Artikel 20
§ 1. Bij het departement wordt een comité geestelijke gezondheidsnetwerken opgericht. Dit comité is een overlegorgaan dat geestelijke gezondheidsnetwerken en, in voorkomend geval, partnerorganisaties structureel betrekt bij het Vlaamse beleid over het geestelijke gezondheidsaanbod, en dat minstens de volgende taken heeft:
- 1°afspraken maken over het kader, de instrumenten en de procedure die de geestelijke gezondheidsnetwerken moeten gebruiken voor de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 18;
- 2°de werking van de geestelijke gezondheidsnetwerken opvolgen en evalueren.
De Vlaamse Regering kan het comité bijkomende taken toevertrouwen.
Per deelpopulatie kunnen aparte comités worden opgericht.
§ 2. Het comité bestaat minstens uit de volgende leden:
- 1°twee vertegenwoordigers van elk geestelijke gezondheidsnetwerk;
- 2°maximaal zes vertegenwoordigers van de partnerorganisaties, onder wie twee vertegenwoordigers van gebruikers en twee vertegenwoordigers van hun context;
- 3°twee vertegenwoordigers van het departement;
- 4°een vertegenwoordiger van de Vlaamse Minister van Volksgezondheid.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere samenstelling van het comité.
De federale minister van Volksgezondheid en de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu worden uitgenodigd voor de vergaderingen van het comité en kunnen elk de vergaderingen van het comité bijwonen via een vertegenwoordiger met raadgevende stem.
Het comité kan ter ondersteuning van zijn werkzaamheden een beroep doen op externe deskundigen.
§ 3. De Vlaams Regering bepaalt de organisatie en de werkingsregelen van het comité.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de vergoeding van de leden van het comité, de vergoeding van eventuele externe deskundigen, en legt de onverenigbaarheden vast.