Artikel 84
Zowel tegen een evaluatie met conclusie ‘ongunstig’ als tegen een evaluatie met eindconclusie ‘onvoldoende’ kan het personeelslid beroep aantekenen bij de kamer van het college van beroep.
De kamer van het college van beroep doet uitspraak over de evaluatie met conclusie ‘ongunstig’ en over de evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' door enerzijds na te gaan of de evaluatie op een zorgvuldige en kwaliteitsvolle manier is uitgevoerd, en door anderzijds de redelijkheid van de sanctie te beoordelen.
De kamer van het college van beroep heeft de volgende bevoegdheden:
- 1°nagaan of de procedureregels op het niveau van het centrum zijn nageleefd;
- 2°nagaan of de evaluatie is uitgevoerd volgens de regels en in de geest van de functiebeschrijvingen en de evaluatie;
- 3°oordelen of de beslissing afdoende is gemotiveerd. Dat houdt in dat de motieven de beslissing in rechte en in feite aanvaardbaar maken;
- 4°oordelen of er een redelijke verhouding bestaat tussen de feiten en de uiteindelijke beslissing om een evaluatie met conclusie ‘ongunstig’ of een evaluatie met eindconclusie onvoldoende’ te geven;
- 5°de beslissing om een evaluatie met conclusie ‘ongunstig’ te geven vernietigen;
- 6°de beslissing om een evaluatie met eindconclusie `onvoldoende’ te geven vernietigen.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen voor de samenstelling en de uitoefening van het mandaat van de leden van het college van beroep met dien verstande dat:
- 1°de kamer wordt voorgezeten door een onafhankelijke persoon;
- 2°er een pariteit is tussen de vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties;
- 3°de kamer beslist bij gewone meerderheid van stemmen;
- 4°de voorzitter stemgerechtigd is;
- 5°bij staking van stemmen na een tweede stemronde de stem van de voorzitter doorslaggevend is;
- 6°er bij de stemming altijd een pariteit is tussen de vertegenwoordigers van de werkgevers en werknemers, behalve bij een tweede stemming als op de eerste zitting de vertegenwoordigers van een van beide organisaties afwezig bleven.
De Vlaamse Regering benoemt de voorzitter en bepaalt de vergoedingen waarop hij recht heeft en bepaalt de nadere regelen voor het secretariaat en de werkingskosten van het college van beroep.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen voor de beroepsprocedure en voor de werking van de kamer van het college van beroep in het procedurereglement, met dien verstande dat:
- 1°op straffe van verval het beroep ingesteld wordt binnen een termijn van twintig kalenderdagen die volgen op de overhandiging van de kopie van het evaluatieverslag hetzij met de conclusie ‘ongunstig’, hetzij met de eindconclusie ‘onvoldoende’ door de evaluator. Die termijn kan worden geschorst tijdens een vakantieperiode;
- 2°het beroep de evaluatie met eindconclusie `onvoldoende' opschort;
- 3°voor het vaststellen van de redenen tot wraking van de voorzitter en de leden zal worden uitgegaan van het bepaalde in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek;
- 4°de rechten van de verdediging tijdens de procedure worden gewaarborgd.