§ flandrepo
14 regels · van kracht sinds 9 mrt 2026

Artikel 28/1

§1. Het agentschap kan aan een zorgkas een administratieve geldboete opleggen in elk van de volgende gevallen:

  1. 1°de zorgkas voert de rapportering, vermeld in artikel 22, eerste lid, 4°, niet of niet tijdig uit;
  2. 2°de zorgkas legt het boekhoudkundige verslag, vermeld in artikel 30, niet, niet tijdig of niet volledig voor aan het agentschap;
  3. 3°het agentschap stelt bij de zorgkas fraude of ernstige nalatigheid vast die aanleiding geeft tot een fout bij de toekenning van het persoonsvolgend budget, vermeld in artikel 59.

De Vlaamse Regering bepaalt wat moet worden verstaan onder niet tijdig rapporteren als vermeld in het eerste lid, 1°, en onder niet tijdig voorleggen als vermeld in het eerste lid, 2°.

§2. Het bedrag van de administratieve geldboete die kan worden opgelegd in de gevallen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, bedraagt minstens 500 euro en maximaal 5000 euro.

Het bedrag van de administratieve geldboete die kan worden opgelegd in het geval, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, bedraagt 125 euro per gebruiker of, wat tegemoetkomingen voor reiskosten betreft, per vervoerder die getroffen is door de fout bij de toekenning van het persoonsvolgend budget.

Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar een administratieve geldboete opleggen die lager is dan het minimumbedrag, vermeld in het eerste lid. Het bedrag van de administratieve geldboete kan evenwel niet lager zijn dan 50% van het minimumbedrag, vermeld in het eerste lid, en het bedrag, vermeld in het tweede lid.

De door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar kan volledig of gedeeltelijk uitstel verlenen van betaling van de administratieve geldboete als er tijdens de twee vorige jaren geen enkele administratieve geldboete voor soortgelijke inbreuken als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, is opgelegd.

Als hetzelfde feit verschillende inbreuken uitmaakt, wordt alleen de zwaarste sanctie toegepast. Bij samenloop van verschillende inbreuken als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, worden de administratieve geldboeten samengevoegd.

§3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de oplegging en de betaling van de administratieve geldboete, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en de beroepsmogelijkheden. Ze wijst de ambtenaren aan die de administratieve geldboete kunnen opleggen.

§4. De administratieve geldboete, verhoogd met de invorderingskosten, kan bij dwangbevel worden ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling.

De bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op het dwangbevel.

De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit conform artikel 2244 tot en met 2250 van het Burgerlijk Wetboek.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd