voeren als vermeld in deel 9, titel 2, wordt die verplichting op het ogenblik dat een authentieke akte wordt opgesteld voor de overdracht van een zakelijk recht op het goed, in een afzonderlijke akte vermeld. In die akte wordt ook vermeld dat de nieuwe houder van het zakelijk recht de verbintenis aangaat om, met behoud van de toepassing van de verplichting voor de overtreder, de opgelegde herstelmaatregelen uit te voeren en de eventuele uitvoeringskosten te vergoeden overeenkomstig artikel 3.47, tweede lid. | ||
| 2 | De instrumenterende ambtenaar bezorgt een afschrift van de afzonderlijke akte, vermeld in het eerste lid, aan de wooninspecteur en is ertoe gehouden de grosse af te leveren op zijn verzoek. | ||
| 3 | De kosten voor het opstellen van de afzonderlijke akte zijn ten laste van de overdrager van het zakelijk recht. |
| 1 | De overtreder brengt voor het afsluiten van de overeenkomst tot overdracht van een zakelijk recht, de kandidaat-overnemer op de hoogte dat op het goed een vordering of veroordeling als vermeld in artikel 3.43, rust. In de overeenkomst tot overdracht van het zakelijk recht wordt vermeld dat op het goed een bovenvermelde vordering of veroordeling rust. | 1 | De houder van het zakelijk recht brengt voor het afsluiten van de overeen-komst tot overdracht van een zakelijk recht, de kandidaat-overnemer op de hoogte dat er voor het goed een vordering tot het opleggen van publieke herstelmaatregelen, of een door de rechter of herstelinstantie opgelegde publieke herstelmaatregel, gevorderd of opgelegd wegens een schending van boek 3, deel 9, is opgenomen in het register, vermeld in artikel 3.43, of het maatregelenregister, vermeld in artikel 82 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, rust. |
| 2 | In de overeenkomst tot overdracht van het zakelijk recht wordt vermeld dat op het goed een vordering, veroordeling of herstelmaatregel als vermeld in het eerste lid, rust. | ||
| 2 | Met behoud van het recht om een schadevergoeding te eisen, vernietigt de rechtbank, op vordering van de overnemer, de titel van overdracht van zakelijk recht als de overtreder niet voldaan heeft aan de verplichting, vermeld in het eerste lid. | 3 | Met behoud van het recht om een schadevergoeding te eisen, vernietigt de rechtbank, op vordering van de overnemer, de titel van overdracht van zakelijk recht als de overtreder niet voldaan heeft aan de verplichting, vermeld in het eerste lid. |
| 3 | In afwijking van het tweede lid kan de overnemer de vordering tot vernietiging niet inroepen als de informatie, vermeld in het eerste lid, wordt meegedeeld bij het verlijden van de authentieke akte en als de nieuwe houder van het zakelijk recht verzaakt aan de vordering tot vernietiging. | 4 | In afwijking van het derde lid kan de overnemer de vordering tot vernietiging niet inroepen als de informatie, vermeld in het eerste lid, wordt meegedeeld bij het verlijden van de authentieke akte en als de nieuwe houder van het zakelijk recht verzaakt aan de vordering tot vernietiging. |
| 4 | Als een zakelijk recht op een roerend of onroerend goed wordt overgedragen, consulteert de instrumenterend ambtenaar het register van herstelvorderingen, vermeld in artikel 3.44, §1, derde lid, en neemt hij de daarin opgenomen informatie op in de akte van overdracht. Als het register over dat goed geen informatie bevat, wordt dat ook vermeld in de akte. | 5 | Als een zakelijk recht op een roerend of onroerend goed wordt overgedragen, consulteert de instrumenterend ambtenaar het register van herstelvorderingen, vermeld in artikel 3.43, en neemt hij de daarin opgenomen informatie op in de akte van overdracht. Als het register over dat goed geen informatie bevat, wordt dat ook vermeld in de akte. |
| 1 | De burgemeester, de wooninspecteur of een door de Vlaamse Regering voor de handhaving van boek 3, deel 9, aangewezen agent van gerechtelijke politie, kunnen de verhuurde of te huur of ter beschikking gestelde woningen die niet conform of overbewoond zijn, en goederen als vermeld in artikel 3.35, verzegelen. | ||
| 2 | Een goed als vermeld in het eerste lid, kan ook verzegeld worden als er al een misdrijf als vermeld in artikel 3.34, 3.35 of 3.36, is vastgesteld en het goed niet langer verhuurd, te huur of ter beschikking gesteld wordt. | ||
| 3 | Als de verzegeling gepaard gaat met gedwongen uitdrijving, neemt de burgemeester de nodige initiatieven voor de herhuisvesting van de bewoners in kwestie, vermeld in artikel 3.32 en 3.33. | 1 | Als een publieke beveiligings- of herstelmaatregel gepaard gaat met gedwongen uitdrijving, neemt de burgemeester de nodige initiatieven voor de herhuisvesting van de bewoners, vermeld in artikel 3.32 en 3.33. |
| 1 | De verhuurder, de houder van het zakelijk recht en de bewoner kunnen tegen de verzegeling beroep instellen bij de Vlaamse Regering binnen tien dagen nadat ze op de hoogte zijn gebracht van de verzegeling. Het beroep werkt niet opschortend. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het instellen en het behandelen van het beroep. | ||
| 2 | De verhuurder, de houder van het zakelijk recht en de bewoner kunnen een verzoek tot opheffing van de verzegeling indienen bij de instantie die heeft verzegeld, als het verzoek betrekking heeft op het uitvoeren van herstelwerkzaamheden of dient om eventuele schade te beperken of te vermijden. Het verzoek wordt verstuurd met een beveiligde zending. De instantie aan wie het verzoek is gericht, beslist binnen 30 dagen nadat ze het verzoek tot opheffing van de verzegeling heeft ontvangen. Die termijn is eenmalig verlengbaar met 30 dagen. Als er geen tijdige beslissing wordt genomen, wordt het verzoek geacht afgewezen te zijn. Tegen een weigering om de verzegeling op te heffen, is beroep mogelijk bij de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het instellen en het behandelen van het beroep. |
| 1 | Het schenden van een verzegeling of het niet-naleven van de voorwaarden die gekoppeld zijn aan de opheffing van de verzegeling, is strafbaar met een bestuurlijke geldboete van 500 euro tot 5000 euro. |
| 20 | 3° woningkenmerken; | 20 | 3° woningkenmerken; |
| 21 | 4° strafrechtelijke gegevens; | 21 | 4° strafrechtelijke gegevens; |
| 22 | 5° gegevens inzake bestuurlijke vervolging en sanctionering; | 22 | 5° gegevens inzake bestuurlijke vervolging, sanctionering, herstel en beveiliging; |
| 23 | 6° gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de bepalingen die de Vlaamse Regering met toepassing van artikel 3.5 oplegt, worden nageleefd. | 23 | 6° gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de bepalingen die de Vlaamse Regering met toepassing van artikel 3.5 oplegt, worden nageleefd. |
| 24 | De Vlaamse Regering kan de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven. | 24 | De Vlaamse Regering kan de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven. |
| 25 | § 4. Voor de verwerking van persoonsgegevens met toepassing van paragraaf 1 geldt een bewaartermijn: | 25 | § 4. Voor de verwerking van persoonsgegevens met toepassing van paragraaf 1 geldt een bewaartermijn: |
| 26 | 1° van 10 jaar na het afsluiten van een administratief dossier als vermeld in deel 2 tot en met 8 van dit boek; | 26 | 1° van 10 jaar na het afsluiten van een administratief dossier als vermeld in deel 2 tot en met 8 van dit boek; |
| 27 | 2° van 30 jaar na het afsluiten van een strafrechtelijk dossier als vermeld in deel 9 van dit boek; | ||
| 28 | 3° zoals bepaald in het Kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving van 22 maart 2019 voor wat betreft de bestuurlijke vervolging en beboeting; | ||
| 27 | 2° ...; | ||
| 28 | 3° ...; | ||
| 29 | 4° van tien jaar nadat het kotlabel, vermeld in artikel 3.59, §2, van deze codex, is vervallen of tien jaar na de beslissing om geen kotlabel toe te kennen; | 29 | 4° van tien jaar nadat het kotlabel, vermeld in artikel 3.59, §2, van deze codex, is vervallen of tien jaar na de beslissing om geen kotlabel toe te kennen; |
| 30 | 5° van een jaar nadat een melding als vermeld in artikel 3.60 van deze codex is geschrapt. | 30 | 5° van een jaar nadat een melding als vermeld in artikel 3.60 van deze codex is geschrapt. |
| 1 | § 1. Er wordt een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 opgericht, genaamd Fonds voor de Wooninspectie. | 1 | § 1. Er wordt een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 opgericht, genaamd Fonds voor de Wooninspectie. |
| 2 | De ontvangsten die gerealiseerd worden op grond van artikel 1.8, artikel 3.43 tot en met 3.50, artikel 3.55, boek 4, deel 3, en boek 6, deel 12, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 worden toegewezen aan het Fonds voor de Wooninspectie. | 2 | De ontvangsten die gerealiseerd worden op grond van boek 4, deel 3, en boek 6, deel 12, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 worden toegewezen aan het Fonds voor de Wooninspectie. |
| 3 | De ontvangsten die gerealiseerd worden op grond van boek 3, deel 9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en die conform artikel 73 van het Kaderde-creet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 toekomen aan de Vlaamse overheid, worden ook toegewezen aan het Fonds voor de Wooninspectie. | ||
| 3 | Aan het Fonds voor de Wooninspectie wordt eveneens toegewezen 18% van het saldo van de dienst met afzonderlijk beheer Herstelfonds beschikbaar als over te dragen saldo bij afsluiting van de jaarrekening 2015. Dit saldo wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering. | 4 | Aan het Fonds voor de Wooninspectie wordt eveneens toegewezen 18% van het saldo van de dienst met afzonderlijk beheer Herstelfonds beschikbaar als over te dragen saldo bij afsluiting van de jaarrekening 2015. Dit saldo wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering. |
| 4 | De in het tweede lid bedoelde ontvangsten mogen enkel worden aangewend voor het verrichten van uitgaven die betrekking hebben op de handhaving en het toezicht op de naleving van het in dat lid vermelde decreet . | 5 | De in het tweede lid bedoelde ontvangsten mogen enkel worden aangewend voor het verrichten van uitgaven die betrekking hebben op de handhaving en het toezicht op de naleving van het in dat lid vermelde decreet en voor de financiering van handhavingsopdrachten of acties ter ondersteu-ning van het door de geschonden regelgeving beschermde algemeen belang als vermeld in artikel 73, eerste lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handha-ving van 14 juli 2023. |
| 5 | § 2. Alle schulden, vorderingen en tegoeden van het Herstelfonds die betrekking hebben op de artikel 3.43 tot en met 3.50, boek 4, deel 3, en boek 6, deel 12, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 worden overgenomen door het Fonds voor de Wooninspectie. | 6 | § 2. Alle schulden, vorderingen en tegoeden van het Herstelfonds die betrekking hebben op de artikel 3.43 tot en met 3.50, boek 4, deel 3, en boek 6, deel 12, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 worden overgenomen door het Fonds voor de Wooninspectie. |
| 16 | 6° middelen vanuit het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige investeringsuitgaven; | 16 | 6° middelen vanuit het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige investeringsuitgaven; |
| 17 | 7° verzekeringsuitkeringen, bruikleenvergoedingen en andere occasionele inkomsten uit het beheer van de collectie kunstwerken van de Vlaamse Gemeenschap. | 17 | 7° verzekeringsuitkeringen, bruikleenvergoedingen en andere occasionele inkomsten uit het beheer van de collectie kunstwerken van de Vlaamse Gemeenschap. |
| 18 | 8° inkomsten uit sponsoring. | 18 | 8° inkomsten uit sponsoring; |
| 19 | 9° de opbrengsten van de handhaving van dit decreet. | ||
| 19 | De dotaties, vermeld in het eerste lid, 1°, worden onmiddellijk toegekend en integraal gestort op de financiële rekening van het Fonds. | 20 | De dotaties, vermeld in het eerste lid, 1°, worden onmiddellijk toegekend en integraal gestort op de financiële rekening van het Fonds. |
| 20 | § 4. Het Topstukkenfonds wordt beheerd door de Vlaamse regering. Zij regelt de werking en het beheer van het Fonds. Zij kan daarbij sommige van haar uitvoeringsbevoegdheden delegeren aan de leidend ambtenaar die zij daartoe aanwijst. | 21 | § 4. Het Topstukkenfonds wordt beheerd door de Vlaamse regering. Zij regelt de werking en het beheer van het Fonds. Zij kan daarbij sommige van haar uitvoeringsbevoegdheden delegeren aan de leidend ambtenaar die zij daartoe aanwijst. |
| 1 | § 1. Onverminderd de plichten van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de ambtenaren die de Vlaamse regering aanwijst, belast met het toezicht op de naleving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, alsook met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken op dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. | ||
| 2 | Deze ambtenaren worden voor de toepassing van dit decreet bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. | ||
| 3 | De aldus aangestelde ambtenaren oefenen hun bevoegdheden uit onder toezicht van de procureur-generaal. | ||
| 4 | § 2. Zij maken een proces-verbaal op van de inbreuken. Dat heeft bewijswaarde tot het tegendeel bewezen is. | ||
| 5 | De geverbaliseerde krijgt een voor eensluidend verklaard afschrift toegezonden binnen vijftien dagen na de vaststelling van de inbreuk. | ||
| 6 | § 3. In het kader van deze opdracht en indien er voldoende aanwijzingen voorhanden zijn om aan te nemen dat de beschermde voorwerpen, de inlichtingen of de documenten daarover zich bevinden in vertrekken die als woning dienst doen, kunnen huiszoekingen verricht worden. Die moeten plaatsvinden tussen 5 en 21 uur hetzij met machtiging van de rechter in de politierechtbank, hetzij met voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner, hetzij bij betrapping op heterdaad. Deze huiszoekingen worden ten minste verricht door één officier van de gerechtelijke politie, of door twee officieren van de gerechtelijke politie indien het door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren bedoeld in artikel 20, § 1, betreft. | ||
| 1 | Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 3, 4, 6, 8, 10, 11 en 12, van toepassing op de handhaving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. |
| 1 | De ambtenaren en officieren, genoemd in artikel 20, kunnen bevelen om de werkzaamheden die in overtreding zijn met de bepalingen die bij of krachtens dit decreet zijn opgelegd, stil te leggen. Zo nodig doen zij een beroep op de gewapende macht en gaan zij over tot de gerechtelijke verzegeling en de inbeslagname van het beschermd voorwerp en de werk- en voertuigen. Al deze maatregelen worden in het proces-verbaal vermeld. | ||
| 1 | De Vlaamse Regering of haar gemachtigde wijst personeelsleden van de administratie van de diensten van de Vlaamse Regering, bevoegd voor het roerend cultureel erfgoed, aan als herstelinstantie als vermeld in artikel 2, 15°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering of haar gemachtigde wijst personeelsleden van de administratie van de diensten van de Vlaamse Regering, bevoegd voor het roerend cultureel erfgoed, aan als beboetingsinstantie als vermeld in artikel 2, 3°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023. |
