Bij de begroting 2020 #152
Gemerged Vlaamse Regering voegde 43 artikels samen in circusdecreet-van-1-maart-2019decreet-2016-05-20decreet-2003-07-18 · 15 november 2019 10 checks vragen aandacht
Amendementen
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BEG
27 november 2019 (2019-2020)
Amendement
op het ontwerp van programmadecreet
bij de begroting 2020
ingediend op
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Amendement
— 1011 Brussel — 02/552.11.11 — www.vlaamsparlement.be
LEGENDE
FIN Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting en Justitie
BIN Commissie voor Binnenlands Bestuur, Gelijke Kansen en Inburgering
BRU Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand en Dierenwelzijn
BUI Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden,
Internationale Samenwerking en Toerisme
CUL Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media
ECO Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en
Innovatie
LAN Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid
LEE Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie
OPE Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken
OND Commissie voor Onderwijs
WEL Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding
WON Commissie voor Wonen en Onroerend Erfgoed
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Tom Ongena, Nadia Sminate, Vincent Van Peteghem,
Paul Van Miert, Peter Van Rompuy en Steven Vandeput
Hoofdstuk 7
Een afdeling 3 toevoegen, die luidt als volgt:
“Afdeling 3. Invordering van provincie- en gemeentebelastingen
Art. 24/1. Artikel 11 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging,
de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen,
gewijzigd bij het decreet van 28 mei 2010, wordt vervangen door wat volgt:
“Art. 11. Zonder afbreuk te doen aan het huidige decreet, zijn van overeenkomstige toepassing op de provincie- en gemeentebelastingen:
1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van
de Inkomstenbelastingen 1992, voor zover deze niet specifiek de belastingen
op de inkomsten betreffen;
2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en nietfiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43
tot en met 48.”.”.
VERANTWOORDING
In artikel 11 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen wordt voor een groot deel van de procedures die
de vestiging en de inning en invordering van de lokale belastingen regelen, verwezen naar het Wetboek
van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992). Die verwijzing is dynamisch, waardoor aanpassingen
aan het WIB 1992 automatisch ook van toepassing worden op de lokale besturen.
Op 13 april 2019 werd een Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en
niet-fiscale schuldvorderingen (Invorderingswetboek) ingevoerd, dat in werking treedt op 1 januari
2020. Het Invorderingswetboek zal onder andere de invorderingsprocedures regelen voor de inkomstenbelastingen. Heel wat overeenkomstige procedurebepalingen in het WIB 1992 en zijn uitvoeringsbesluit worden daarom opgeheven. Als gevolg daarvan kunnen de gemeenten en de provincies vanaf 1
januari 2020 niet langer terugvallen op hoofdstuk 9 en 9bis van het WIB 1992 voor de invordering van
hun belastingen.
Om die leemte voor de lokale besturen in te vullen, moet artikel 11 van het decreet van 30 mei 2008
betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen aangepast worden. De aansluiting bij het Invorderingswetboek waarborgt een maximale continuïteit voor de lokale besturen en honoreert meteen ook de doelstelling om zoveel mogelijk coherentie
in het fiscaal recht te bewaren.
Een verbetering ten aanzien van het WIB 1992 is het verlenen van een statuut aan de medeschuldenaar. Het gaat om een persoon die zelf niet in het kohier opgenomen is, maar die wel medeaansprakelijk
is voor de belastingschuld overeenkomstig het wetboek of de fiscale wetten of krachtens het gemeen
recht. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het overlijden van een belastingschuldige (de erfgenamen die
de nalatenschap aanvaard hebben, zijn medeschuldenaars), voor echtgenoten (echtgenoten zijn medeschuldenaars onder bepaalde voorwaarden, zie artikel 10 van het Invorderingswetboek), de overnemer van een handelsfonds (zie artikel 50, §2), de bestuurder van een vennootschap die niet aan haar
belastingschulden voldoet of kan voldoen als gevolg van slecht bestuur (artikel 51), de opdrachtgever
of de aannemer die een overeenkomst sluit met een medecontractant met belastingschulden (artikel 54), de dader of mededader van fiscale misdrijven, de vennoten van een vennootschap zonder
rechtspersoonlijkheid enzovoort. Het Invorderingswetboek bepaalt duidelijke procedureregels om de
medeschuldenaar aan te spreken, om te beginnen via een bijzondere aanmaning (zie artikel 13, §2).
Verder zal de belastingplicht gemakkelijker overgezet kunnen worden bij de overdracht van een onroerend goed, doordat de financieel beheerder de wijziging van eigendom voortaan ook ambtshalve zal
kunnen vaststellen (artikel 11). De uitbreiding van de notificatieplicht van de notaris ten aanzien van
de lokale besturen bij de opmaak van akten van erfopvolging, wordt voorlopig nog niet meegenomen.
Dat staat de invordering van de lokale belastingen van een erflater bij de erfgenamen, legatarissen of
C-BIN
begunstigden van een contractuele erfstelling niet in de weg, maar vergt tot zolang meer inspanningen
van de financieel beheerders bij de lokale besturen. Voorlopig zullen de financieel beheerders nog altijd
zelf het initiatief moeten nemen om de identiteit van de erfgenamen, legatarissen of begunstigden van
een erflater te achterhalen en om de betaling van de belastingschuld veilig te stellen (zie artikel 46). De
voorlopige uitsluiting van artikel 43 tot en met 48 van het Invorderingswetboek biedt de federatie van
notarissen de gelegenheid om zich op een latere uitbreiding voor te bereiden.
De aanpassing van artikel 11 van het decreet van 30 mei 2008 voorkomt dat de gemeenten en de
provincies problemen zouden ondervinden bij de invordering van hun belastingen, met een daaruit …