Artikel 2.3.4.2.1
§1. De belasting op andere voertuigen dan de voertuigen, vermeld in artikel 2.3.4.1.1, wordt berekend op de wijze die hierna wordt vermeld :
- 1°voor de personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en motorfietsen wordt de belasting berekend op basis van de volgende tabel :
aantal pk
aantal kW
totaalbedrag van de belasting in euro
8 en minder
70 en minder
61,50
9 tot en met 10
71 tot en met 85
123
11
86 tot en met 100
495
12 tot en met 14
101 tot en met 110
867
15
111 tot en met 120
1239
16 tot en met 17
121 tot en met 155
2478
meer dan 17
meer dan 155
4957
Als het vermogen van eenzelfde motor, uitgedrukt in fiscale paardenkracht (pk) en in kilowatt (kW), aanleiding geeft tot de heffing van een verschillend belastingbedrag, is de belasting voor het hoogste bedrag verschuldigd;
- 2°de belasting bedraagt 619 euro voor ultralichte motorluchtvaartuigen en 2478 euro voor alle andere luchtvaartuigen;
- 3°de belasting bedraagt 2478 euro voor boten.
§2. Voor de wegvoertuigen waarvan de motor, ook al is het maar gedeeltelijk of tijdelijk, aangedreven wordt met vloeibaar petroleumgas of andere vloeibare koolwaterstofgassen, wordt de belasting, berekend conform paragraaf 1, 1°, verminderd met 298 euro, in voorkomend geval beperkt tot het bedrag van de belasting.
Als de verbrandingsmotor van een wegvoertuig wordt aangedreven door verschillende brandstofsoorten en het voertuig daardoor in aanmerking komt voor een combinatie van de vermindering voor benzine en lpg, wordt de toe te kennen vermindering beperkt tot het hoogste bedrag dat voor dat aanslagjaar voor een bepaalde soort van brandstof van toepassing is.
§3. De belasting, berekend conform paragraaf 1, 1°, en paragraaf 2, wordt verminderd tot het percentage van de belasting voor de wegvoertuigen, vermeld in de volgende tabel, naargelang de voertuigen al ingeschreven zijn geweest in het binnenland of in het buitenland voor ze definitief ingevoerd werden :
Termijn
Percentage
van 1 jaar tot 2 jaar
90
van 2 jaar tot 3 jaar
80
van 3 jaar tot 4 jaar
70
van 4 jaar tot 5 jaar
60
van 5 jaar tot 6 jaar
55
van 6 jaar tot 7 jaar
50
van 7 jaar tot 8 jaar
45
van 8 jaar tot 9 jaar
40
van 9 jaar tot 10 jaar
35
van 10 jaar tot 11 jaar
30
van 11 jaar tot 12 jaar
25
van 12 jaar tot 13 jaar
20
van 13 jaar tot 14 jaar
15
van 14 jaar tot 15 jaar
10
In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor de voertuigen die vijftien jaar en meer ingeschreven geweest zijn 61,50 euro.
Na toepassing van het eerste lid mag de belasting voor een voertuig niet minder dan 61,50 euro bedragen.
De belasting, berekend conform paragraaf 1, 2° en 3°, wordt verminderd tot het percentage van de belasting voor de luchtvaartuigen en boten, vermeld in de volgende tabel, naargelang de luchtvaartuigen en boten al normaal ingeschreven geweest zijn of voorzien geweest zijn van een registratiebrief in het binnenland of in het buitenland voor ze definitief ingevoerd werden :
Termijn
Percentage
van 1 jaar tot 2 jaar
90
van 2 jaar tot 3 jaar
80
van 3 jaar tot 4 jaar
70
van 4 jaar tot 5 jaar
60
van 5 jaar tot 6 jaar
50
van 6 jaar tot 7 jaar
40
van 7 jaar tot 8 jaar
30
van 8 jaar tot 9 jaar
20
van 9 jaar tot 10 jaar
10
In afwijking van het vierde lid bedraagt de belasting 61,50 euro voor :
- 1°de luchtvaartuigen en boten die tien jaar of ouder zijn;
- 2°de zelfbouwvliegtuigen, met uitzondering van de zelfbouwvliegtuigen die worden geacht in het verkeer te zijn gesteld door vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten;
- 3°de paramotoren, met uitzondering van de paramotoren die worden geacht in het verkeer te zijn gesteld door vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten.
§4. In afwijking van paragraaf 1, 2 en 3, bedraagt de belasting voor de voertuigen, die uitsluitend aangedreven worden door een elektrische motor of door waterstof en die na 31 december 2025 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, 61,50 euro.