| 1 | Heffingsplichtigen die de toepassing wensen van de in artikel 4.2.2.3.1. bedoelde berekeningsmethode moeten zelf zorgen voor meet- en bemonsteringsresultaten afkomstig van een op eigen initiatief uitgevoerde meetcampagne door een laboratorium vermeld in artikel 4.2.2.3.2. | 1 | Heffingsplichtigen die de toepassing wensen van de in artikel 4.2.2.3.1. bedoelde berekeningsmethode moeten zelf zorgen voor meet- en bemonsteringsresultaten afkomstig van een op eigen initiatief uitgevoerde meetcampagne door een laboratorium vermeld in artikel 4.2.2.3.2, uitgevoerd minstens in de periode van de grootste vervuiling. |
| 2 | Indien de heffingsplichtige en de Vlaamse Milieumaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar monsternemingen hebben laten uitvoerenen de overeenkomstig artikel 4.2.2.3.1. vastgestelde N1-waarde, berekend op basis van de resultaten van de Vlaamse Milieumaatschappij 30% hoger ligt dan de N1-waarde bepaald op grond van de resultaten van de heffingsplichtige , worden de componenten N1, N2, N3 en Nv bedoeld in artikel 4.2.2.3.1. uitsluitend berekend op basis van de resultaten van de Vlaamse Milieumaatschappij voor zover dit resulteert in een hogere vuilvracht. | 2 | Als in het jaar vóór het heffingsjaar de heffingsplichtige en de Vlaamse Milieumaatschappij en, in voorkomend geval, de toezichthouder, bevoegd voor milieuhandhaving, monsternemingen uitvoeren, en de N-waarde die conform artikel 4.2.2.3.1 is berekend op basis van het gemiddelde van alle resultaten van monsternemingen, met uitzondering van de resultaten die van de heffingsplichtige komen, 30% hoger ligt dan de N-waarde die is bepaald op grond van de resultaten van de meetcampagne van de heffingsplichtige met de hoogste vuilvracht, worden alle resultaten van de heffingsplichtige van de berekening van de componenten N1, N2, N3 en Nv, vermeld in artikel 4.2.2.3.1, uitgesloten. |
| 3 | In dit geval worden de kosten voor monsterneming en analyses die als basis dienen voor bedoelde heffing ten laste gelegd van de heffingsplichtige, tenzij het verschil tussen de overeenkomstig artikel 4.2.2.3.1. vastgestelde N-waarde, berekend op basis van de resultaten van de Vlaamse Milieumaatschappij, en de N-waarde, bepaald op grond van de resultaten van de heffingsplichtige , kleiner is dan 50 VE. | 3 | In dit geval worden de door de Vlaamse Milieumaatschappij gedragen kosten voor monsterneming en analyses die als basis dienen voor bedoelde heffing ten laste gelegd van de heffingsplichtige, tenzij het verschil tussen de overeenkomstig artikel 4.2.2.3.1. vastgestelde N-waarde, berekend op basis van het gemiddelde van alle resultaten van monsternemingen, met uitzondering van de resultaten die van de heffingsplichtige komen, en de N-waarde, die wordt bepaald op grond van de resultaten van de meetcampagne van de heffingsplichtige met de hoogste vuilvracht, kleiner is dan 50 VE. |