Artikel VIII.4/1
§ 1. Een lokaal overlegplatform secundair onderwijs omvat alle ondergenoemde stemgerechtigde participanten die in het werkingsgebied aanwezig zijn en zich aanmelden:
- 1°de directies en schoolbesturen van alle in het werkingsgebied gelegen scholen;
- 2°directies en schoolbesturen van de niet in het werkingsgebied gelegen scholen voor buitengewoon onderwijs wanneer tussen deze scholen en de in het werkingsgebied gelegen scholen frequent leerlingenstromen bestaan;
- 3°de directies en schoolbesturen van de centra voor leerlingenbegeleiding die de in het werkingsgebied gelegen scholen begeleiden;
- 4°een lokale vertegenwoordiger van elke representatieve vakorganisatie die de beroepsbelangen van het personeel van de in het werkingsgebied gelegen scholen behartigt;
- 5°twee lokale vertegenwoordigers van erkende ouderverenigingen;
- 6°twee lokale vertegenwoordigers van leerlingenraden;
- 7°in totaliteit ten hoogste tien vertegenwoordigers van:
- a)lokale socio-culturele en/of -economische partners;
- b)vertegenwoordigers van organisaties van etnisch-culturele minderheden;
- c)vereniging waar armen het woord nemen;
- 8°een vertegenwoordiger van het Agentschap Integratie en Inburgering;
- 9°een vertegenwoordiger van de integratiedienst;
- 10°een vertegenwoordiger van het schoolopbouwwerk;
- 11°een vertegenwoordiger van het betrokken college van burgemeester en schepenen of de colleges van burgemeester en schepenen of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Deze persoon treedt niet op in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van de gemeente, respectievelijk de Vlaamse Gemeenschapscommissie als schoolbestuur.
De Vlaamse Regering bepaalt welke organen worden belast met de coördinatie van het aanduiden van de in het eerste lid, 4°, 5°, 6°, 7°, b) en c), en 8°, bedoelde participanten.
De in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 8°, 9° en 11°, bedoelde participanten duiden bij een eerste samenkomst de in het eerste lid, 7°, a), b) en c), en 10°, bedoelde participanten aan. Zij worden daartoe samengeroepen door de in paragraaf 3 bedoelde deskundige.
Het totaal aantal participanten, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 11°, is steeds kleiner dan het totaal aantal participanten, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°.
§ 2. De Vlaamse Regering stelt na overleg met het lokaal overlegplatform een voorzitter aan, die vertrouwd is met het ruime onderwijsveld. De voorzitter zetelt niet in een schoolbestuur en is geen personeelslid van één van de betrokken scholen, scholengroepen, scholengemeenschappen of centra voor leerlingenbegeleiding, met uitzondering van de vertegenwoordiger van het betrokken lokaal bestuur, of in voorkomend geval, de betrokken lokale besturen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 11°.
De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de voorzitter wordt vergoed.
§ 3. De Vlaamse Regering voorziet, rekening houdend met artikel VIII.3, § 2, eerste lid, in de subsidiëring van een deskundige die de inhoudelijke en organisatorische ondersteuning van het lokaal overlegplatform waarneemt. Zij bepaalt de nadere aanwervings- en functioneringsvoorwaarden van de deskundige.
De deskundige kan niet worden aangesteld als voorzitter.
§ 4. De schoolbesturen zoals bedoeld in artikel VIII.4/1, § 1, 1°, 2° en 3°, kunnen zich respectievelijk laten vertegenwoordigen door een directie van de school van het eigen schoolbestuur of door een directie van een centrum voor leerlingenbegeleiding van het eigen schoolbestuur.