§ flandrepo
  1. +5 −4 art. 1.8
    1§1. Het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019 is, met uitzondering van artikel 22, §2, van dit kaderdecreet, van toepassing op de handhaving van de woningkwaliteitsbewaking, vermeld in boek 3.1§1. Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 4, 8 en 11, en met uitzondering van artikel 10, §2, van het voormelde decreet, van toepassing op de handhaving van de woningkwaliteitsbe-waking, vermeld in boek 3.
    2§2. De door de Vlaamse Regering als wooninspecteurs aangewezen personeelsleden zijn van rechtswege officier van gerechtelijke politie - hulpofficier van de procureur des Konings, bestuurlijke opsporingsagent en toezichthouder in de zin van het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019. In hun hoedanigheid van bestuurlijk opsporingsagent beschikken ze over de bevoegdheid, vermeld in artikel 30, § 1 en § 2, van voormeld decreet.2§2. Voor de handhaving van dit decreet beschikken de wooninspecteurs over de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie – hulpofficier van de procureur des Konings, toezichthouder als vermeld in artikel 2, 30°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 en herstelinstantie als vermeld in artikel 2, 15°, van het voormelde decreet. In hun hoedanigheid van toezichthouder beschikken ze over de bevoegdheid, vermeld in artikel 22 van het voormelde decreet.
    3De personeelsleden van de politiediensten, vermeld in artikel 26, § 3, van het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019, zijn bevoegd voor de bestuurlijke opsporing van de inbreuken, vermeld in artikel 3.55 van deze codex, volgens de bepalingen van hoofdstuk 4 van hetzelfde kaderdecreet. Personeelsleden van de politiediensten die officier van bestuurlijke politie zijn, beschikken daarvoor van rechtswege over de bevoegdheden, vermeld in artikel 30, § 1 en § 2, van voormeld decreet.
    4Voor de toepassing van artikel 20, § 5, tweede lid, van het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019 worden sociale verhuurders gelijkgesteld met de overheden die afschriften van processen-verbaal of verslagen van vaststelling mogen ontvangen voor de daar bepaalde doeleinden.".
    3De Vlaamse Regering of haar gemachtigde wijst de wooninspecteurs aan.
    4De Vlaamse Regering kan opleidings- en ervaringsvereisten en andere voor-waarden bepalen waaraan de wooninspecteurs moeten voldoen.
    5Contractuele personeelsleden kunnen alleen wooninspecteur zijn als ze zijn beëdigd. Het personeelslid legt de eed af conform de wettelijke of decretale bepalingen die op het personeelslid van toepassing zijn, of, als die ontbreken, in handen van diens lijnmanager of diens gemachtigde conform artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie.
  2. +4 −0 art. 1.8 nieuw
    1§ 1. Het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019 is, met uitzondering van artikel 22, § 2, van dit kaderdecreet, van toepassing op de handhaving van de woningkwaliteitsbewaking, vermeld in boek 3.
    2§ 2. De door de Vlaamse Regering als wooninspecteurs aangewezen personeelsleden zijn van rechtswege officier van gerechtelijke politie - hulpofficier van de procureur des Konings, bestuurlijke opsporingsagent en toezichthouder in de zin van het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019. In hun hoedanigheid van bestuurlijk opsporingsagent beschikken ze over de bevoegdheid, vermeld in artikel 30, § 1 en § 2, van voormeld decreet.
    3De personeelsleden van de politiediensten, vermeld in artikel 26, § 3, van het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019, zijn bevoegd voor de bestuurlijke opsporing van de inbreuken, vermeld in artikel 3.55 van deze codex, volgens de bepalingen van hoofdstuk 4 van hetzelfde kaderdecreet. Personeelsleden van de politiediensten die officier van bestuurlijke politie zijn, beschikken daarvoor van rechtswege over de bevoegdheden, vermeld in artikel 30, § 1 en § 2, van voormeld decreet.
    4Voor de toepassing van artikel 20, § 5, tweede lid, van het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019 worden sociale verhuurders gelijkgesteld met de overheden die afschriften van processen-verbaal of verslagen van vaststelling mogen ontvangen voor de daar bepaalde doeleinden.".
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd