Artikel 26
§ 1. De Vlaamse regering wordt ermee belast om de bestaande wets- en decreetsbepalingen waarin het Waarborgfonds bedoeld in artikel 12 van de wet van 4 augustus 1978 en de regeling bedoeld in Afdeling 2 van Hoofdstuk I van de wet van 4 augustus 1978, nader zijn geregeld, te wijzigen, aan te vullen, te vervangen of op te heffen, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van dit decreet.
De Vlaamse regering wordt er in dat kader inzonderheid mee belast om de in het eerste lid bedoelde wets- en decreetsbe-palingen gehanteerde terminologie aan te passen, door, inzonderheid, waar nodig, de verwijzing naar het waarborgfonds, of naar de regeling, als bedoeld in het eerste lid, te vervangen door een verwijzing naar die kadert in de terminologie van dit decreet.
De besluiten die krachtens deze paragraaf worden vastgesteld, houden op uitwerking te hebben indien zij niet bij decreet zijn bekrachtigd binnen de negen maanden na de datum van hun inwerkingtreding. De bekrachtiging werkt terug tot deze laatste datum.
De in deze paragraaf aan de Vlaamse regering opgedragen bevoegdheid vervalt negen maanden na de inwerkingtreding van dit decreet. Na die datum kunnen de besluiten die krachtens deze paragraaf zijn vastgesteld en zijn bekrachtigd alleen bij een decreet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.
§ 2. De Vlaamse regering wordt ermee belast de bepalingen van de wetten en decreten betreffende de regeling en het Waarborgfonds als bedoeld in het eerste lid van de eerste paragraaf te coördineren, alsook de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgende wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van coördinatie. Te dien einde kan zij:
- 1°de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
- 2°de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
- 3°de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen;
- 4°de verwijzingen naar de in de coördinatie opgenomen bepalingen die in andere niet in coördinatie opgenomen bepalingen voorkomen, naar de vorm aanpassen.
De in het eerste lid bedoelde coördinatie treedt pas in werking nadat zij bekrachtigd is door het Vlaams Parlement.