| | 1 | § 1. Voor zover dat niet anders is bepaald, wordt het personeelslid dat tijdelijk is aangesteld, vastbenoemd is of een mandaat bekleedt, zonder opzegging uit zijn ambt ontslagen als : |
| | 2 | 1° hij niet meer voldoet aan een van de volgende voorwaarden : |
| | 3 | a) onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling; |
| | 4 | b) de burgerlijke en politieke rechten genieten; |
| | 5 | c) voldoen aan de dienstplichtwetten; |
| | 6 | 2° hij na een geoorloofde afwezigheid zonder geldige redenen, behoudens overmacht, zijn dienst niet hervat en gedurende een ononderbroken periode van meer dan tien kalenderdagen afwezig blijft; |
| | 7 | 3° hij zonder geldige redenen zijn betrekking verlaat en gedurende een ononderbroken periode van meer dan tien kalenderdagen afwezig blijft; |
| | 8 | 4° hij zich bevindt in een van de gevallen waarin de toepassing van de burgerlijke wetten en van de strafwetten, de ambtsneerlegging tot gevolg heeft; |
| | 9 | 5° is vastgesteld dat hij wegens een overeenkomstig de wet, het decreet of een reglement erkende blijvende arbeidsongeschiktheid niet meer in staat is zijn ambt naar behoren te vervullen. |
| | 10 | § 2. Met behoud van de toepassing van de bepalingen in § 1, wordt een vastbenoemd personeelslid uit zijn ambt ontslagen als : |
| | 11 | 1° hij gedurende twee opeenvolgende evaluaties of drie keer tijdens de loopbaan in hetzelfde ambt bij de inspectie een definitieve evaluatie met eindconclusie onvoldoende heeft gekregen; |
| | 12 | 2° hij wordt ontslagen of afgezet na een tuchtmaatregel. |
| | 13 | Bij ontslag van een vastbenoemd personeelslid op grond van § 2, 1° en 2°, wordt een opzeggingstermijn bepaald waarvan de duur wordt vastgesteld volgens het aantal arbeidsdagen dat vereist is om aanspraak te kunnen maken op uitkeringen in het kader van de werkloosheidsreglementering en van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering. |
| | 14 | Tijdens die opzeggingstermijn : |
| | 15 | 1° wordt het personeelslid beschouwd als tijdelijk aangesteld in zijn ambt; |
| | 16 | 2° geniet het personeelslid het brutoactiviteitssalaris dat verbonden is aan het ambt waarin het vastbenoemd was. |
| | 17 | Het personeelslid kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van die opzeggingstermijn. |