§ flandrepo
13 regels · van kracht sinds 1 sep 2023

Artikel 253/47

§ 1. Voor de inschrijvingen ordent het schoolbestuur, of, na akkoord van de betrokken schoolbesturen, het schoolbestuur dat daarvoor gemandateerd is of het LOP, op het einde van de aanmeldingsperiode, voor zijn school of voor elk van zijn scholen alle aangemelde leerlingen, zodat de toewijzingen de volgende voorrangen in volgorde respecteren:

  1. 1°eerst de leerlingen die tot dezelfde leefentiteit behoren, vermeld in artikel 253/43, eerste lid, 1° ;
  2. 2°dan de kinderen van een ouder die personeelslid is, vermeld in artikel 253/43, eerste lid, 2° ;
  3. 3°dan de kinderen van ouders die conform artikel 253/44 het Nederlands in voldoende mate machtig zijn;
  4. 4°dan de kinderen die vanaf de start van de leerplicht ieder jaar Nederlandstalig basisonderwijs hebben gevolgd, vermeld in artikel 253/45;
  5. 5°in voorkomend geval, dan de leerlingen die behoren tot de ondervertegenwoordigde groep, vermeld in artikel 253/46;
  6. 6°tot slot de overige leerlingen, in voorkomend geval met inbegrip van de leerlingen die overblijven na de toepassing van de criteria, vermeld in punt 1° tot en met 5°, volgens een van de volgende ordeningscriteria:
  7. a)de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in de keuze die de betrokken personen hebben gemaakt en dan toeval;
  8. b)toeval en dan de plaats van de school of vestigingsplaats binnen de rangorde in keuze die de betrokken personen hebben gemaakt.

Het schoolbestuur, de schoolbesturen of het LOP hanteren bij het ordenen van de aangemelde leerlingen de combinatie van ordeningscriteria uit het standaarddossier dat ze hebben onderschreven of de eventuele afwijkingen daarop, zoals de CLR ze heeft goedgekeurd.

§ 2. Als de vooraf bepaalde capaciteit, vermeld in artikel 253/42, al bereikt wordt binnen de leerlingengroep, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° of 5°, worden de leerlingen binnen die leerlingengroep in kwestie geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en volgens de ordeningscriteria, zoals de overige leerlingen, vermeld in het eerste lid, 6°, en vermeld in het standaarddossier dat door hen is onderschreven, of de eventuele afwijkingen daarop, die de CLR heeft goedgekeurd.

§ 3. In voorkomend geval wordt aan een leerling die voor meerdere scholen of vestigingsplaatsen gunstig gerangschikt is, de hoogste school of vestigingsplaats van voorkeur toegewezen en wordt die leerling verwijderd in de scholen of vestigingsplaatsen van lagere keuze.

Het schoolbestuur, de schoolbesturen samen of het LOP kunnen beslissen om na de definitieve toewijzing het resultaat van de toewijzing te optimaliseren, zodat meer leerlingen een school van hogere voorkeur krijgen toegewezen. Deze beslissing mag er niet toe leiden dat de voorrang van een geweigerde leerling geschonden zou worden

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd