| | 1 | In de bepalingen van deze codificatie die betrekking hebben op het personeel van de hogescholen wordt verstaan onder: |
| | 2 | 1° aanstelling : het tijdelijk voor bepaalde of voor onbepaalde duur toewijzen van een betrekking aan een personeelslid; |
| | 3 | 2° ambt : een functie die door een personeelslid in de hogeschool wordt uitgeoefend, door de Vlaamse Gemeenschap wordt gefinancierd en waarvan de arbeidsvoorwaarden in hoofdzaak in onderhavige rechtspositieregeling vastgelegd zijn; |
| | 4 | 3° ambtswijziging : de aanstelling of benoeming van een personeelslid van de hogeschool in een ander ambt of een andere graad of niveau, zoals bedoeld in artikel V.174, binnen de hogeschool; |
| | 5 | 4° artistiek gebonden onderwijsactiviteiten : door het hogeschoolbestuur bepaalde onderwijsactiviteiten van zuiver artistieke aard in de studiegebieden Architectuur, Audiovisuele en beeldende kunst, Muziek en podiumkunsten, en Productontwikkeling die rechtstreeks gericht zijn op de beoefening van de kunst; |
| | 6 | 5° artistieke faam : de erkenning van de vermaardheid van een persoon in een kunsttak of aan de kunsten gerelateerde beroepstak als voorwaarde tot concordantie tot docent, zoals bedoeld in artikel V.263; |
| | 7 | 6° benoeming : het in vast verband toewijzen van een betrekking aan een personeelslid; |
| | 8 | 7° bekwaamheidsbewijs : het samenhangend geheel van vereisten die aan een persoon worden gesteld voor de uitoefening van een bepaald ambt. Deze vereisten kunnen een combinatie zijn van onder andere het bezit van een bepaald diploma, nuttige ervaring, een aanvullend getuigschrift; |
| | 9 | 8° betrekking : de concrete werkgelegenheid in een bepaald ambt in een hogeschool, uitgedrukt in een door het hogeschoolbestuur bepaald procentueel aandeel per week. Een betrekking kan voltijds of deeltijds zijn; |
| | 10 | 9° bevordering : de benoeming van een benoemd personeelslid in een ambt waaraan een hogere salarisschaal verbonden is dan aan het ambt waarvan hij titularis was vóór zijn bevordering; |
| | 11 | 10° contractuele functie : een functie uitgeoefend door een personeelslid dat door de hogeschool in dienst genomen is overeenkomstig de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten of bij contract op zelfstandige basis; |
| | 12 | 11° deeltijdse betrekking voor leden van het administratief en technisch personeel : een betrekking met een opdracht waarvan de omvang ten minste 10% van een voltijdse betrekking bedraagt; |
| | 13 | 12° deeltijdse betrekking voor leden van het onderwijzend personeel : een betrekking met een opdracht waarvan de omvang een procentueel aandeel van een voltijdse betrekking bedraagt. Het procentueel aandeel bedraagt ten minste 10% van een voltijdse betrekking, en wordt steeds uitgedrukt in een veelvoud van 5. Voor de bepaling van het procentueel aandeel komt elke halve dag per week die besteed wordt ten dienste van de hogeschool overeen met 10%; |
| | 14 | 13° diensturen : de tijd die de leden van het administratief en technisch personeel ambtshalve dienen te besteden aan de uitoefening van de opdracht waarmee zij door de hogeschool werden belast binnen het kader van de gangbare arbeidsduurregeling. |
| | 15 | 14° geldelijke anciënniteit : het totaal van de in aanmerking komende diensten voor de vaststelling van het salaris van het personeelslid; |
| | 16 | 15° inschaling : het toekennen van een salarisschaal, met inbegrip van geldelijke anciënniteit, aan een personeelslid; |
| | 17 | 16° mandaat : een bijzondere taak die tijdelijk aan een personeelslid toegewezen wordt krachtens een bijzondere machtiging van het hogeschoolbestuur; |
| | 18 | 17° nevenactiviteiten : elke bezigheid door een personeelslid uitgeoefend naast de opdracht waarvoor het ten principale titel aangesteld of benoemd is aan de hogeschool; |
| | 19 | 18° nuttige anciënniteit : het aantal jaren van de totale geldelijke anciënniteit dat op de eerste dag van de maand recht geeft op een salarisverhoging; |
| | 20 | 19° onderwijsactiviteiten : de algemene benaming voor theoretische vakken, oefenzittingen, practica, laboratoria, didactische activiteiten, de aan de student individueel opgelegde werken en de stages; |
| | 21 | 20° onderwijsbevoegdheid : het geheel van opleidingen die de hogeschool bij of krachtens deze codificatie kan organiseren; |
| | 22 | 21° opdracht : de prestaties, uitgedrukt in procenten, per week door het personeelslid geleverd in een bepaald ambt in een hogeschool; |
| | 23 | 22° praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek : onderzoek in samenwerking met de universiteiten of derden waarbij vooraf het onderwerp, de duur en de modaliteiten worden vastgelegd; |
| | 24 | 23° salaris : de bezoldiging die een personeelslid ingevolge zijn betrekking overeenkomstig een vastgestelde schaal ontvangt; |
| | 25 | 24° titularis : het personeelslid dat in een vacante betrekking benoemd of aangesteld werd; het personeelslid dat tijdelijk de titularis vervangt is geen titularis van de betrekking; |
| | 26 | 25° vacante betrekking : een betrekking die niet toegewezen is aan een titularis door benoeming of aanstelling; |
| | 27 | 26° voltijdse betrekking : een betrekking waaraan een opdracht van 100% verbonden is en die een volledige beschikbaarheid voor de hogeschool inhoudt, gedefinieerd overeenkomstig de gangbare arbeidsduurregeling; |
| | 28 | 27° werving : eerste aanstelling of benoeming tot personeelslid in een ambt voorzien op de personeelsformatie van de hogeschool; |