Artikel 20
Een inrichtende macht kan tijdens de looptijd van de DBFM-overeenkomst een beroep doen op de reguliere subsidiëring of reguliere financiering voor zover een verandering aan het scholenbouwproject niet opgevangen kan worden door de DBFM-overeenkomst.
In afwijking van artikel 19, § 1, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving kan een inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs die tijdens de looptijd van de DBFM-overeenkomst niet over een zakelijk recht beschikt op de schoolinfrastructuur die het voorwerp uitmaakt van de DBFM-overeenkomst, een beroep doen op de reguliere subsidiëring.