Artikel 6
§1. Onverminderd artikel 78, §2, van dit decreet, worden de maximale bewaringstermijnen voor persoonsgegevens die op basis van dit decreet worden verwerkt, vastgelegd in beheersregels, conform artikel III.81, §2, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Bij het bepalen van deze bewaartermijnen wordt rekening gehouden met:
- 1°het gegeven dat de feiten naar aanleiding waarvan de persoonsgegevens zijn verwerkt, nog straffen, bestuurlijke sancties, publieke herstelmaatregelen, beveiligingsmaatregelen of beslissingen van burgerlijke of administratieve aard kunnen gronden;
- 2°het gegeven dat beslissingen, gegrond op de feiten naar aanleiding waarvan de persoonsgegevens zijn verwerkt, nog het voorwerp uitmaken of kunnen uitmaken van een administratief of jurisdictioneel beroep;
- 3°de relevantie van de persoonsgegevens voor toekomstige handelingen in het kader van toezicht, opsporing, vervolging, sanctionering, beveiliging of herstel;
- 4°de relevantie van de persoonsgegevens voor het determineren van de legaliteit van de toestand, veroorzaakt door de feiten die aanleiding gaven tot de verwerking van deze persoonsgegevens.
De maximale bewaringstermijnen voor persoonsgegevens, bepaald in de beheersregels, vermeld in het eerste lid, met toepassing van de criteria, vermeld in het tweede lid, worden vervolgens door de Vlaamse Regering vastgesteld.
§2. In afwijking van paragraaf 1 geldt voor persoonsgegevens, opgenomen in de arrestendatabank, vermeld in artikel 84, een bewaartermijn van onbepaalde duur.