| 1 | Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren, vermeld in artikel 20 van dit decreet, beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het tiende lid. | ||
| 2 | De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren, vermeld in artikel 20 van dit decreet, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening. | ||
| 3 | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt. | ||
| 4 | De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid, rechtvaardigt. | ||
| 5 | Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan. | ||
| 6 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren, vermeld in artikel 20, zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het achtste lid. Als dat nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel. | ||
| 7 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen. | ||
| 8 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse toezichtcommissie. | ||
| 9 | Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast. | ||
| 10 | Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid, bevat, naar het Openbaar Ministerie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen. |
| 1 | § 1. De volgende personen worden gestraft met een geldboete van 100 euro tot 100.000 euro en met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand of met een van deze straffen alleen: | 1 | § 1. De volgende personen worden gesanctioneerd met een bestuurlijke geldboete van 400 euro tot 800.000 euro: |
| 2 | 1° de eigenaars, bezitters en houders die, met uitzondering van het bepaalde in artikel 9, § 2, hun beschermde voorwerpen niet in goede staat bewaren of nalaten de algemene of bijzondere beschermingsvoorschriften na te leven; | 2 | 1° de eigenaars, bezitters en houders die, met uitzondering van het bepaalde in artikel 9, § 2, hun beschermde voorwerpen niet in goede staat bewaren of nalaten de algemene of bijzondere beschermingsvoorschriften na te leven; |
| 3 | 2° de eigenaars, bezitters en houders van beschermde voorwerpen die zonder toestemming van de Vlaamse regering en fysische ingreep doen in een beschermd voorwerp of nalaten de opgelegde voorwaarden na te leven; | 3 | 2° de eigenaars, bezitters en houders van beschermde voorwerpen die zonder toestemming van de Vlaamse regering en fysische ingreep doen in een beschermd voorwerp of nalaten de opgelegde voorwaarden na te leven; |
| 5 | 4° de eigenaars, bezitters en houders van beschermde voorwerpen die verzuimen de door artikel 9, § 4, opgelegde kennisgevingen te doen; | 5 | 4° de eigenaars, bezitters en houders van beschermde voorwerpen die verzuimen de door artikel 9, § 4, opgelegde kennisgevingen te doen; |
| 6 | 5° de personen die verzuimen de kennisgevingen, vermeld in artikel 18quinquies, §1, tweede, derde en vijfde lid, of artikel 18sexies, §2, derde lid, te doen, of het voorkooprecht of het subrogatierecht van de Vlaamse Rege-ring, vermeld in artikel 18quinquies, §2, miskennen. | 6 | 5° de personen die verzuimen de kennisgevingen, vermeld in artikel 18quinquies, §1, tweede, derde en vijfde lid, of artikel 18sexies, §2, derde lid, te doen, of het voorkooprecht of het subrogatierecht van de Vlaamse Rege-ring, vermeld in artikel 18quinquies, §2, miskennen. |
| 7 | § 2. De volgende personen worden gestraft met een geldboete van 26 euro tot 200 euro en een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden, of met een van deze straffen alleen: de eigenaars, bezitters en houders van beschermde voorwerpen die de ambtenaren of officieren, genoemd in artikel 20, opzettelijk belemmeren of hinderen bij de uitvoering van hun opdrachten, onverminderd de toepassing van de straffen, bepaald bij artikel 271 tot en met 274 van het Strafwetboek. | ||
| 7 | § 2. ... | ||
| 1 | § 1. Op vordering van de Vlaamse regering beveelt de rechtbank aan de veroordeelde op basis van artikel 22, § 1: | ||
| 2 | 1° de nodige maatregelen tot instandhouding en onderhoud te nemen om het verder verval van het beschermd voorwerp tegen te gaan; | ||
| 3 | 2° het beschermd voorwerp te restaureren onder toezicht en met naleving van de richtlijnen van de Vlaamse Gemeenschap; | ||
| 4 | 3° een borgsom te storten in de Deposito- en Consignatiekas. Deze borgsom wordt vastgesteld op basis van de geschatte kosten voor de instandhouding, het onderhoud en de restauratie van het beschermd voorwerp. | ||
| 5 | Het vonnis bepaalt tevens dat de in 3° bepaalde geldsom aan de veroordeelde wordt terugbetaald na de uitvoering van de in het vonnis opgelegde maatregelen en dat bij ontstentenis van een betaling het beschermd voorwerp als borg wordt beschouwd. | ||
| 6 | § 2. Voor het geval dat de in het vonnis opgelegde maatregelen tot conservatie en restauratie niet binnen de vastgestelde termijn werden uitgevoerd, beveelt het vonnis dat de Vlaamse Gemeenschap van ambtswege in de uitvoering ervan kan voorzien, op kosten van de veroordeelde. | ||
| 7 | Alle kosten worden, ten laste van de veroordeelde, op de gestorte borgsom aangerekend. | ||
| 8 | Het saldo van de borgsom blijft integraal aan de Vlaamse Gemeenschap verworven, onverminderd de schadeloosstelling en de opgelegde dwangsom. | ||
| 9 | In het geval dat het beschermd voorwerp als borg werd beschouwd, wordt het, na vijf jaar vanaf het vonnis, bedoeld in § 1, definitief eigendom van de Vlaamse Gemeenschap, tenzij de veroordeelde voor afloop van deze termijn alsnog zijn door de rechter opgelegde verplichting tot het storten van een borgsom nakomt. | ||
| 10 | § 3. De rechten van de burgerlijke partij zijn in geval van rechtstreeks herstel beperkt tot de door de Vlaamse regering gevorderde wijze van herstel, onverminderd het recht om vergoeding van de schade te eisen van de veroordeelde. |
| 1 | § 1. Degene die zonder toestemming een topstuk buiten de Vlaamse Gemeenschap brengt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten minste vier maanden en ten hoogste vijf jaar en een geldboete van 300 euro tot 100.000 euro of met een van deze straffen alleen. | ||
| 2 | § 2. De in § 1 vermelde straffen worden verdubbeld: | ||
| 1 | §1. Degene die zonder toestemming een topstuk buiten de Vlaamse Gemeenschap brengt, wordt gestraft met een straf van niveau 2. | ||
| 2 | In afwijking van artikel 36, negende lid, artikel 38, negende lid, en artikel 52 van het Strafwetboek bedraagt de maximale geldboete altijd 800.000 euro voor het misdrijf, vermeld in het eerste lid. | ||
| 3 | §2. Het misdrijf, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt bestraft met een straf van niveau 3: | ||
| 3 | 1° indien de inbreuk gepleegd wordt door een persoon die uit hoofde van zijn beroep of activiteit met betrekking tot de topstukken een daad van koophandel stelt of door degene die bij die verrichtingen als tussenpersoon optreedt; | 4 | 1° indien het misdrijf gepleegd wordt door een persoon die uit hoofde van zijn beroep of activiteit met betrekking tot de topstukken een daad van koophandel stelt of door degene die bij die verrichtingen als tussenpersoon optreedt; |
| 4 | 2° indien de inbreuk het onmogelijk heeft gemaakt om het topstuk op korte termijn binnen de Vlaamse Gemeenschap terug te brengen. | 5 | 2° indien het misdrijf het onmogelijk heeft gemaakt om het topstuk op korte termijn binnen de Vlaamse Gemeenschap terug te brengen. |
| 6 | In afwijking van artikel 36, negende lid, artikel 38, negende lid, en artikel 52 van het Strafwetboek bedraagt de maximale geldboete altijd 1.600.000 euro. | ||
| 7 | §3. De poging tot het plegen van de misdrijven, vermeld in paragraaf 1 en 2, wordt bestraft met dezelfde straf als het voltooide misdrijf. |
| 1 | § 1. Onder voorbehoud van de wet van 28 oktober 1996 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van bepaalde buitenlandse Staten zijn gebracht, beveelt de rechtbank, op vordering van de Vlaamse Regering, aan de veroordeelde, op basis van artikel 24: | ||
| 2 | 1° het topstuk terug te brengen binnen de Vlaamse Gemeenschap binnen een door de rechtbank vastgestelde termijn die niet langer is dan één jaar; | ||
| 3 | 2° een borgsom te betalen in de Depositio- en Consignatiekas die de rechtbank vaststelt op basis van de internationale marktwaarde van het topstuk, vermeerderd met de geschatte kosten voor de terugkeer ervan. Het vonnis beveelt tevens dat de in 2° bepaalde geldsom aan de veroordeelde wordt terugbetaald na uitvoering van de in het vonnis opgelegde maatregelen, in voorkomend geval verminderd met een bedrag als vergoeding voor de schade of minderwaarde die het topstuk vertoont in de teruggebrachte staat. Het vonnis beveelt eveneens dat bij ontstentenis van een betaling het teruggebracht topstuk als borg wordt beschouwd. | ||
| 4 | § 2. Voor het geval dat het topstuk na verloop van de in het vonnis vastgestelde termijn niet binnen de Vlaamse Gemeenschap is teruggebracht, beveelt het vonnis dat de Vlaamse Gemeenschap van ambtswege in de uitvoering ervan kan voorzien, op kosten van de veroordeelde. Alle kosten van transport en verzekering en andere noodzakelijke uitvoeringskosten worden, ten laste van de veroordeelde, op de gestorte borgsom aangerekend. | ||
| 5 | Het saldo van de borgsom blijft integraal aan de Vlaamse Gemeenschap verworven, onverminderd de schadeloosstelling en de opgelegde dwangsom. | ||
| 6 | Indien het teruggebrachte beschermd voorwerp als borg werd beschouwd, wordt het na vijf jaar, vanaf het vonnis, bedoeld in § 1, definitief eigendom van de Vlaamse Gemeenschap, tenzij de veroordeelde voor de afloop deze termijn alsnog zijn door de rechter opgelegde verplichting tot storting van een borgsom nakomt. | ||
| 7 | § 3. De rechten van de burgerlijke partij zijn in geval van rechtstreeks herstel beperkt tot de door de Vlaamse regering gevorderde wijze van herstel, onverminderd het recht om vergoeding van de schade te eisen van de veroordeelde. |
| 1 | De volgende personen worden gestraft met een gevangenisstraf van ten minste vier maanden en ten hoogste vijf jaar en een geldboete van 26 euro tot 50.000 euro of met een van die straffen alleen: | ||
| 1 | De volgende personen worden gesanctioneerd met een bestuurlijke geldboete van 100 euro tot 400.000 euro: | ||
| 2 | 1° personen die bij de aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het buiten de Europese Unie brengen van cultuurgoederen, willens en wetens onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen of onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekken; | 2 | 1° personen die bij de aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het buiten de Europese Unie brengen van cultuurgoederen, willens en wetens onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen of onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekken; |
| 3 | 2° personen die zonder vergunning een cultuurgoed vanuit de Vlaamse Gemeenschap buiten de Europese Unie brengen. | 3 | 2° personen die zonder vergunning een cultuurgoed vanuit de Vlaamse Gemeenschap buiten de Europese Unie brengen. |
| 4 | De poging tot het plegen van de inbreuken, vermeld in het eerste lid, wordt gesanctioneerd met dezelfde sanctie als de voltooide inbreuk. |
| 1 | De bepalingen van boek 1, hoofdstuk VII, en artikel 85 van het Strafwetboek zijn toepasselijk op de misdrijven, vermeld in dit hoofdstuk. |
| 1 | Elke persoon die, in welke hoedanigheid ook, betrokken is bij de uitvoering en de toepassing van dit decreet, is verplicht tot volstrekte geheimhouding van alle zaken waarvan hij kennis krijgt bij de uitvoering van zijn taken. Hij is verplicht om de volstrekte vertrouwelijkheid van alle gegevens die hij vaststelt of die hem toevertrouwd zijn krachtens dit decreet, in welke vorm ook, te bewaren. | ||
| 2 | Overtredingen van deze geheimhoudingsplicht worden gestraft met de straffen van artikel 458 van het Strafwetboek. | ||
| 1 | In aanvulling op artikel 101 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 wordt het beschermde voorwerp als borg beschouwd als de waarborg-som niet wordt betaald. | ||
| 2 | In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt het beschermde voorwerp vijf jaar na de beslissing dat de overtreder een waarborgsom moet betalen, definitief eigendom van het Topstukkenfonds, vermeld in artikel 19, tenzij de herstelplichti-ge voor de afloop van die termijn de verplichting om een waarborgsom te betalen, nakomt of het opgelegde feitelijke herstel doorvoert. |
| 35 | 29° toezicht: een handeling die erop gericht is om de naleving van Vlaamse regelgeving te controleren; | 35 | 29° toezicht: een handeling die erop gericht is om de naleving van Vlaamse regelgeving te controleren; |
| 36 | 30° toezichthouder: een persoon die bevoegd is om toezicht en opsporing uit te oefenen; | 36 | 30° toezichthouder: een persoon die bevoegd is om toezicht en opsporing uit te oefenen; |
| 37 | 30°/1 vervoermiddel: een rijdend, varend of vliegend tuig, met inbegrip van drones; | ||
| 37 | 31° Vlaamse inspectiedienst: een entiteit van de Vlaamse overheid die binnen hetzelfde beleidsdomein of voor dezelfde regelgeving belast is met de handhaving van Vlaamse regelgeving; | 38 | 31° Vlaamse inspectiedienst: een entiteit van de Vlaamse overheid die binnen hetzelfde beleidsdomein of voor dezelfde regelgeving belast is met de handhaving van Vlaamse regelgeving; |
| 38 | 32° Vlaamse overheid: de Vlaamse overheid, vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018; | 39 | 32° Vlaamse overheid: de Vlaamse overheid, vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018; |
| 4 | 3° de beslissingen en de kennisgevingen van de beboetingsinstanties, vermeld in artikel 38, §2, eerste lid, artikel 39 tot en met 41, en artikel 44, 89 en 90 van dit decreet; | 4 | 3° de beslissingen en de kennisgevingen van de beboetingsinstanties, vermeld in artikel 38, §2, eerste lid, artikel 39 tot en met 41, en artikel 44, 89 en 90 van dit decreet; |
| 5 | 4° de geïntegreerde beslissingen, vermeld in artikel 57 van dit decreet, als de beboetingsinstantie en de herstelinstantie die de voormelde beslissingen hebben genomen, tot de Vlaamse overheid behoren; | 5 | 4° de geïntegreerde beslissingen, vermeld in artikel 57 van dit decreet, als de beboetingsinstantie en de herstelinstantie die de voormelde beslissingen hebben genomen, tot de Vlaamse overheid behoren; |
| 6 | 5° de bestuursdocumenten, vermeld in artikel 82, eerste lid, 4°, van dit decreet, met uitzondering van herstelschikkingen die in een authentieke akte zijn opgenomen. | 6 | 5° de bestuursdocumenten, vermeld in artikel 82, eerste lid, 4°, van dit decreet, met uitzondering van herstelschikkingen die in een authentieke akte zijn opgenomen; |
| 7 | 6° de verslagen over audits rond premies, subsidies of andere rechten en voordelen die verleend zijn op basis van Vlaamse regelgeving. | ||
| 7 | De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden opleggen voor de bestuursdocumenten, vermeld in het eerste lid, en categorieën van bestuursdocumenten uitsluiten voor bepaalde Vlaamse regelgeving. Zij bepaalt welke bestuursdocumenten, opgesteld op basis van Vlaamse regelgeving waarop dit decreet niet van toepassing is, overeenkomen met de in het eerste lid vermelde categorieën. | 8 | De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden opleggen voor de bestuursdocumenten, vermeld in het eerste lid, en categorieën van bestuursdocumenten uitsluiten voor bepaalde Vlaamse regelgeving. Zij bepaalt welke bestuursdocumenten, opgesteld op basis van Vlaamse regelgeving waarop dit decreet niet van toepassing is, overeenkomen met de in het eerste lid vermelde categorieën. |
| 8 | De in het eerste lid vermelde bestuursdocumenten worden bewaard in een digitaal klassement dat door de Vlaamse Regering ter beschikking wordt gesteld. Het digitaal klassement wordt beheerd door de entiteit die bevoegd is voor het beleidsveld Justitie en Handhaving. | 9 | De in het eerste lid vermelde bestuursdocumenten worden bewaard in een digitaal klassement dat door de Vlaamse Regering ter beschikking wordt gesteld. Het digitaal klassement wordt beheerd door de entiteit die bevoegd is voor het beleidsveld Justitie en Handhaving. |
| 15 | §2. De volgende bestuursdocumenten worden ook opgenomen in het digitaal klassement, vermeld in paragraaf 1, derde lid: | 16 | §2. De volgende bestuursdocumenten worden ook opgenomen in het digitaal klassement, vermeld in paragraaf 1, derde lid: |
| 16 | 1° andere bestuursdocumenten dan de bestuursdocumenten, vermeld in paragraaf 1, die door de beboetingsinstantie of de herstelinstantie worden toegevoegd aan respectievelijk het bestuurlijk sanctiedossier of het hersteldossier; | 17 | 1° andere bestuursdocumenten dan de bestuursdocumenten, vermeld in paragraaf 1, die door de beboetingsinstantie of de herstelinstantie worden toegevoegd aan respectievelijk het bestuurlijk sanctiedossier of het hersteldossier; |
| 17 | 2° de beslissingen die genomen zijn naar aanleiding van een administratief of jurisdictioneel beroep tegen de beslissingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. | 18 | 2° de beslissingen die genomen zijn naar aanleiding van een administratief of jurisdictioneel beroep tegen de beslissingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid; |
| 19 | 3° de afschriften en de informatie, vermeld in artikel 9, §6, eerste lid, en artikel 38, §1, van dit decreet. | ||
| 18 | §3. Behoudens technische onmogelijkheid worden de toegankelijkheid en kennisgeving van de bestuursdocumenten, vermeld in paragraaf 1 en 2, voor bestuurlijke overheden en het openbaar ministerie, verzekerd op elektronische wijze, via een beveiligd portaal. | 20 | §3. Behoudens technische onmogelijkheid worden de toegankelijkheid en kennisgeving van de bestuursdocumenten, vermeld in paragraaf 1 en 2, voor bestuurlijke overheden en het openbaar ministerie, verzekerd op elektronische wijze, via een beveiligd portaal. |
| 19 | In de mate waarin deze registers toegang verlenen tot de bestuursdocumenten, vermeld in paragraaf 1 en 2, worden ook het bestuurlijk sanctieregister, vermeld in artikel 77, en het maatregelenregister, vermeld in artikel 81, beschouwd als een beveiligd portaal als vermeld in het eerste lid. | 21 | In de mate waarin deze registers toegang verlenen tot de bestuursdocumenten, vermeld in paragraaf 1 en 2, worden ook het bestuurlijk sanctieregister, vermeld in artikel 77, en het maatregelenregister, vermeld in artikel 81, beschouwd als een beveiligd portaal als vermeld in het eerste lid. |
| 27 | §4. De entiteit, belast met de handhaving van Vlaamse regelgeving, van de functiehouder die conform dit artikel een bestuursdocument heeft opgenomen in het digitaal klassement of aan wie het werd ter kennis gegeven, heeft toegang tot dit bestuursdocument en de daaraan gerelateerde persoonsgegevens en informatie. | 29 | §4. De entiteit, belast met de handhaving van Vlaamse regelgeving, van de functiehouder die conform dit artikel een bestuursdocument heeft opgenomen in het digitaal klassement of aan wie het werd ter kennis gegeven, heeft toegang tot dit bestuursdocument en de daaraan gerelateerde persoonsgegevens en informatie. |
| 28 | De entiteit van de auteur van een proces-verbaal of verslag van vaststelling kan steeds in kennis worden gesteld van navolgende beslissingen van beboetingsinstanties of herstelinstanties. | 30 | De entiteit van de auteur van een proces-verbaal of verslag van vaststelling kan steeds in kennis worden gesteld van navolgende beslissingen van beboetingsinstanties of herstelinstanties. |
| 29 | §5. De Vlaamse Regering kan de lokale overheden, vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verplichten om de bestuursdocumenten, vermeld in paragraaf 1 en 2, op te nemen in het digitaal klassement, vermeld in paragraaf 1, derde lid, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt. | 31 | §5. De Vlaamse Regering kan de lokale overheden, vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de havenbedrijven en de instellingen met een publieke taak, vermeld in artikel I.3, 6°, van het voormelde decreet, verplichten om de bestuursdocumenten, vermeld in paragraaf 1 en 2, op te nemen in het digitaal klassement, vermeld in paragraaf 1, derde lid, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt. |
| 32 | §6. Naar aanleiding van het bewaren van bestuursdocumenten, afschriften en informatie in het digitaal klassement, conform paragraaf 1 en 2, worden de persoonsgegevens en informatiegegevens, vermeld in artikel 78, §1, en artikel 82, ingevoerd in het digitaal klassement voor de doeleinden, vermeld in artikel 77, derde lid, artikel 80, derde lid, en artikel 81, vierde lid, door de bestuurlijke overheden die die bestuursdocumenten hebben opgesteld of ontvangen. | ||
| 10 | 6° de personeelsleden van een havenbedrijf, die het havenbedrijf daarvoor aanwijst; | 10 | 6° de personeelsleden van een havenbedrijf, die het havenbedrijf daarvoor aanwijst; |
| 11 | 7° de bijzondere veldwachters, vermeld in artikel 61 van het Veldwetboek, die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst; | 11 | 7° de bijzondere veldwachters, vermeld in artikel 61 van het Veldwetboek, die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst; |
| 12 | 8° de personeelsleden van de provincie, die de deputatie daarvoor aanwijst. | 12 | 8° de personeelsleden van de provincie, die de deputatie daarvoor aanwijst; |
| 13 | 9° de personeelsleden van de instellingen met een publieke taak, vermeld in artikel I.3, 6°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, die die instel-lingen daarvoor aanwijzen. | ||
| 13 | De Vlaamse Regering kan de aanwijzingsbevoegdheid vermeld in het eerste lid, 1° en 7°, delegeren. | 14 | De Vlaamse Regering kan de aanwijzingsbevoegdheid vermeld in het eerste lid, 1° en 7°, delegeren. |
| 14 | §3. De Vlaamse Regering kan opleidings- en ervaringsvereisten en andere voorwaarden bepalen waaraan categorieën van toezichthouders moeten voldoen. De Vlaamse Regering kan de aanstelling als toezichthouder afhankelijk maken van een van de volgende elementen: | 15 | §3. De Vlaamse Regering kan opleidings- en ervaringsvereisten en andere voorwaarden bepalen waaraan categorieën van toezichthouders moeten voldoen. De Vlaamse Regering kan de aanstelling als toezichthouder afhankelijk maken van een van de volgende elementen: |
| 9 | §3. Toezichthouders zonder hoedanigheid van agent van gerechtelijke politie die tijdens hun toezicht- en opsporingsopdracht misdrijven vaststellen, kunnen daarvan een administratief verslag opstellen. Dat verslag wordt met in achtneming van de richtlijnen van het openbaar ministerie aan een bevoegde toezichthouder gericht. De voormelde toezichthouders kunnen het voormelde verslag in een proces-verbaal opnemen, in voorkomend geval samen met hun eigen vaststellingen. | 9 | §3. Toezichthouders zonder hoedanigheid van agent van gerechtelijke politie die tijdens hun toezicht- en opsporingsopdracht misdrijven vaststellen, kunnen daarvan een administratief verslag opstellen. Dat verslag wordt met in achtneming van de richtlijnen van het openbaar ministerie aan een bevoegde toezichthouder gericht. De voormelde toezichthouders kunnen het voormelde verslag in een proces-verbaal opnemen, in voorkomend geval samen met hun eigen vaststellingen. |
| 10 | Het eerste lid is ook van toepassing op misdrijven, inbreuken of normschendingen die toezichthouders tijdens hun toezicht- en opsporingsopdracht vaststellen, maar die buiten die opdracht vallen. De administratieve verslagen over inbreuken en normschendingen worden gericht aan de bevoegde toezichthouder, die ze kan opnemen in een verslag van vaststelling, in voorkomend geval samen met zijn eigen vaststellingen. | 10 | Het eerste lid is ook van toepassing op misdrijven, inbreuken of normschendingen die toezichthouders tijdens hun toezicht- en opsporingsopdracht vaststellen, maar die buiten die opdracht vallen. De administratieve verslagen over inbreuken en normschendingen worden gericht aan de bevoegde toezichthouder, die ze kan opnemen in een verslag van vaststelling, in voorkomend geval samen met zijn eigen vaststellingen. |
| 11 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid kunnen toezichthouders, met inbegrip van de toezichthouders zonder hoedanigheid van agent van gerechtelijke politie, altijd een proces-verbaal opstellen als ze verhinderd worden bij de regelmatige inzet van hun toezichtrechten, vermeld in artikel 104, eerste lid. | ||
| 11 | §4. Het proces-verbaal of verslag van vaststelling geldt tot het bewijs van het tegendeel voor de feitelijke vaststellingen die erin zijn opgenomen. Een afschrift ervan kan altijd worden bezorgd aan de persoon of de personen ten laste van wie het is opgesteld. | 12 | §4. Het proces-verbaal of verslag van vaststelling geldt tot het bewijs van het tegendeel voor de feitelijke vaststellingen die erin zijn opgenomen. Een afschrift ervan kan altijd worden bezorgd aan de persoon of de personen ten laste van wie het is opgesteld. |
| 12 | §5. Als door het misdrijf, de inbreuk of de normschending mogelijk maatregelen of andere beslissingen van burgerlijke of administratieve aard nodig zijn, stuurt de toezichthouder een afschrift van het proces-verbaal of het verslag van vaststelling naar de overheid die daarover oordeelt. | 13 | §5. Als door het misdrijf, de inbreuk of de normschending mogelijk maatregelen of andere beslissingen van burgerlijke of administratieve aard nodig zijn, stuurt de toezichthouder een afschrift van het proces-verbaal of het verslag van vaststelling naar de overheid die daarover oordeelt. |
| 4 | 3° de wettelijk voorgeschreven vervoersdocumenten laten voorleggen, inzien en kopiëren; | 4 | 3° de wettelijk voorgeschreven vervoersdocumenten laten voorleggen, inzien en kopiëren; |
| 5 | 4° de bestuurders en begeleiders bevelen het vervoermiddel tot stilstand te brengen, stil te houden of over te brengen naar een door hem aangewezen plaats. | 5 | 4° de bestuurders en begeleiders bevelen het vervoermiddel tot stilstand te brengen, stil te houden of over te brengen naar een door hem aangewezen plaats. |
| 6 | §2. Toezichthouders kunnen de identificatiegegevens van de kentekenhouder van een voertuig vragen bij de overheid die belast is met de inschrijving van dat voertuig. | 6 | §2. Toezichthouders kunnen de identificatiegegevens van de kentekenhouder van een vervoermiddel vragen bij de overheid die belast is met de inschrijving van dat vervoermiddel. |
| 7 | Als de kentekenhouder een rechtspersoon is, is hij verplicht de gebruikelijke bestuurder van het voertuig aan te wijzen. | 7 | Als de kentekenhouder een rechtspersoon is, is hij verplicht de gebruikelijke bestuurder van het vervoermiddel aan te wijzen. |
| 8 | De houder van de kentekenplaat of de gebruikelijke bestuurder die het tegenbewijs, vermeld in artikel 27, §4, levert, is verplicht de persoon aan te wijzen die bestuurder was op het ogenblik van de vastgestelde feiten, tenzij de houder van de kentekenplaat of de gebruikelijke bestuurder aannemelijk kan maken dat hij de identiteit van de echte bestuurder niet kent. | 8 | De houder van de kentekenplaat of de gebruikelijke bestuurder die het tegenbewijs, vermeld in artikel 27, §4, levert, is verplicht de persoon aan te wijzen die bestuurder was op het ogenblik van de vastgestelde feiten, tenzij de houder van de kentekenplaat of de gebruikelijke bestuurder aannemelijk kan maken dat hij de identiteit van de echte bestuurder niet kent. |
| 4 | 1° maatschappen; | 4 | 1° maatschappen; |
| 5 | 2° vennootschappen in oprichting. | 5 | 2° vennootschappen in oprichting. |
| 6 | §3. Ondernemingen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de bestuurlijke sancties die opgelegd worden aan hun organen en aan de personen voor wie ze aansprakelijk zijn conform artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek. | 6 | §3. Ondernemingen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de bestuurlijke sancties die opgelegd worden aan hun organen en aan de personen voor wie ze aansprakelijk zijn conform artikel 6.15 van het Burgerlijk Wetboek. |
| 7 | §4. Behalve na tegenbewijs worden natuurlijke personen die houder zijn van de kentekenplaat van een voertuig dat dienstig was voor het plegen van een misdrijf of een inbreuk, geacht de bestuurder te zijn van dat voertuig. Hetzelfde geldt voor gebruikelijke bestuurders van voertuigen die geregistreerd staan op naam van een rechtspersoon. | 7 | §4. Behalve na tegenbewijs worden natuurlijke personen die houder zijn van de kentekenplaat van een vervoermiddel dat dienstig was voor het plegen van een misdrijf of een inbreuk, geacht de bestuurder te zijn van dat vervoermiddel. Hetzelfde geldt voor gebruikelijke bestuurders van vervoermiddelen die geregistreerd staan op naam van een rechtspersoon. |
| 8 | §5. Aan personen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, kan alleen een bestuurlijke sanctie worden opgelegd als de Vlaamse regelgeving, waarin het misdrijf of de inbreuk wordt bepaald, daarin uitdrukkelijk voorziet. | 8 | §5. Aan personen die op het ogenblik van de feiten de volle leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, kan alleen een bestuurlijke sanctie worden opgelegd als de Vlaamse regelgeving, waarin het misdrijf of de inbreuk wordt bepaald, daarin uitdrukkelijk voorziet. |
| 9 | §6. Voor de doeleinden van bestuurlijke sanctionering kan de beboetingsinstantie toegang vragen tot het Centraal Strafregister, vermeld in artikel 589 van het Wetboek van Strafvordering. Hetzelfde geldt voor de toezichthouder voor het bepalen van het bedrag van de bestuurlijke geldboete conform artikel 87, §2, van dit decreet. | 9 | §6. Voor de doeleinden van bestuurlijke sanctionering kan de beboetingsinstantie toegang vragen tot het Centraal Strafregister, vermeld in artikel 589 van het Wetboek van Strafvordering. Hetzelfde geldt voor de toezichthouder voor het bepalen van het bedrag van de bestuurlijke geldboete conform artikel 87, §2, van dit decreet. |
| 1 | Behalve in de gevallen waar de Vlaamse regelgeving zelf de minima en maxima voor alternatieve bestuurlijke geldboetes vaststelt, worden bestuurlijk vervolgde misdrijven gesanctioneerd met een alternatieve bestuurlijke geldboete: | 1 | Behalve in de gevallen waarin de Vlaamse regelgeving zelf de minima en maxima voor alternatieve bestuurlijke geldboetes vaststelt, worden bestuurlijk vervolgde misdrijven gesanctioneerd met een alternatieve bestuurlijke geldboete, waarvan het minimum en het maximum gelijk zijn aan de helft van respectievelijk het minimum en het maximum van de strafrechtelijke geldboete die voor het misdrijf kan worden opgelegd. |
| 2 | 1° van maximaal 1000 euro vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de maximumvrijheidsstraf, maar niet lager dan de strafrechtelijke maximumgeldboete die geldt voor het feit, vermeerderd met de opdeciemen. Als de Vlaamse regelgeving op het feit alleen een strafrechtelijke geldboete stelt, wordt de helft van het maximum van de strafrechtelijke geldboete genomen, vermeerderd met de opdeciemen; | ||
| 3 | 2° van minimaal 250 euro vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de minimumvrijheidsstraf, maar niet lager dan de helft van de strafrechtelijke minimumgeldboete die geldt voor het feit, vermeerderd met de opdeciemen. Als de Vlaamse regelgeving op het feit alleen een strafrechtelijke geldboete stelt, of toelaat dat alleen die straf wordt opgelegd, wordt de helft van het minimum van de strafrechtelijke geldboete genomen, vermeerderd met de opdeciemen. | ||
| 4 | Bij het bepalen van de maximumgeldboete conform het eerste lid gelden de bepalingen van artikel 69 van het Strafwetboek, behalve voor de Vlaamse regelgeving waar de toepassing van dat artikel wordt uitgesloten. Als de vrijheidsstraf, vermeld in het eerste lid, lager is dan één maand, wordt het basisbedrag van respectievelijk 1000 en 250 euro niet vermenigvuldigd. | ||
| 5 | Als de Vlaamse regelgeving bij de vaststelling van verzwarende omstandigheden voorziet in een verhoging van het minimum of het maximum van de vrijheidsstraf of de strafrechtelijke geldboete, wordt met die verhoging rekening gehouden bij het bepalen van het minimum en het maximum van de alternatieve bestuurlijke geldboete conform het eerste lid. | ||
| 2 | In afwijking van het eerste lid zijn het minimum en maximum van de alterna-tieve geldboete die kan worden opgelegd aan natuurlijke personen, gelijk aan drie vierde van respectievelijk het minimum en het maximum van de strafrechtelijke geldboete die voor het misdrijf kan worden opgelegd als dat misdrijf ook met een gevangenisstraf bestraft kan worden, maar niet lager dan het minimum en maximum, vermeld in artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek. |
| 1 | De herstelinstantie kan aan overtreders met een herstelplicht publieke herstelmaatregelen opleggen, zo nodig aangevuld met inperkende maatregelen en de betaling van kosten om de vereiste maatregelen te bepalen. Dat gebeurt via een bestuurlijke herstelbeslissing in de vorm van bestuursdwang of een bestuurlijk herstelbevel. | 1 | De herstelinstantie kan aan overtreders met een herstelplicht publieke herstelmaatregelen opleggen, zo nodig aangevuld met inperkende maatregelen en de betaling van kosten om de vereiste maatregelen te bepalen. Dat gebeurt via een bestuurlijke herstelbeslissing in de vorm van bestuursdwang of een bestuurlijk herstelbevel. |
| 2 | Bestuursdwang laat de herstelinstantie toe om onmiddellijk tot de ambtshalve uitvoering van de publieke herstelmaatregel over te gaan, in de plaats en op kosten van de overtreder. Tot bestuursdwang wordt buiten de context van een bestuurlijk herstelbevel alleen besloten als het herstel van de publieke schade, door de urgentie die er mee gepaard gaat of de specifieke aard daarvan, niet kan worden overgelaten aan de herstelplichtige, en alleen door de herstelinstantie zelf kan worden gerealiseerd. | 2 | Bestuursdwang laat de herstelinstantie toe om onmiddellijk tot de ambtshalve uitvoering van de publieke herstelmaatregel over te gaan, in de plaats en op kosten van de overtreder. Tot bestuursdwang wordt buiten de context van een bestuurlijk herstelbevel alleen besloten als het herstel van de publieke schade, door de urgentie die er mee gepaard gaat of de specifieke aard daarvan, niet kan worden overgelaten aan de herstelplichtige, en alleen door de herstelinstantie zelf kan worden gerealiseerd. |
| 3 | In een bestuurlijk herstelbevel wordt aan de overtreder een hersteltermijn toegekend om de opgelegde publieke herstelmaatregel zelf uit te voeren en om daarvan het bewijs te leveren. De overschrijding van de voormelde termijn geeft aanleiding tot het verbeuren van een dwangsom of de toepassing van bestuursdwang. | 3 | In een bestuurlijk herstelbevel wordt aan de overtreder een hersteltermijn toegekend om de opgelegde publieke herstelmaatregel zelf uit te voeren en om daarvan het bewijs te leveren. De Vlaamse Regering kan een maximale hersteltermijn bepalen. De overschrijding van de voormelde termijn geeft aanleiding tot het verbeuren van een dwangsom of de toepassing van bestuursdwang. |
| 4 | Een bestuurlijk herstelbevel waarin tot een dwangsom wordt beslist als vermeld in het derde lid, vermeldt het bedrag van de dwangsom, en of de dwangsom hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding wordt vastgesteld. De dwangsom kan worden verbonden aan het geheel van de oplegde maatregelen of aan elke maatregel afzonderlijk, zonder dat ze betrekking kan hebben op de betaling van geldsommen. | 4 | Een bestuurlijk herstelbevel waarin tot een dwangsom wordt beslist als vermeld in het derde lid, vermeldt het bedrag van de dwangsom, en of de dwangsom hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding wordt vastgesteld. De dwangsom kan worden verbonden aan het geheel van de oplegde maatregelen of aan elke maatregel afzonderlijk, zonder dat ze betrekking kan hebben op de betaling van geldsommen. |
| 2 | In de vordering kan naast de maatregelen, vermeld in het eerste lid, de terugbetaling worden geëist van de kosten die gemaakt zijn om de vereiste herstel- of inperkende maatregelen te bepalen. | 2 | In de vordering kan naast de maatregelen, vermeld in het eerste lid, de terugbetaling worden geëist van de kosten die gemaakt zijn om de vereiste herstel- of inperkende maatregelen te bepalen. |
| 3 | De vordering van de herstelinstantie wordt gesteld in naam van de overheid waartoe zij behoort. Voor de strafrechter wordt zij met een gewone brief ingeleid bij het parket. | 3 | De vordering van de herstelinstantie wordt gesteld in naam van de overheid waartoe zij behoort. Voor de strafrechter wordt zij met een gewone brief ingeleid bij het parket. |
| 4 | Publieke herstelmaatregelen en inperkende maatregelen worden waar nodig gefaseerd. De rechter kent aan de overtreder de nodige hersteltermijn of termijnen toe om de opgelegde publieke herstelmaatregelen zelf uit te voeren, tenzij de vereiste spoed of de aard van het herstel zich daartegen verzet. De rechter kan op vordering van de herstelinstantie of het openbaar ministerie een dwangsom verbinden aan het geheel van de opgelegde maatregelen of aan elke maatregel afzonderlijk, zonder dat de dwangsom betrekking kan hebben op de betaling van geldsommen. | 4 | Publieke herstelmaatregelen en inperkende maatregelen worden waar nodig gefaseerd. De rechter kent aan de overtreder de nodige hersteltermijn of termijnen toe om de opgelegde publieke herstelmaatregelen zelf uit te voeren, tenzij de vereiste spoed of de aard van het herstel zich daartegen verzet. De Vlaamse Regering kan een maximale hersteltermijn bepalen. De rechter kan op vordering van de herstelinstantie of het openbaar ministerie een dwangsom verbinden aan het geheel van de opgelegde maatregelen of aan elke maatregel afzonderlijk, zonder dat de dwangsom betrekking kan hebben op de betaling van geldsommen. |
| 5 | De rechter machtigt de bevoegde herstelinstantie en, op diens vordering, het openbaar ministerie om ambtshalve in de uitvoering te voorzien van werken en andere niet-pecuniaire verplichtingen, die besloten zijn in de opgelegde publieke herstelmaatregelen, in de plaats en op de kosten van de veroordeelde die in gebreke blijft. | 5 | De rechter machtigt de bevoegde herstelinstantie en, op diens vordering, het openbaar ministerie om ambtshalve in de uitvoering te voorzien van werken en andere niet-pecuniaire verplichtingen, die besloten zijn in de opgelegde publieke herstelmaatregelen, in de plaats en op de kosten van de veroordeelde die in gebreke blijft. |
| 12 | 7° het ter plaatse of elders vernietigen van zaken waarvan het bezit of het gebruik verboden is; | 12 | 7° het ter plaatse of elders vernietigen van zaken waarvan het bezit of het gebruik verboden is; |
| 13 | 8° het ter plaatse of elders vernietigen van voor verrotting of bederf vatbaar organisch materiaal, met inbegrip van dode dieren; | 13 | 8° het ter plaatse of elders vernietigen van voor verrotting of bederf vatbaar organisch materiaal, met inbegrip van dode dieren; |
| 14 | 9° het ter plaatse vrijlaten van illegaal gehouden inheemse beschermde diersoorten in goede conditie. | 14 | 9° het ter plaatse of op een daarvoor geschikte plaats vrijlaten van illegaal gehouden inheemse beschermde diersoorten in goede conditie. |
| 15 | §3. Een beveiligingsmaatregel is evenredig met de ernst van de misdrijven, inbreuken, normschendingen en publieke verliezen die ze beoogt te voorkomen of uit te sluiten. Een beveiligingsmaatregel mag geen onevenredige schade toebrengen aan de belangen van de overtreder of derden. | 15 | §3. Een beveiligingsmaatregel is evenredig met de ernst van de misdrijven, inbreuken, normschendingen en publieke verliezen die ze beoogt te voorkomen of uit te sluiten. Een beveiligingsmaatregel mag geen onevenredige schade toebrengen aan de belangen van de overtreder of derden. |
| 16 | Voor de Vlaamse regelgeving die ze aanwijst, kan de Vlaamse Regering: | 16 | Voor de Vlaamse regelgeving die ze aanwijst, kan de Vlaamse Regering: |
| 1 | §1. Bestuurlijke sanctiebeslissingen, schriftelijke bestuurlijke herstel- en beveiligingsbeslissingen, bekrachtigde herstelschikkingen en de schriftelijke neerslag van mondelinge beveiligingsbeslissingen die als uitvoerbaar gewaarmerkt zijn door de beboetingsinstantie of herstelinstantie die ze heeft genomen of bekrachtigd, gelden als titel als vermeld in artikel 1494 van het Gerechtelijk Wetboek voor de toepassing van bestuursdwang en herstel- en beveiligingsbevelen. Voor de individueel geïdentificeerde adressanten in die beslissingen gelden ze ook als titel voor de inning van schadevergoedingen, verbeurde dwangsommen, uitvoeringskosten en andere bedragen die op grond van die beslissingen zijn verschuldigd. | 1 | §1. Bestuurlijke sanctiebeslissingen, schriftelijke bestuurlijke herstel- en beveiligingsbeslissingen, bekrachtigde herstelschikkingen en de schriftelijke neerslag van mondelinge beveiligingsbeslissingen die als uitvoerbaar gewaarmerkt zijn door de toezichthouder, de beboetingsinstantie of herstelinstantie die ze heeft genomen of bekrachtigd, gelden als titel als vermeld in artikel 1494 van het Gerechtelijk Wetboek voor de toepassing van bestuursdwang en herstel- en beveiligingsbevelen. Voor de individueel geïdentificeerde adressanten in die beslissingen gelden ze ook als titel voor de inning van schadevergoedingen, verbeurde dwangsommen, uitvoeringskosten en andere bedragen die op grond van die beslissingen zijn verschuldigd. |
| 2 | Bedragen die verschuldigd zijn door niet-individueel geïdentificeerde adressanten als vermeld in artikel 65, §5, of door derden als vermeld in artikel 71, §2, tweede lid, van dit decreet, worden geïnd bij gemotiveerd dwangbevel dat als uitvoerbaar gewaarmerkt is door de herstelinstantie. Dat dwangbevel wordt voor de voormelde inning gelijkgesteld met een titel als vermeld in artikel 1494 van het Gerechtelijk Wetboek. | 2 | Bedragen die verschuldigd zijn door niet-individueel geïdentificeerde adressanten als vermeld in artikel 65, §5, of door derden als vermeld in artikel 71, §2, tweede lid, van dit decreet, worden geïnd bij gemotiveerd dwangbevel dat als uitvoerbaar gewaarmerkt is door de herstelinstantie. Dat dwangbevel wordt voor de voormelde inning gelijkgesteld met een titel als vermeld in artikel 1494 van het Gerechtelijk Wetboek. |
| 3 | §2. Bestuurlijke sanctiebeslissingen, schriftelijke bestuurlijke herstel- en beveiligingsbeslissingen en dwangbevelen kunnen pas worden uitgevoerd na betekening bij gerechtsdeurwaardersexploot of bij beveiligde zending van de titel die als uitvoerbaar is gewaarmerkt. | 3 | §2. Bestuurlijke sanctiebeslissingen, schriftelijke bestuurlijke herstel- en beveiligingsbeslissingen en dwangbevelen kunnen pas worden uitgevoerd na betekening bij gerechtsdeurwaardersexploot of bij beveiligde zending van de titel die als uitvoerbaar is gewaarmerkt. |
| 1 | §1. De ambtshalve uitvoering van gerechtelijk of bestuurlijk opgelegde publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen gebeurt onder toezicht van de herstelinstantie of een gerechtsdeurwaarder. In geval van een mondeling beveiligingsbevel dat is uitgesproken door een toezichthouder, gebeurt de ambtshalve uitvoering onder toezicht van die toezichthouder tot aan de bekrachtiging van het bevel door de herstelinstantie, waarna die laatste het toezicht op de uitvoering overneemt. | 1 | §1. De ambtshalve uitvoering van gerechtelijk of bestuurlijk opgelegde publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen gebeurt onder toezicht van de herstelinstantie of een gerechtsdeurwaarder. In geval van een mondeling beveiligingsbevel dat is uitgesproken door een toezichthouder, gebeurt de ambtshalve uitvoering onder toezicht van die toezichthouder tot aan de bekrachtiging van het bevel door de herstelinstantie, waarna die laatste het toezicht op de uitvoering overneemt. |
| 2 | De gerechtsdeurwaarder, de herstelinstantie of de toezichthouder kunnen overgaan tot verzegeling van gebouwen, terreinen en wat zich daarin of daarop bevindt, of het meevoeren en opslaan van ter plaatse aanwezige zaken, als de ambtshalve uitvoering dat vereist. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de bewaring en teruggave van de meegevoerde zaken aan de rechthebbenden. | 2 | De gerechtsdeurwaarder, de herstelinstantie of de toezichthouder kunnen overgaan tot verzegeling van gebouwen, terreinen en wat zich daarin of daarop bevindt, of het meevoeren en opslaan van ter plaatse aanwezige zaken, als de ambtshalve uitvoering dat vereist. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de bewaring, teruggave en, indien noodzakelijk, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van de meegevoerde zaken aan de rechthebbenden. |
| 3 | Naar aanleiding van een ambtshalve uitvoering hebben personen die daarvoor zijn aangewezen door, naargelang het geval, de gerechtsdeurwaarder, de herstelinstantie of de toezichthouder, toegang tot elke plaats als dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de vervulling van hun taak. | 3 | Naar aanleiding van een ambtshalve uitvoering hebben personen die daarvoor zijn aangewezen door, naargelang het geval, de gerechtsdeurwaarder, de herstelinstantie of de toezichthouder, toegang tot elke plaats als dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de vervulling van hun taak. |
| 4 | §2. Iedereen is gehouden om de regelmatige uitvoering van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen die conform dit decreet zijn opgelegd in bestuurlijke herstel- en beveiligingsbeslissingen, herstelschikkingen en gerechtelijke beslissingen, door de herstelplichtige of de bevoegde herstelinstantie te gedogen, onverminderd het recht tot het instellen van derdenverzet of een beroep als vermeld in artikel 55, 68 of 74. | 4 | §2. Iedereen is gehouden om de regelmatige uitvoering van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen die conform dit decreet zijn opgelegd in bestuurlijke herstel- en beveiligingsbeslissingen, herstelschikkingen en gerechtelijke beslissingen, door de herstelplichtige of de bevoegde herstelinstantie te gedogen, onverminderd het recht tot het instellen van derdenverzet of een beroep als vermeld in artikel 55, 68 of 74. |
| 1 | Personen die de aan hen opgelegde publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen uitvoeren, melden dat onmiddellijk aan de bevoegde herstelinstantie . De Vlaamse Regering kan bepalen dat bij de melding stukken en bewijselementen moeten worden gevoegd, die het gemelde herstel aannemelijk maken. | 1 | Personen die de aan hen opgelegde publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen uitvoeren, melden dat onmiddellijk aan de de toezichthouder of herstelinstantie die ze heeft opgelegd. De Vlaamse Regering kan de manier bepalen waarop de melding gebeurt en kan bepalen dat bij de melding stukken en bewijselementen moeten worden gevoegd, die het gemelde herstel aannemelijk maken. |
| 2 | De bevoegde herstelinstantiecontroleert de melding, en brengt de melder op de hoogte van het resultaat van de controle. Als de volledige uitvoering van de opgegeven maatregelen kan worden vastgesteld, wordt een attest van uitvoering opgemaakt en bezorgd aan de melder en eventuele andere herstelplichtigen. | 2 | De toezichthouder of herstelinstantie, vermeld in het eerste lid, controleert de melding, en brengt de melder op de hoogte van het resultaat van de controle. Als de volledige uitvoering van de opgegeven maatregelen kan worden vastgesteld, wordt een attest van uitvoering opgemaakt en bezorgd aan de melder en eventuele andere herstelplichtigen. |
| 3 | De Vlaamse Regering kan bepalen dat voor de controle, vermeld in het tweede lid, kosten worden aangerekend die verhaalbaar zijn op de melder en eventuele andere herstelplichtigen. | 3 | De Vlaamse Regering kan bepalen dat voor de controle, vermeld in het tweede lid, kosten worden aangerekend die verhaalbaar zijn op de melder en eventuele andere herstelplichtigen. |
| 4 | Behalve in geval van bewijs van het tegendeel, geldt alleen het attest van uitvoering als bewijs van het herstel en van de datum van het herstel. | 4 | Behalve in geval van bewijs van het tegendeel, geldt alleen het attest van uitvoering als bewijs van het herstel en van de datum van het herstel. |
| 3 | 2° strafrechtelijke en bestuurlijke vervolgingen; | 3 | 2° strafrechtelijke en bestuurlijke vervolgingen; |
| 4 | 3° het opleggen of doen opleggen van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen; | 4 | 3° het opleggen of doen opleggen van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen; |
| 5 | 4° de beoordeling of voldaan is aan de voorwaarden voor het toekennen of het behoud van vergunningen, machtigingen, toelatingen, premies, subsidies en andere rechten en voordelen die van overheidswege worden toegekend. | 5 | 4° de beoordeling of voldaan is aan de voorwaarden voor het toekennen of het behoud van vergunningen, machtigingen, toelatingen, premies, subsidies en andere rechten en voordelen die van overheidswege worden toegekend; |
| 6 | 5° het bepalen, innen of invorderen van heffingen, retributies en belas-tingen. | ||
| 6 | De informatie, vermeld in het eerste lid, mag nooit gebruikt worden voor de permanente monitoring of de digitale observatie van een specifieke persoon, noch voor profilering als vermeld in artikel 4, 4), van de algemene verordening gegevensbescherming. | 7 | De informatie, vermeld in het eerste lid, mag nooit gebruikt worden voor de permanente monitoring of de digitale observatie van een specifieke persoon, noch voor profilering als vermeld in artikel 4, 4), van de algemene verordening gegevensbescherming. |
| 7 | Als dat noodzakelijk en evenredig is voor een van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, en onder de voorwaarden die ze bepaalt, kan de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, alle of een gedeelte van de persoonsgegevens en informatie toegankelijk maken voor de volgende openbare overheden: | 8 | Als dat noodzakelijk en evenredig is voor een van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, en onder de voorwaarden die ze bepaalt, kan de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, alle of een gedeelte van de persoonsgegevens en informatie toegankelijk maken voor de volgende openbare overheden: |
| 8 | 1° het openbaar ministerie; | 9 | 1° het openbaar ministerie; |
| 9 | 2° de beboetingsinstanties; | 10 | 2° de beboetingsinstanties; |
| 10 | 3° de gemeentelijke, provinciale of Vlaamse inspectiediensten die toezichthouders, agenten van bestuurlijke politie of agenten en officieren van gerechtelijke politie tewerkstellen; | 11 | 3° de gemeentelijke, provinciale of Vlaamse inspectiediensten of havenbedrijven die toezichthouders, agenten van bestuurlijke politie of agenten en officieren van gerechtelijke politie tewerkstellen; |
| 11 | 4° de burgemeesters; | 12 | 4° de burgemeesters; |
| 12 | 5° de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992; | 13 | 5° de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992; |
| 13 | 6° de bestuurlijke overheden, met inbegrip van de herstelinstanties, die bevoegd zijn om maatregelen tot preventie van misdrijven, inbreuken en normschendingen op te leggen of te vorderen, of om maatregelen voor de preventie en herstel van de schadelijke gevolgen van deze misdrijven, inbreuken en normschendingen op te leggen of te vorderen; | 14 | 6° de bestuurlijke overheden, met inbegrip van de herstelinstanties, die bevoegd zijn om maatregelen tot preventie van misdrijven, inbreuken en normschendingen op te leggen of te vorderen, of om maatregelen voor de preventie en herstel van de schadelijke gevolgen van deze misdrijven, inbreuken en normschendingen op te leggen of te vorderen; |
| 14 | 7° de bestuurlijke overheden die bevoegd zijn om vergunningen, machtigingen, toelatingen, premies, subsidies en andere rechten en voordelen te verlenen. | 15 | 7° de bestuurlijke overheden die bevoegd zijn om vergunningen, machtigingen, toelatingen, premies, subsidies en andere rechten en voordelen te verlenen; |
| 16 | 8° de bestuurlijke overheden die bevoegd zijn om heffingen, retributies en belastingen te bepalen, te innen of in te vorderen; | ||
| 17 | 9° de bestuurlijke overheden die bevoegd zijn om de activiteiten, ver-meld in punt 7° en 8°, te controleren of er audits op uit te voeren. | ||
| 15 | De toegang, vermeld in het derde lid, vereist een voorafgaandelijk protocol als vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. | 18 | De toegang, vermeld in het derde lid, vereist een voorafgaandelijk protocol als vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. |
| 16 | Onverminderd de sanctie bepaald in artikel 103 van dit decreet, kan het gebruik van de toegang, vermeld in het derde lid, voor andere doeleinden dan vermeld in het vierde lid, ertoe leiden dat verdere toegang wordt ontzegd aan de betrokkenen. | 19 | Onverminderd de sanctie bepaald in artikel 103 van dit decreet, kan het gebruik van de toegang, vermeld in het derde lid, voor andere doeleinden dan vermeld in het vierde lid, ertoe leiden dat verdere toegang wordt ontzegd aan de betrokkenen. |
| 8 | De vastgoedmakelaar vermeldt bij het voeren van publiciteit en het opmaken van onderhandse overeenkomsten de gegevens die een impact hebben op het over te dragen goed of de zakelijke rechten die daaraan verbonden zijn, met weglating van eventuele persoonsgegevens. | 8 | De vastgoedmakelaar vermeldt bij het voeren van publiciteit en het opmaken van onderhandse overeenkomsten de gegevens die een impact hebben op het over te dragen goed of de zakelijke rechten die daaraan verbonden zijn, met weglating van eventuele persoonsgegevens. |
| 9 | §6. De toegang, vermeld in paragraaf 1 en 2, vereist een voorafgaandelijk protocol als vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. Voor de toegang, vermeld in paragraaf 4, en de toegang van vastgoedmakelaars, vermeld in paragraaf 5, volstaat een voorafgaandelijk protocol met respectievelijk de Federatie van Notarissen en het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars. | 9 | §6. De toegang, vermeld in paragraaf 1 en 2, vereist een voorafgaandelijk protocol als vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. Voor de toegang, vermeld in paragraaf 4, en de toegang van vastgoedmakelaars, vermeld in paragraaf 5, volstaat een voorafgaandelijk protocol met respectievelijk de Federatie van Notarissen en het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars. |
| 10 | De toegang voor notarissen en vastgoedmakelaars, vermeld in paragraaf 4 en 5, wordt verzekerd via het Vastgoedinformatieplatform, vermeld in artikel 2, 20°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform. | ||
| 10 | De Vlaamse Regering kan de consultatie van het maatregelenregister, vermeld in artikel 81, eerste lid, door de instrumenterende ambtenaar, vermeld in paragraaf 4, en de vastgoedmakelaar, vermeld in paragraaf 5, afhankelijk stellen van het betalen van een retributie. | 11 | De Vlaamse Regering kan de consultatie van het maatregelenregister, vermeld in artikel 81, eerste lid, door de instrumenterende ambtenaar, vermeld in paragraaf 4, en de vastgoedmakelaar, vermeld in paragraaf 5, afhankelijk stellen van het betalen van een retributie. |
| 11 | Onverminderd de sanctie bepaald in artikel 103 van dit decreet, kan het gebruik van de toegang tot het maatregelenregister voor andere doeleinden dan vermeld in het eerste lid, ertoe leiden dat verdere toegang wordt ontzegd aan de betrokkenen. | 12 | Onverminderd de sanctie bepaald in artikel 103 van dit decreet, kan het gebruik van de toegang tot het maatregelenregister voor andere doeleinden dan vermeld in het eerste lid, ertoe leiden dat verdere toegang wordt ontzegd aan de betrokkenen. |
| 5 | Van rechtstreekse impact als vermeld in het eerste en tweede lid, is sprake als de beoogde of opgelegde herstelmaatregelen: | 5 | Van rechtstreekse impact als vermeld in het eerste en tweede lid, is sprake als de beoogde of opgelegde herstelmaatregelen: |
| 6 | 1° verplichten om werkzaamheden uit te voeren die principieel door Vlaamse regelgeving aan een vergunning of toelating zijn onderworpen; | 6 | 1° verplichten om werkzaamheden uit te voeren die principieel door Vlaamse regelgeving aan een vergunning of toelating zijn onderworpen; |
| 7 | 2° verplichten om een activiteit te staken of te wijzigen die aan het onroerend goed verbonden is en principieel door Vlaamse regelgeving aan een vergunning of toelating is onderworpen. | 7 | 2° verplichten om een activiteit te staken of te wijzigen die aan het onroerend goed verbonden is en principieel door Vlaamse regelgeving aan een vergunning of toelating is onderworpen; |
| 8 | 3° leiden tot het gedogen van een aan een onroerend goed verbonden onregelmatigheid in de zin van artikel 70, §7. | ||
| 8 | §2. Elke bestuurlijke of gerechtelijke eindbeslissing die in de zaak gewezen is, wordt op de kant van de overschrijving, vermeld in paragraaf 1, ingeschreven. Als een overschrijving ontbreekt, wordt de eindbeslissing ingeschreven op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging. | 9 | §2. Elke bestuurlijke of gerechtelijke eindbeslissing die in de zaak gewezen is, wordt op de kant van de overschrijving, vermeld in paragraaf 1, ingeschreven. Als een overschrijving ontbreekt, wordt de eindbeslissing ingeschreven op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging. |
| 9 | §3. De bevoegde herstelinstantie levert, ambtshalve of op vraag van een belanghebbende of een instrumenterende ambtenaar, een attest van doorhaling af, wanneer de in een bestuurlijke of gerechtelijke eindbeslissing oplegde publieke herstelmaatregelen uitgevoerd, ingetrokken of niet langer uitvoerbaar zijn. Dat attest kan worden ingeschreven onder de kantmelding, vermeld in paragraaf 2. | 10 | §3. De bevoegde herstelinstantie levert, ambtshalve of op vraag van een belanghebbende of een instrumenterende ambtenaar, een attest van doorhaling af, wanneer de in een bestuurlijke of gerechtelijke eindbeslissing oplegde publieke herstelmaatregelen uitgevoerd, ingetrokken of niet langer uitvoerbaar zijn. Dat attest kan worden ingeschreven onder de kantmelding, vermeld in paragraaf 2. |
| 1 | Ingeval van verhindering van de regelmatige inzet van zijn toezichtrechten, kan de toezichthouder in een bestuurlijke beveiligingsbeslissing beslissen tot de volledige of gedeeltelijke staking van de gereglementeerde, gesubsidieerde of van overheidswege gefinancierde activiteiten of handelingen waarop het toezicht door de verhindering niet kon worden uitgeoefend. | 1 | Ingeval van verhindering van de regelmatige inzet van zijn toezichtrechten, kan de toezichthouder in een bestuurlijke beveiligingsbeslissing beslissen tot de volledige of gedeeltelijke staking van de gereglementeerde, gesubsidieerde of van overheidswege gefinancierde activiteiten of handelingen waarop het toezicht door de verhindering niet kon worden uitgeoefend. |
| 2 | De toezichthouder waakt erover dat de inzet van deze bevoegdheid geen onevenredige schade berokkent bij de overtreder of derden. De bestuurlijke beveiligingsbeslissing wordt onmiddellijk ingetrokken nadat de in het eerste lid bedoelde verhindering gestaakt is. | 2 | De toezichthouder waakt erover dat de inzet van deze bevoegdheid geen onevenredige schade berokkent bij de overtreder of derden. De bestuurlijke beveiligingsbeslissing wordt onmiddellijk opgeheven nadat de in het eerste lid bedoelde verhindering gestaakt is. |
| 1 | Met behoud van de toepassing van de afwijkende bepalingen, vermeld in dit decreet en andere Vlaamse regelgeving, zijn alle personen die informatie verkrijgen op grond van de uitoefening van de aan hen door dit decreet toegekende bevoegdheden, verplicht tot de strikte geheimhouding ervan. Als die geheimhoudingsplicht bewust wordt genegeerd, wordt dat gestraft met een gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en een geldboete van 100 euro tot 1000 euro of met een van die straffen alleen. | 1 | Met behoud van de toepassing van de afwijkende bepalingen, vermeld in dit decreet en andere Vlaamse regelgeving, zijn alle personen die informatie verkrijgen op grond van de uitoefening van de aan hen door dit decreet toegekende bevoegdheden, verplicht tot de strikte geheimhouding ervan. Als die geheimhoudingsplicht bewust wordt genegeerd, wordt dat gestraft met een straf van niveau 2. In afwijking van artikel 52 van het Strafwetboek bedraagt de maximale geldboete 8000 euro. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid kunnen de beboetingsinstanties de verkregen informatie delen met het openbaar ministerie, de hiërarchisch bevoegde minister of andere beboetingsinstanties, als dat noodzakelijk is voor de uitoefening van de bevoegdheden van opsporing en vervolging van die beboetinginstanties. | 2 | In afwijking van het eerste lid kunnen de beboetingsinstanties de verkregen informatie delen met het openbaar ministerie, de hiërarchisch bevoegde minister of andere beboetingsinstanties, als dat noodzakelijk is voor de uitoefening van de bevoegdheden van opsporing en vervolging van die beboetinginstanties. |
| 1 | Het verhinderen van de regelmatige inzet van toezichtrechten door toezichthouders wordt gestraft met een geldboete van 250 tot 250. 000euro. | 1 | Het verhinderen van de regelmatige inzet van toezichtrechten door toezichthouders wordt gestraft met een straf van niveau 1. In afwijking van artikel 36, negende lid, en artikel 38, negende lid, van het Strafwetboek bedraagt de maximale geldboete 2.000.000 euro. |
| 2 | De personen die een verzegeling als vermeld in artikel 63, §4, van dit decreet, doorbreken of de voorwaarden, verbonden aan de opheffing ervan, schenden, worden gestraft met de straffen, vermeld in artikel 284 tot en met 288 van het Strafwetboek. | 2 | De personen die een verzegeling als vermeld in artikel 63, §4, van dit decreet, doorbreken of de voorwaarden, verbonden aan de opheffing ervan, schenden, worden gestraft met de straffen, vermeld in artikel 666 en 667 van het Strafwetboek. |
| 3 | De personen, vermeld in artikel 65, §4, tweede lid, worden gesanctioneerd met een bestuurlijke geldboete van 100 tot 10.000 euro. | 3 | De personen, vermeld in artikel 65, §4, tweede lid, worden gesanctioneerd met een bestuurlijke geldboete van 100 tot 10.000 euro. |
| 1 | Deze afdeling, evenals artikel 88, artikel 120 en afdeling 2 van hoofdstuk 4 van titel 6 zijn van toepassing op de binnenwateren. | 1 | Deze afdeling, evenals artikel 88, artikel 118, §1, 2° en afdeling 2 van hoofdstuk 4 van titel 6 zijn van toepassing op de binnenwateren. |
| 2 | Voormelde bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de territoriale zee en de exclusieve economische zone wat betreft de schepen, wrakstukken, gezonken tuigen of voorwerpen die een aantasting van de bereikbaarheid van de Vlaamse havens en waterwegen vormen. | 2 | Voormelde bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op de territoriale zee en de exclusieve economische zone wat betreft de schepen, wrakstukken, gezonken tuigen of voorwerpen die een aantasting van de bereikbaarheid van de Vlaamse havens en waterwegen vormen. |
| 3 | In het geval, vermeld in het tweede lid, komen de bevoegdheden toe aan de Vlaamse Regering. | 3 | In het geval, vermeld in het tweede lid, komen de bevoegdheden toe aan de Vlaamse Regering. |
| 1 | § 1. De eigenaar of de gezagvoerder van een schip dat dreigt te zinken of vast te lopen, dat onvoldoende of onrechtmatig is gemeerd of dat derwijze ligt dat het de doorvaart hindert of anderszins de vrijheid of de veiligheid van de scheepvaart of het leefmilieu in het gedrang brengt of kan brengen, neemt onverwijld alle maatregelen om hieraan te verhelpen. | 1 | § 1. De eigenaar of de gezagvoerder van een schip dat dreigt te zinken of vast te lopen, dat onvoldoende of onrechtmatig is gemeerd of dat derwijze ligt dat het de doorvaart hindert of anderszins de vrijheid of de veiligheid van de scheepvaart of het leefmilieu in het gedrang brengt of kan brengen, neemt onverwijld alle maatregelen om hieraan te verhelpen. |
| 2 | § 2. Wanneer een schip gezonken is of dreigt te zinken of vast te lopen, wanneer het onvoldoende of onrechtmatig gemeerd is of derwijze ligt dat het de doorvaart hindert en, in het algemeen, telkens als het nodig is de vrijheid of veiligheid van de scheepvaart te verzekeren, de afvoer van het water te vergemakkelijken of de belangen van het regime van de waterweg of de haven te vrijwaren, mag de waterwegbeheerder of het havenbedrijf en, bij dringendheid, elke ambtenaar, vermeld in artikel 112, aan de eigenaar of de gezagvoerder de nodig geachte maatregelen voorschrijven, zelfs wanneer deze niet in enige verordening voorzien zijn. | 2 | § 2. Wanneer een schip gezonken is of dreigt te zinken of vast te lopen, wanneer het onvoldoende of onrechtmatig gemeerd is of derwijze ligt dat het de doorvaart hindert en, in het algemeen, telkens als het nodig is de vrijheid of veiligheid van de scheepvaart te verzekeren, de afvoer van het water te vergemakkelijken of de belangen van het regime van de waterweg of de haven te vrijwaren, mag de waterwegbeheerder of het havenbedrijf en, bij dringendheid, elke toezichthouder, aan de eigenaar of de gezagvoerder de nodig geachte maatregelen voorschrijven, zelfs wanneer deze niet in enige verordening voorzien zijn. |
| 3 | De eigenaar en de gezagvoerder moeten aan de gegeven bevelen onmiddellijk gevolg geven. Indien zij hierbij in gebreke blijven of indien zij afwezig zijn, mogen de voorgeschreven maatregelen van ambtswege op hun kosten worden uitgevoerd. | 3 | De eigenaar en de gezagvoerder moeten aan de gegeven bevelen onmiddellijk gevolg geven. Indien zij hierbij in gebreke blijven of indien zij afwezig zijn, mogen de voorgeschreven maatregelen van ambtswege op hun kosten worden uitgevoerd. |
| 4 | Deze bepalingen gelden met behoud van de toepassing van artikel 17 en 140. | 4 | Deze bepalingen gelden met behoud van de toepassing van artikel 17 en 140. |
| 1 | Deze afdeling, evenals artikel 116, artikel 121 tot en met 123 en afdeling 3 van hoofdstuk 4 van titel 6, zijn van toepassing op: | 1 | Deze afdeling, evenals artikel 116, artikel 118 en 119 en afdeling 3 van hoofdstuk 4 van titel 6, zijn van toepassing op: |
| 2 | 1° elk binnenschip, met uitzondering van de pleziervaartuigen; en | 2 | 1° elk binnenschip, met uitzondering van de pleziervaartuigen; en |
| 3 | 2° andere schepen, met uitzondering van pleziervaartuigen en marineschepen en met uitzondering van zeeschepen, zeesleepboten en zeeduwboten die aan een van de volgende voorwaarden voldoen: | 3 | 2° andere schepen, met uitzondering van pleziervaartuigen en marineschepen en met uitzondering van zeeschepen, zeesleepboten en zeeduwboten die aan een van de volgende voorwaarden voldoen: |
| 3 | Tot op een door de Vlaamse Regering vastgestelde datum moet ieder die een schip als vermeld in artikel 55, 1°, bestuurt houder zijn van een bijzonder kwalificatiecertificaat, met name een vaarbewijs, afgegeven overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, of van een getuigschrift dat onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden als gelijkwaardig wordt beschouwd, en dat tevens bij zich hebben. Dit vaarbewijs of dit getuigschrift moet geldig zijn voor de categorie waarin het schip dat wordt bestuurd, is ingedeeld. | 3 | Tot op een door de Vlaamse Regering vastgestelde datum moet ieder die een schip als vermeld in artikel 55, 1°, bestuurt houder zijn van een bijzonder kwalificatiecertificaat, met name een vaarbewijs, afgegeven overeenkomstig de bepalingen van dit decreet, of van een getuigschrift dat onder de door de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden als gelijkwaardig wordt beschouwd, en dat tevens bij zich hebben. Dit vaarbewijs of dit getuigschrift moet geldig zijn voor de categorie waarin het schip dat wordt bestuurd, is ingedeeld. |
| 4 | De Vlaamse Regering kan, onder de algemene voorwaarden die zij vaststelt, vrijstellen van de in deze paragraaf voorgeschreven verplichtingen uit hoofde van de categorie van schepen of de aard van de uitgevoerde activiteiten. | 4 | De Vlaamse Regering kan, onder de algemene voorwaarden die zij vaststelt, vrijstellen van de in deze paragraaf voorgeschreven verplichtingen uit hoofde van de categorie van schepen of de aard van de uitgevoerde activiteiten. |
| 5 | § 2. Het kwalificatiecertificaat, de vergunning of het gelijkwaardige getuigschrift moet worden vertoond telkens als daarom wordt verzocht door de in artikel 112 bedoelde personen. | 5 | § 2. Het kwalificatiecertificaat, de vergunning of het gelijkwaardige getuigschrift moet worden vertoond telkens als daarom wordt verzocht door de toezichthouder. |
| 1 | Het kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving is, met uitzondering van artikel 62 van voormeld kaderdecreet, van toepassing op de handhaving van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten . | 1 | Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 2 tot en met 6, 8 en 10 tot en met 12, van toepassing op de handhaving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. |
| 2 | Aanvullend op artikel 26, § 3, van voormeld kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving, zijn de personeelsleden van de scheepvaartpolitie vermeld in artikel 2 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt eveneens bevoegd voor de bestuurlijke opsporing van de inbreuken, vermeld in 133, eerste lid, 1° tot en met 6°. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen waaronder de scheepvaartpolitie wordt ingeschakeld. | ||
| 4 | Hoofdstuk 5 van voormeld kaderdecreet is van toepassing, met dien verstande dat het bedrag van de onmiddellijke inning, vermeld in artikel 32 van dit kaderdecreet, gelijk is aan 200 euro voor natuurlijke personen en 1250 euro voor rechtspersonen. | ||
| 5 | Bestuurlijke geldelijke sancties worden geïnd en ingevorderd ten voordele van het Vlaamse Gewest. In de mate dat zij werden opgelegd door De Vlaamse Waterweg nv als beboetingsinstantie, worden zij evenwel geïnd en ingevorderd ten voordele van De Vlaamse Waterweg nv. In de mate dat zij werden opgelegd door de beboetingsinstantie, vermeld in artikel 135, tweede lid, worden zij geïnd en ingevorderd ten voordele van de stad Antwerpen. | ||
| 6 | In afwijking van artikel 70 van voormeld kaderdecreet, is de Vlaamse Belastingdienst niet betrokken bij de uitvoering van bestuurlijke sancties, opgelegd door de beboetingsinstantie, vermeld in artikel 135, tweede lid. |
| 1 | Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de op grond van dit decreet daartoe bevoegde overheden beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het negende lid. | ||
| 2 | De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de daartoe bevoegde overheden, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening. | ||
| 3 | De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid, rechtvaardigt. | ||
| 4 | Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan. | ||
| 5 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke beslissing van de verwerkingsverantwoordelijke tot weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van de daartoe bevoegde overheden zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het achtste lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel. | ||
| 6 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen. | ||
| 7 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse Toezichtcommissie. | ||
| 8 | Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast. | ||
| 9 | Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid, bevat, naar het Openbaar Ministerie of de vervolgingsinstantie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie, een onderzoeksrechter of een vervolgingsinstantie, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie, een onderzoeksrechter of een vervolgingsinstantie, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat respectievelijk het Openbaar Ministerie, de onderzoeksrechter of de vervolgingsinstantie heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen. | ||
| 1 | §1. De Vlaamse Regering of haar gemachtigde wijst personeelsleden of entiteiten van de Vlaamse administratie aan als herstelinstantie als vermeld in artikel 2, 15°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023. | ||
| 2 | §2. De Vlaamse Regering of haar gemachtigde wijst personeelsleden of entiteiten van de Vlaamse administratie aan als beboetingsinstantie als vermeld in artikel 2, 3°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023. | ||
| 3 | In afwijking van artikel 2, 3°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 kunnen ook personeelsleden van de stad Antwerpen door het college van burgemeester en schepenen aangewezen worden als beboetingsinstantie voor de inbreuken en misdrijven uit het Scheepvaartdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan voor de zone van de Scheldekaaien in de stad Antwerpen. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering kan de grenzen bepalen van de zone van de Scheldekaaien in de stad Antwerpen, vermeld in het tweede lid. | ||
| 5 | §3. De Vlaamse Regering kan opleidings- en ervaringsvereisten en andere voorwaarden bepalen waaraan herstelinstanties en beboetingsinstanties moeten voldoen. |
| 1 | Personeelsleden van bevoegde autoriteiten, waterwegbeheerders, havenbedrijven of het loodswezen kunnen door deze autoriteiten, waterwegbeheerders, havenbedrijven of het loodswezen worden aangewezen als toezichthouder, agent van gerechtelijke politie of bestuurlijk opsporingsagent wanneer zij voldoen aan de Vlaamse Regering bepaalde opleidings- en ervaringsvereisten en andere voorwaarden. | ||
| 2 | Voor de zone van de Scheldekaaien in de stad Antwerpen (Scheldekaaien zone stad) kunnen personeelsleden van de stad Antwerpen door het college van burgemeester en schepenen onder dezelfde voorwaarden worden aangewezen als toezichthouder of bestuurlijk opsporingsagent bevoegd voor de volgende bepalingen en voorschriften: | ||
| 3 | 1° de bepalingen over de politie van de Beneden-Zeeschelde, vastgesteld overeenkomstig artikel 148 van dit decreet; | ||
| 4 | 2° artikel 30, § 2 tot en met § 4, artikel 31, § 3 en § 4, artikel 41, § 7, en artikel 43, van het koninklijk besluit van 23 september 1992 houdende scheepvaartreglement voor de Beneden-Zeeschelde. | ||
| 5 | De Vlaamse Regering stelt nader de grenzen vast van de zone, vermeld in het tweede lid. | ||
| 6 | De in het eerste lid bedoelde personeelsleden kunnen op voordracht van de bevoegde autoriteiten, waterwegbeheerders, havenbedrijven of het loodswezen door de Vlaamse Regering worden aangesteld als officier van gerechtelijke politie, officier van gerechtelijke politie-hulpofficier van de procureur des Konings, of bestuurlijk opsporingsagent in de zin van artikel 30, § 1, van het kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving. |
| 1 | Met behoud van artikel 20, § 2 en § 3, van het kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving, kunnen de in artikel 112 vermelde personeelsleden, een afschrift van het proces-verbaal of het verslag van vaststelling, wanneer het is opgesteld ten laste van buitenlandse personen, ook bezorgen aan de vertegenwoordigers van deze personen in België of, bij ontstentenis, aan de diplomatieke vertegenwoordiging van de staat waarvan zij onderdaan zijn. | 1 | Met behoud van artikel 9, §3 en §4, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, kunnen de toezichthouders, een afschrift van het proces-verbaal of het verslag van vaststelling, wanneer het is opgesteld ten laste van buitenlandse personen, ook bezorgen aan de vertegenwoordigers van deze personen in België of, bij ontstentenis, aan de diplomatieke vertegenwoordiging van de staat waarvan zij onderdaan zijn. |
| 1 | Met behoud van de bepalingen van het kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving, kan de Vlaamse Regering specifieke detectiemiddelen toelaten voor de vaststelling van misdrijven en inbreuken, omschreven door dit decreet, onder de voorwaarden die ze daaraan verbindt. | 1 | Met behoud van de bepalingen van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, kan de Vlaamse Regering specifieke detectiemiddelen toelaten voor de vaststelling van misdrijven en inbreuken, omschreven door dit decreet, onder de voorwaarden die ze daaraan verbindt. |
| 2 | De automatisch werkende toestellen, gebruikt om toezicht te houden op de naleving van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, moeten, voor zover zij metingen uitvoeren, goedgekeurd of gehomologeerd worden volgens de modaliteiten bepaald door de Vlaamse Regering. | 2 | De automatisch werkende toestellen, gebruikt om toezicht te houden op de naleving van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, moeten, voor zover zij metingen uitvoeren, goedgekeurd of gehomologeerd worden volgens de modaliteiten bepaald door de Vlaamse Regering. |
| 3 | Indien een maximum toegelaten snelheid aan het scheepvaartverkeer wordt opgelegd, kan de naleving hiervan door de in artikel 112 vermelde personeelsleden worden gecontroleerd door het vaststellen van de snelheid op basis van het tijdsverloop tussen de doortocht aan twee fysieke punten, zoals sluizen of bruggen, twee geografisch gedefinieerde punten op de waterlijn, of op elke andere manier door de Vlaamse Regering bepaald. | 3 | Indien een maximum toegelaten snelheid aan het scheepvaartverkeer wordt opgelegd, kan de naleving hiervan door de toezichthouders worden gecontroleerd door het vaststellen van de snelheid op basis van het tijdsverloop tussen de doortocht aan twee fysieke punten, zoals sluizen of bruggen, twee geografisch gedefinieerde punten op de waterlijn, of op elke andere manier door de Vlaamse Regering bepaald. |
| 1 | De in artikel 112 vermelde personeelsleden kunnen aanwijzingen en bevelen geven aan de vermoedelijke pleger van een misdrijf of inbreuk. | 1 | De toezichthouders, bevoegd voor de handhaving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, kunnen aanwijzingen en bevelen geven aan de vermoedelijke pleger van een misdrijf of inbreuk. |
| 1 | Teneinde de toepassing van afdeling 5 van hoofdstuk 1 van titel 3 van dit decreet en van zijn uitvoeringsbesluiten te verzekeren, hebben toezichthouders van de bevoegde autoriteit het recht te eisen dat hun alle scheepspapieren worden voorgelegd en kunnen zij te allen tijde de nodig geachte richtlijnen geven, onder meer het op het droge zetten of het ledig vertonen van het schip en het uitvoeren van bepaalde werken. | 1 | Teneinde de toepassing van afdeling 5 van hoofdstuk 1 van titel 3 van dit decreet en van zijn uitvoeringsbesluiten te verzekeren, hebben toezichthouders het recht te eisen dat hun alle scheepspapieren worden voorgelegd en kunnen zij te allen tijde de nodig geachte richtlijnen geven, onder meer het op het droge zetten of het ledig vertonen van het schip en het uitvoeren van bepaalde werken. |
| 1 | De volgende personen worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 100 tot 2000 euro of met een van deze straffen: | ||
| 1 | §1. De volgende personen worden gestraft met een straf van niveau 1: | ||
| 2 | 1° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 15 ; | 2 | 1° degene die artikel 15 schendt; |
| 3 | 2° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 24; | ||
| 4 | 3° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 25; | ||
| 3 | 2° degene die artikel 17 of 140 schendt; | ||
| 4 | 3° degene die artikel 24 schendt; | ||
| 5 | 4° degene die artikel 25 schendt; | ||
| 5 | 4° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 26, eerste lid, behalve als artikel 53, §1, 8°, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings-en Coördinatiecentrum voor het betrokken feit reeds in een straf voorziet; | 6 | 5° degene die artikel 26, eerste lid, schendt, behalve als artikel 53, §1, 8°, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Red-dings- en Coördinatiecentrum voor het betrokken feit al in een straf voorziet; |
| 6 | 5° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 27; | ||
| 7 | 6° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 35; | ||
| 7 | 6° degene die artikel 27 schendt; | ||
| 8 | 7° degene die artikel 35 schendt; | ||
| 8 | 7° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 49 tot en met 52 ; | 9 | 8° degene die artikel 49 tot en met 52 schendt; |
| 9 | 8° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 69. | ||
| 10 | 9° degene die artikel 56 tot en met 60, met inbegrip van de besluiten die ter uitvoering van die artikelen genomen zijn, schendt; | ||
| 11 | 10° degene die de opdracht van De Vlaamse Waterweg en deskundigen, uitgeoefend conform artikel 56 tot en met 60, en de besluiten die ter uitvoe-ring van die artikelen zijn genomen, heeft belemmerd. Dat geldt ook als de belemmering door de gezagvoerder, de officieren of door personen van Belgische nationaliteit buiten België is gepleegd; | ||
| 12 | 11° degene die, in strijd met artikel 61, niet beschikt over het vereiste kwalificatiecertificaat, de vereiste vergunning of het gelijkwaardige getuig-schrift, of die documenten niet bij zich heeft of ter inzage beschikbaar heeft; | ||
| 13 | 12° degene die activiteiten verricht waarvoor die overeenkomstig artikel 61 moet beschikken over een kwalificatiecertificaat, een vergunning of een gelijk-waardig getuigschrift, terwijl die zich ervan bewust is te lijden aan een van de gebreken of een van de kwalen die door de Vlaamse Regering ter uitvoering van artikel 64 zijn bepaald; | ||
| 14 | 13° degene die op een andere manier de bepalingen van de besluiten die genomen zijn ter uitvoering van artikel 61 tot 64, heeft geschonden; | ||
| 15 | 14° degene die artikel 64 schendt; | ||
| 16 | 15° degene die de besluiten schendt die ter uitvoering van artikel 67 zijn genomen, en degene die de voorwaarden schendt die zijn verbonden aan de individuele toestemming, vermeld in artikel 68; | ||
| 17 | 16° degene die artikel 69 schendt; | ||
| 18 | 17° degene die de aanwijzingen en bevelen, vermeld in artikel 115, niet opvolgt; | ||
| 19 | 18° degene die de besluiten schendt die zijn genomen met toepassing van artikel 147; | ||
| 20 | 19° degene die zich schuldig maakt aan smaad ten aanzien van een toezichthou-der als vermeld in artikel 8, §2, eerste lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, die bevoegd is voor de handhaving van dit decreet, bij de regelmatige inzet van toezichtrechten. | ||
| 21 | In afwijking van artikel 36, negende lid, en artikel 38, negende lid, van het Strafwetboek bedraagt de maximale geldboete altijd 100.000 euro voor de misdrijven, vermeld in het eerste lid. | ||
| 22 | De straffen, vermeld in het eerste lid, of de straffen, vermeld in artikel 104 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, kunnen voor de schendingen, vermeld in het eerste lid, 9° en 10°, en het belemmeren van het toezichtrecht, vermeld in artikel 116, ten aanzien van de gezagvoerder verminderd worden tot een vierde van de straffen waarmee de eigenaar of de exploitant van het schip gestraft kan worden, als bewezen is dat de gezagvoerder van de eigenaar of de exploitant het schriftelijke of mondelinge bevel heeft gekregen om te handelen in strijd met artikel 56 tot en met 60, artikel 116, of de uitvoeringsbesluiten ervan. | ||
| 23 | §2. Voor de misdrijven, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan een alternatieve bestuurlijke geldboete worden opgelegd van minimaal 50 euro en maximaal 100.000 euro. |
| 1 | Eenieder die de personeelsleden, vermeld in artikel 112, opzettelijk belemmert of hindert bij de uitvoering van hun opdrachten, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden of met een geldboete van 200 euro tot 10.000 euro, of met beide straffen, met behoud van de toepassing van de straffen, bepaald in artikel 271 tot en met 274 van het Strafwetboek. | ||
| 1 | §1. De volgende personen worden gestraft met een straf van niveau 2: | ||
| 2 | 1° degene die de bepalingen van titel 3, hoofdstuk 1, afdeling 9, of de besluiten die genomen zijn ter uitvoering van de voormelde afdeling, heeft geschon-den; | ||
| 3 | 2° degene die de bepalingen van titel 5 en de uitvoeringsbesluiten ervan heeft geschonden, of die de opdracht van de OSB of een andere onderzoeksinstan-tie die uitgeoefend is krachtens die bepalingen, heeft belemmerd; | ||
| 4 | 3° de gezagvoerder, de eigenaar of de exploitant van een schip die, in strijd met de bepalingen van artikel 56, vanuit een haven een schip zee doet kiezen of op de binnenwateren een schip doet varen, als de toestand ervan de veilig-heid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het milieu in gevaar brengt. | ||
| 5 | In afwijking van artikel 36, negende lid, artikel 38, negende lid, en artikel 52 van het Strafwetboek bedraagt de maximale geldboete altijd 400.000 euro voor de misdrijven, vermeld in het eerste lid. | ||
| 6 | In afwijking van artikel 52 van het Strafwetboek legt de rechter altijd een bijkomende geldboete op voor het misdrijf, vermeld in het eerste lid, punt 3°. | ||
| 7 | De straffen, vermeld in het eerste lid, voor de schending, vermeld in het eerste lid, 3°, kunnen ten aanzien van de gezagvoerder verminderd worden tot een vierde van de straffen waarmee de eigenaar of de exploitant van het schip gestraft kan worden, als bewezen is dat de gezagvoerder van de eigenaar of de exploitant het schriftelijke of mondelinge bevel heeft gekregen om te handelen in strijd met artikel 56. | ||
| 8 | §2. Voor de misdrijven, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan een alternatieve bestuurlijke geldboete worden opgelegd van minimaal 200 euro en maximaal 500.000 euro. |
| 1 | Wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met een geldboete van 200 euro tot 50.000 euro of met één van deze straffen, degene die artikel 17 en 140 overtreedt. |
| 1 | §1. De straffen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en in paragraaf 3, eerste lid, zijn van toepassing op schepen die zich in de Belgische binnenwateren bevinden. | ||
| 2 | §2. De volgende personen worden gestraft met een straf van niveau 1 als de omstandigheden, vermeld in het tweede lid, zich voordoen: | ||
| 3 | 1° iedereen die een schip bestuurt, een bestuurder begeleidt met het oog op scholing of actief dienst doet op een schip; | ||
| 4 | 2° iedereen die op het punt staat een schip te besturen, een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip. | ||
| 5 | De straffen, vermeld in het eerste lid, zijn van toepassing in elk van de volgende omstandigheden: | ||
| 6 | 1° de ademanalyse die uitgevoerd wordt bij de personen, vermeld in het eerste lid, meet een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht; | ||
| 7 | 2° de bloedanalyse die uitgevoerd wordt bij de personen, vermeld in het eerste lid, geeft een alcoholconcentratie aan van ten minste 0,5 gram en minder dan 0,8 gram per liter bloed. | ||
| 8 | §3. De volgende personen worden gestraft met een straf van niveau 2 als de omstandigheden, vermeld in het tweede lid, zich voordoen: | ||
| 9 | 1° iedereen die een schip bestuurt, een bestuurder begeleidt met het oog op scholing of actief dienst doet op een schip; | ||
| 10 | 2° iedereen die op het punt staat een schip te besturen, een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip. | ||
| 11 | De straffen, vermeld in het eerste lid, zijn van toepassing in elk van de volgende omstandigheden: | ||
| 12 | 1° de ademanalyse die uitgevoerd wordt bij de personen, vermeld in het eerste lid, meet een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht; | ||
| 13 | 2° de bloedanalyse die uitgevoerd wordt bij de personen, vermeld in het eerste lid, geeft een alcoholconcentratie aan van ten minste 0,8 gram per liter bloed; | ||
| 14 | 3° de speekselanalyse die uitgevoerd wordt bij de personen, vermeld in het eerste lid, toont de aanwezigheid aan van de volgende stoffen, waarbij het gehalte gelijk is aan of hoger is dan de volgende gehaltes: | ||
| 15 | a) delta-9-tetrahydrocannabinol (THC): 10 ng/ml; | ||
| 16 | b) amfetamine: 25 ng/ml; | ||
| 17 | c) methyleendioxymethylamfetamine (MDMA): 25 ng/ml; | ||
| 18 | d) morfine (vrij) of 6-acetylmorfine: 5 ng/ml; | ||
| 19 | e) cocaïne of benzoylecgonine: 10 ng/ml; | ||
| 20 | 4° de bloedanalyse die uitgevoerd wordt bij de personen, vermeld in het eerste lid, toont de aanwezigheid aan van de volgende stoffen, waarvan het gehalte gelijk is aan of hoger is dan de hieronder vermelde gehaltes: | ||
| 21 | a) delta-9-tetrahydrocannabinol (THC): 1 ng/ml; | ||
| 22 | b) amfetamine: 25 ng/ml; | ||
| 23 | c) methyleendioxymethylamfetamine (MDMA): 25 ng/ml; | ||
| 24 | d) morfine (vrij) of 6-acetylmorfine: 10 ng/ml; | ||
| 25 | e) cocaïne of benzoylecgonine: 10 ng/ml; | ||
| 26 | 5° de persoon, vermeld in het eerste lid, weigert zich te onderwerpen aan de ademanalyse of aan de speekselanalyse, of weigert, zonder wettige reden, een bloedproef te laten nemen; | ||
| 27 | 6° de persoon, vermeld in het eerste lid, weigert het vaarbevoegdheidsbewijs of het kwalificatiecertificaat waarvan die houder is, af te geven; | ||
| 28 | 7° de persoon, vermeld in het eerste lid, heeft het schip bestuurd, een bestuurder begeleid met het oog op scholing of doet actief dienst op een schip, als dat verboden is. | ||
| 29 | In afwijking van artikel 36, negende lid, en artikel 52 van het Strafwetboek bedraagt de maximale geldboete altijd 40.000 euro voor de misdrijven, vermeld in het eerste en tweede lid. | ||
| 30 | §4. De personen die belast zijn met de opsporing, kunnen het vaarbevoegdheids-bewijs of het kwalificatiecertificaat waarvan de persoon, vermeld in paragraaf 2 of 3, houder is, inhouden overeenkomstig de duur die de Vlaamse Regering bepaald heeft, waardoor het verboden is om het schip te besturen, een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip. De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de vaststellingen gedaan worden, met inbegrip van het verloop van de procedure voor de vaststellingen en, in voorkomend geval, de manier waarop de fases van vaststelling op elkaar aansluiten. | ||
| 31 | §5. De straffen, vermeld in paragraaf 2 en 3, kunnen worden aangevuld met het verval van het recht om een schip te besturen, het recht om een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of het recht om actief dienst te doen op een schip gedurende een maand en ten hoogste vijf jaar of levenslang. De betrokkene geeft het vaarbevoegdheidsbewijs of het kwalificatiecertificaat waarvan die houder is, gedurende die periode af bij de scheepvaartpolitie. Als de betrokkene houder is van een digitaal certificaat, wordt dat digitale certificaat, naargelang het geval, geschorst of ingetrokken bij de European Crew Database. | ||
| 32 | De straffen, vermeld in het eerste lid, kunnen worden aangevuld met de vereiste dat de betrokkene een medisch certificaat voorlegt om de geschiktheid aan te tonen om een schip te besturen, een persoon te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip. | ||
| 33 | §6. Het verval van het recht om een schip te besturen, het recht om een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of het recht om actief dienst te doen op een schip wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid wordt opgelegd als de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden om een schip te besturen naar aanleiding van een veroordeling wegens een overtreding van dit artikel. | ||
| 34 | De duur van het verval van het recht tot sturen, vermeld in het eerste lid, is afhankelijk van het bewijs dat de betrokkene niet meer ongeschikt is om een schip te besturen. | ||
| 35 | §7. Behalve bij samenloop wordt er voor de misdrijven, vermeld in dit artikel, geen gevangenisstraf opgelegd. |
| 1 | § 1. Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met een geldboete van 50 tot 5000 euro wordt gestraft, de gezagvoerder, de eigenaar of de exploitant van een schip die, in strijd met de bepalingen van artikel 56, vanuit een haven een schip zee doet kiezen of op de binnenwateren een schip doet varen, als de toestand ervan de veiligheid van de bemanning, van de passagiers of van de lading of het milieu in gevaar brengt. | ||
| 2 | § 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 26 tot 300 euro of met één van die straffen alleen: | ||
| 3 | 1° ieder die de bepalingen van artikel 56 tot en met 60 of artikel 116, alsook de bepalingen van de ter uitvoering van deze artikelen genomen besluiten heeft overtreden; | ||
| 4 | 2° ieder die de opdracht van de bevoegde autoriteit en deskundigen, krachtens artikel 56 tot en met 60, artikel 116, en de uitvoeringsbesluiten uitgeoefend, heeft belemmerd. | ||
| 5 | § 3. De in paragraaf 2 gestelde sancties zijn ook van toepassing wanneer de overtreding van artikel 116 of de strafbare feiten, vermeld in paragraaf 2, 2°, door de gezagvoerder, de officieren of door personen van Belgische nationaliteit buiten België zijn gepleegd. | ||
| 6 | § 4. De in dit artikel gestelde straffen kunnen ten aanzien van de gezagvoerder verminderd worden tot één vierde van de straffen waarmee de eigenaar of de exploitant van het schip kan gestraft worden, indien bewezen is dat de gezagvoerder van de eigenaar of de exploitant schriftelijk of mondeling bevel heeft gekregen in strijd met artikel 56 tot en met 60, artikel 116, of de uitvoeringsbesluiten te handelen. | ||
| 7 | § 5. Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 1 tot 25 euro wordt gestraft elk lid van de bemanning dat de retentie van een schip heeft uitgelokt door onjuist bevonden beweringen. | ||
| 8 | Indien de onjuiste beweringen willens en wetens zijn geuit, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van 26 tot 100 euro. |
| 1 | Met de straffen gesteld in artikel 276 en 280 van het Strafwetboek naar het aldaar voorziene onderscheid en met behoud van de toepassing van artikel 399, 400 en 401 van hetzelfde wetboek, wordt gestraft ieder die de personeelsleden van de bevoegde autoriteit in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van hun ambt smaadt of slaat. | ||
| 2 | Gezegde personeelsleden hebben het recht de bij dit artikel bedoelde strafbare handelingen op staande voet vast te stellen door middel van een proces-verbaal dat bewijskracht heeft tot het tegenbewijs is geleverd. |
| 1 | Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 26 euro tot 500 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft: | ||
| 2 | 1° hij die, in strijd met artikel 61, het vereiste kwalificatiecertificaat, de vereiste vergunning of het gelijkwaardige getuigschrift niet bij zich heeft of ter inzage beschikbaar heeft; | ||
| 3 | 2° hij die, in strijd met artikel 61, het kwalificatiecertificaat, de vergunning of het gelijkwaardige getuigschrift niet vertoont aan de in artikel 112 bedoelde persoon die erom verzoekt; | ||
| 4 | 3° hij die, in strijd met artikel 64, zijn in artikel 61 bedoelde kwalificatiecertificaat of vergunning niet binnen tien dagen inlevert bij de bevoegde autoriteit die het kwalificatiecertificaat of de vergunning afgegeven heeft wanneer hij er zich van bewust is te lijden aan een van de gebreken of een van de kwalen door de Vlaamse Regering bepaald. | ||
| 5 | Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van 250 euro tot 2000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft: | ||
| 6 | 1° hij die, in strijd met artikel 61, niet beschikt over het vereiste kwalificatiecertificaat, de vereiste vergunning of het gelijkwaardige getuigschrift; | ||
| 7 | 2° hij die de activiteiten verricht waarvoor hij overeenkomstig artikel 61 moet beschikken over een kwalificatiecertificaat, een vergunning of een gelijkwaardig getuigschrift, terwijl hij er zich van bewust is te lijden aan een van de gebreken of een van de kwalen door de Vlaamse Regering in uitvoering van artikel 64 bepaald. | ||
| 8 | 3° hij die op een andere wijze de bepalingen van de ter uitvoering van artikel 61 tot 64 genomen besluiten heeft overtreden. | ||
| 9 | De straffen, vermeld in dit artikel, worden verdubbeld bij herhaling binnen het jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan. Dit lid vindt geen toepassing in het geval dat een overtreding als vermeld in het tweede lid volgt op een overtreding als vermeld in het eerste lid. |
| 1 | De overtredingen van de in uitvoering van artikel 67 genomen besluiten en de overtreding van de voorwaarden die zijn verbonden aan de individuele toestemming, bepaald in artikel 68, worden bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 50 tot 500 euro of met één van die straffen. |
| 1 | Wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met een geldboete van 200 euro tot 50.000 euro of met één van deze straffen, degene die de bepalingen van afdeling 9 van hoofdstuk 1 van titel 3, alsook de bepalingen van de ter uitvoering van deze afdeling genomen besluiten heeft overtreden. |
| 1 | Met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en met geldboete van 50 euro tot 5000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft, eenieder die de bepalingen van titel 5 en zijn uitvoeringsbesluiten heeft overtreden of die de uitvoering van de opdracht van de OSB of een andere onderzoeksinstantie uitgeoefend krachtens deze bepalingen heeft belemmerd. |
| 1 | Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van 50 euro tot 10.000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft, eenieder die zich schuldig maakt aan een overtreding van de besluiten die werden genomen bij toepassing van artikel 147. |
| 1 | Elke overtreding van artikel 99, tweede lid, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek. |
| 1 | Met behoud van artikel 123, § 3, kunnen de maximale straffen, vermeld in deze afdeling, worden verdubbeld in geval van herhaling binnen vijf jaar. |
| 1 | Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn van toepassing op de bij of krachtens dit decreet vastgestelde misdrijven. In geval van herhaling is artikel 85 van het Strafwetboek evenwel niet van toepassing. |
| 1 | De vervolging van misdrijven verjaart na verloop van vijf jaar na het feit waaruit de strafvordering is ontstaan. |
| 1 | De werkgever is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboetes en kosten waartoe zijn lasthebbers of aangestelden zijn veroordeeld. | ||
| 2 | De rechtspersonen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de schadevergoedingen, kosten en geldboetes waartoe hun organen zijn veroordeeld. |
| 9 | 6° de eigenaar of de exploitant van een schip dat, in overtreding van het door de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 53 vastgestelde besluit, niet over een verplicht boorddocument beschikt; | 9 | 6° de eigenaar of de exploitant van een schip dat, in overtreding van het door de Vlaamse Regering overeenkomstig artikel 53 vastgestelde besluit, niet over een verplicht boorddocument beschikt; |
| 10 | 7° degene die gebruik maakt van de waterweg zonder te voldoen aan artikel 79 tot en met 82 of de krachtens deze artikelen uitgevaardigde besluiten. | 10 | 7° degene die gebruik maakt van de waterweg zonder te voldoen aan artikel 79 tot en met 82 of de krachtens deze artikelen uitgevaardigde besluiten. |
| 11 | De bestuurlijke geldboete bedraagt, per inbreuk, maximum 1000 euro voor natuurlijke personen en 5000 euro voor rechtspersonen. | 11 | De bestuurlijke geldboete bedraagt minimaal 50 euro en maximaal 10.000 euro per inbreuk. |
| 1 | De volgende personen worden gesanctioneerd met een exclusieve bestuurlijke geldboete: | 1 | De volgende personen worden gesanctioneerd met een exclusieve bestuurlijke geldboete: |
| 2 | 1° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van de overeenkomstig artikel 148 vastgestelde verbods- of gebodsbepalingen; | 2 | 1° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van de overeenkomstig artikel 148 vastgestelde verbods- of gebodsbepalingen, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op intoxicatie; |
| 3 | 2° de organisator van een activiteit of evenement als vermeld in artikel 29 die niet beschikt over een toelating van de beheerder van het jaagpad; | 3 | 2° de organisator van een activiteit of evenement als vermeld in artikel 29 die niet beschikt over een toelating van de beheerder van het jaagpad; |
| 4 | 3° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 34; | 4 | 3° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 34; |
| 1 | Voor de misdrijven, vermeld in artikel 118 tot en met 128, kan een alternatieve bestuurlijke geldboete worden opgelegd. | 1 | Voor de misdrijven, vermeld in artikel 118 en 119, kan een alternatieve bestuurlijke geldboete worden opgelegd. |
| 1 | Binnen haar taakomschrijving als bepaald bij artikel 5 en 5bis van het decreet van 2 april 2004 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht, is De Vlaamse Waterweg nv de vervolgingsinstantie en de beboetingsinstantie in de zin van het kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving. | ||
| 2 | Voor de zone van de Scheldekaaien in de stad Antwerpen (Scheldekaaien zone stad), vastgesteld overeenkomstig artikel 112, derde lid, kunnen personeelsleden van de stad Antwerpen door het college van burgemeester en schepenen worden aangewezen als vervolgingsinstantie of als beboetingsinstantie in de zin van het kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving, bevoegd voor de in artikel 112, tweede lid, vermelde bepalingen en voorschriften. |
| 1 | § 1. Met uitzondering van de personeelsleden, vermeld in artikel 135, tweede lid, wijst de Vlaamse Regering de personeelsleden van de vervolgingsinstantie aan die bevoegd zijn voor het nemen van beslissingen over de bestuurlijke vervolging en de personeelsleden van de beboetingsinstantie die bevoegd zijn voor het opleggen van de bestuurlijke sancties. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de personeelsleden moeten voldoen. | ||
| 2 | § 2. De vervolgingsinstantie en de beboetingsinstantie, evenals de personeelsleden die binnen die instanties aangesteld zijn om te beslissen over de bestuurlijke vervolging en om de bestuurlijke sancties op te leggen, dienen die bevoegdheid uit te oefenen onder voorwaarden die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen. | ||
| 3 | Deze personeelsleden mogen geen beslissing nemen in een dossier waarin ze reeds zijn opgetreden in een andere hoedanigheid, noch rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben. |
| 1 | Een bestuurlijke geldboete kan niet worden opgelegd als: | ||
| 2 | 1° voor het betrokken feit reeds eerder een bestuurlijke geldboete werd opgelegd; | ||
| 3 | 2° door de strafrechter voor het betrokken feit al eerder een straf werd opgelegd; | ||
| 4 | 3° het betrokken feit eerder al heeft geleid tot een vrijspraak, een eenvoudige schuldverklaring zonder straf, een opschorting van de uitspraak van de veroordeling of een minnelijke schikking. |
| 1 | De bedragen van de bestuurlijke geldboetes, vermeld in dit hoofdstuk, worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex van december van het voorgaande jaar, waarbij het aanvangsindexcijfer het indexcijfer van december 2026 is. Onder de gezondheidsindex wordt verstaan de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in artikel 2, §2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. |
| 1 | Met behoud van de toepassing van de sancties bepaald in hoofdstuk 3 van titel 6, hebben de bevoegde autoriteiten het recht om van elk schip dat de bepalingen van dit decreet en de krachtens dit decreet vastgestelde reglementen heeft overtreden de boorddocumenten tijdelijk in te houden totdat de gezagvoerder alle voorschriften nagekomen is, of om het schip stil te doen houden en van ambtswege naar een door hen aan te wijzen plaats te verhalen, waar het zal opgehouden worden totdat de gezagvoerder alle voorschriften nagekomen is. De overeenkomstig artikel 112, tweede lid, aangewezen personeelsleden van de stad Antwerpen hebben hetzelfde recht. | 1 | Met behoud van de toepassing van de sancties bepaald in hoofdstuk 3 van titel 6, hebben de bevoegde autoriteiten het recht om van elk schip dat de bepalingen van dit decreet en de krachtens dit decreet vastgestelde reglementen heeft overtreden de boorddocumenten tijdelijk in te houden totdat de gezagvoerder alle voorschriften nagekomen is, of om het schip stil te doen houden en van ambtswege naar een door hen aan te wijzen plaats te verhalen, waar het zal opgehouden worden totdat de gezagvoerder alle voorschriften nagekomen is. De toezichthouders van de stad Antwerpen hebben hetzelfde recht. |
| 2 | Nochtans, wanneer de gezagvoerder van een geladen schip geen meetbrief kan tonen, of een vervallen meetbrief voorlegt, kan hem door de bevoegde autoriteit de toelating worden gegeven om zijn reis voort te zetten, mits hij zijn schip dadelijk na het lossen zal doen hermeten. | 2 | Nochtans, wanneer de gezagvoerder van een geladen schip geen meetbrief kan tonen, of een vervallen meetbrief voorlegt, kan hem door de bevoegde autoriteit de toelating worden gegeven om zijn reis voort te zetten, mits hij zijn schip dadelijk na het lossen zal doen hermeten. |
| 1 | Na de vaststelling van een inbreuk als vermeld in artikel 124 kunnen de personeelsleden die belast zijn met het toezicht, vermeld in artikel 112, passende maatregelen nemen, en inzonderheid: | 1 | Na de vaststelling van een inbreuk als vermeld in artikel 118, 15°, kunnen de toezichthouders passende maatregelen nemen, en inzonderheid: |
| 2 | 1° een schip of ander tuig de toegang tot of het verblijf in de haven verbieden; | 2 | 1° een schip of ander tuig de toegang tot of het verblijf in de haven verbieden; |
| 3 | 2° een schip ophouden en naar een nabijgelegen plaats brengen of laten brengen; | 3 | 2° een schip ophouden en naar een nabijgelegen plaats brengen of laten brengen; |